De Vlaamse schilder haalt herinneringen op aan zijn broer, de schrijver (1878-1929), vooral aan hun gemeenschappelijke leven gedurende vijf jaar in de Vlaamse kunstenaarskolonie Sint-Martens-Latem.
Zeer aangenaam verrast! Ik kende en waardeerde Gustave als een buitengewoon schilder, diepzinnig, stevig geworteld in de Vlaamse traditie met werken van een tijdloze schoonheid, geïnspireerd door natuur, landelijk leven en boerentronies en een waarachtig religieus gevoel. Nu ontdek ik dat hij ook een vlotte schrijver was, luchtig, onderhoudend, amusant en schalks. Zijn geschrijf heeft niet de discipline van zijn broer Karel, het wemelt van de fouten en een structuur is soms ver te zoeken maar dat deert niet, integendeel, we worden uitgebreid getrakteerd op willekeurige herinneringen en koddige anekdotes. Over kunst vind je in dit document weinig, over het leven in Latem, het kunstenaarsleven en de kleine kantjes van de bevriende artiesten des te meer. Sommige passages zijn onweerstaanbaar grappig, elders gaat het de idyllische toer op. Het lijkt er allemaal zeer amicaal, gemoedelijk en bijwijlen uitbundig aan toe te gaan, je zou er bij willen geweest zijn. Uiteraard geen betrouwbaar historisch document - dat wordt in de voetnoten en annexen voldoende aangetoond. Maar wel zeer genietbaar.
Over de schilderijen van Gustave van de Woestyne vindt u in dit boek nauwelijks informatie, noch over de kunstopvattingen van de auteur (of van zijn broer). Nochtans is Gustave van de Woestyne niet van de minste: hij was een van de grote figuren van de eerste Latemse school met een heel eigen mystiek-religieus symbolisme en, later, een krachtige expressionistische stijl. Ik vind z'n schilderijen geweldig. Wel in het boek: een feitelijk relaas van zijn verblijf in Latem en de periode daarna, een weinig inspirerende opsomming van ontmoetingen, kaartavonden, wandelingen en bezoeken die u en mij hadden kunnen overkomen en geenszins inzicht geven in de opvattingen van de straffe kunstenaars die de broers waren. De focus van het boek ligt op dichter Karel van de Woestijne: die was de oudste, de bekendste toen wellicht ook, en had misschien wel de meest uitgesproken visie. Maar wordt die vandaag nog gelezen? Is hij überhaupt nog wel leesbaar? Hoe anders is het met de schilderijen van zijn broer gesteld? Die zijn vandaag niet te betalen en hebben een blijvende plek in het collectieve geheugen. Het boek gaat dus over de verkeerde broer en geeft de verkeerde informatie. Dat zowat de helft van het boek dan nog eens uitgebreide toelichting bevat over alle feitelijkheden in het boek, en de foutieve ervan rechtzet - het is niet Jan maar Piet die ze die dag ontmoetten - maakt van het werk een wetenschappelijke uitgave waar niemand wakker van ligt. Eens te meer geldt voor dit boek wat voor zovele andere Davidsfondsboeken geldt: waarom is dit in 's hemelsnaam uitgegeven en hoe is het mogelijk dat ik het heb gekocht en gelezen?
Gustave van de Woestyne, de schilder, schrijft over het leven met zijn broer Karel van de Woestijne, de schrijver. Woestijne is zo geschreven omdat Karel dat wilde. We heb krijgen we geen link tussen hun leven en hun werk. Voor sommige lezers zal dat een korte zijn. Karel en Gustaaf en de twee andere broers verliezen hun vader zeer vroeg. Karel neemt de taak over en waak over Gustaaf. Zij verlaten Gent en verhuizen naar Sint-Martens-Lathem. Daar zijn ze gelukkig in de stilte van de mooie natuur. Daar komen onder anderen de vrienden H. Teirlinck en S. Streuvels op bezoek. Karel was mij als schrijver reeds bekent via het boek, de boer die sterft. Andere zaken heb ik zelf opgezocht in het verzameld werk(in mijn bib) zoals over het Kerstlied(bladzijde 31). De vele brieven die Karel en Herman Teirlinck schreven. Wanneer Karel getrouwd is, verhuist hij naar Brussel waar hij schrijft voor de Nieuwe Rotterdamse Courant. Bv. een artikel over Lenteleven van Stijn Streuvels. Hij was ook actief bij Nu en straks(tijdschrift). Spijtig dat men in het nawoord de fantasie in het werk aanhaalt dat geschiedkundig niet juist zou zijn. Gustaaf heeft toch een mooi beeld beschreven van twee broers waar Vlaanderen fier op kan zijn.
Ik heb het boek gekocht, hopend wat meer te lezen over beide kunstenaars. Maar dat valt tegen. Ik heb vooral iets geleerd over het dagelijkse leven in het begin van de 20ste eeuw. Misschien iets minder gewoon dan gewoon, maar toch niet zo ongewoon. Het lijkt of we met een webcam naar het dorpsleven van toen kijken.
Met deze tekst zou een student vandaag nooit de eindtermen halen. Ik vind het dus vreemd dat dit boek een uitgever vond. De helft van het boek is dan weer commentaar op de tekst zelf van Gustave van de Woestyne. Tekeningen of schilderijen uit de beginperiode van een kunstenaar krijgen ook maar aandacht omdat de kunstenaar later is ‘doorgegroeid’ en ‘groot’ is geworden. Anders zouden deze tekeningen of eerste werken nooit enige aandacht hebben gekregen. Dit gevoel kreeg ik ook hier. Maar het boek geeft zelf het antwoord. Pag. 199 “Ook is de intentie niet alleen specialisten maar ook algemeen cultureel geïnteresseerden met dit boek te bereiken van invloed geweest op onze tekstpresentatie.” Op de cover wordt dit dan: “Zo kan het boek zowel liefhebbers als specialisten aanspreken.” Als liefhebber ben ik wat op mijn honger gebleven. Een specialist ben ik niet.
In ‘Karel en Ik’ beschrijft de schilder Gustave van de Woestyne (1881-1947) zijn herinneringen aan lievelingsbroer, de dichter Karel van de Woestijne (1878-1929). Dat doet hij in een beeldende streektaal, met sprekende details, veel fantasie en een apart gevoel voor humor.
Ik heb erg genoten van hun wedervaren als twee jongvolwassenen samenwonend in een kleine boerderij in Sint-Martens-Latem. Zij hebben een open relatie en liederlijk leven met de kunstenaarskolonie van Latem. Ze gaan buurten, aperitieven, eten en kaarten bij dorpsgenoten als George Minne, Valerius De Saedeleer en Albijn Van den Abeele – om maar enkele van de bekende namen van de Latemse School te noemen. Gustave taxeert en typeert die personages soms wat karikaturaal, dan weer schijnbaar meedogenloos hard, maar altijd met humor en liefde.
Echt een heel mooi boek, waar je moet van genieten.