2018, de Gentsche Fieste zijn volop aan de gang. Amusement, straatanimatie, drank en braadworsten floreren. Gewone mensen raken verzeild in een buitengewone situatie, waarbij angst en ongeloof elkaar afwisselen. Esther De Pauw, hoofdinspecteur van de Gentse recherche probeert samen met haar vaste team een luguber mysterie op te lossen en constateert dat schijnbaar onbelangrijke gebeurtenissen raadselachtige en afschuwelijke gevolgen kunnen hebben. Dit is de eerste thriller met Esther De Pauw in de hoofdrol. Een rechercheur/ alleenstaande moeder met een donker kantje.
Dominique De Bruyne is een echt ‘stropke', met naast een fulltime job een passie voor wijn, dieren en muziek. De auteur woont in Mariakerke bij Gent, samen met haar partner Dirk en omringd door hun katten en hond. Van dezelfde auteur verscheen: De laatste grens Op zoek.
Dit is de eerste thriller met Esther De Pauw in de hoofdrol. Een rechercheur/alleenstaande moeder met een donker kantje.
Al in het eerste hoofdstuk kunnen we lezen over ‘De Gentsche Fieste’ die steeds plaatsvinden in de zomer. Tijdens deze 10 dagen durende feesten in het Zuidpark in Gent gebeuren behalve dat er enorm gefeest wordt, ook vreselijke dingen. Het Koning Albertpark of Zuidpark is nog steeds het grootste park van de binnenstad. Het park heeft een speeltuin, een petanqueveldje en lange reeksen zitbanken. Amusement, straatanimatie, drank en braadworsten floreren. Tijdens deze 10 dagen verdwijnt in 2016 Amber, een meisje van 4 jaar en twee jaar later verdwijnt in 2018 Emma B, een meisje van vijf jaar.
Esther De Pauw, hoofdinspecteur van de Gentse recherche probeert samen met haar vaste team een luguber mysterie op te lossen en constateert dat schijnbaar onbelangrijke gebeurtenissen raadselachtige en afschuwelijke gevolgen kunnen hebben.
De auteur hanteert een mooie schrijfstijl waarmee ze onder andere de omgeving waarin Esther werkt beschrijft. “Alles ademt art nouveau. Esther waant zich steeds in een film noir als ze de trap, met aan beide zijden prachtige lantaarns, oploopt. Zo’n Agatha Christie figuur.” Omdat het steeds verteld wordt in de derde persoon, zeggen deze beschrijvingen ook veel over de persoon over wie dat gedeelte in het verhaal gaat.
Alle personages worden duidelijk beschreven. Vooral het hoofdpersonage Esther leren we stukje bij beetje beter kennen. Langzaamaan wordt ze een vrouw van vlees en bloed, met haar (on)hebbelijkheden en haar verlangens. Maar lange tijd vraag je jezelf af wie die geheime minnaar in haar leven is. En wanneer je dan een naam krijgt, weet je nog niet zeker of het wel de persoon is die je in gedachten hebt. Knap gedaan!
“Hij ruikt heerlijk. Ze leidt hem naar de slaapkamer. Ze weet wat hij wil. Hij weet wat zij wil. Hij haalt een sjaal uit de ladekast en blinddoekt haar. Daarna maakt hij haar polsen vast aan de stangen van het bed...”
De gedeelten van songteksten die soms geciteerd worden, passen heel goed bij de sfeer die in het daarna volgende hoofdstuk beschreven wordt.
De schrijfstijl van Dominique De Bruyne mag je zeker filmisch noemen. Hierdoor kun je de gebeurtenissen volgen alsof je naar een film kijkt; zowel de mooie als de afschuwelijke zaken die beschreven worden zul je niet snel uit je gedachten krijgen; dit geldt zeker voor de laatste bladzijden waarin je de volgende laatste woorden leest: “Vaarwel oleander.”
Hoewel de spanningsboog niet erg hoog is, en het einde een beetje voorspelbaar, is deze politieroman een mooi debuut waardoor ik uitkijk naar het volgende werk van deze auteur. Deze recensie kon u al eerder lezen op mijn blog.