Als jongen droomde hij al van New York. Sinds 2006 woont hij er als correspondent voor RTL Nieuws. Erik Mouthaan is een echte New Yorker geworden. In zijn boek gaat hij op zoek naar wat die ‘greatest city on earth’ zo uniek en verleidelijk maakt. Heel veel onderwerpen passeren de revue: de overweldigende skyline, de verslavende energie van de stad, de enorme woonlasten, de hypes, de gentrificatie, de grote verschillen tussen rijk en arm. Op zijn ontdekkingstocht ontmoet hij unieke stadgenoten: een man die via een iPad wolkenkrabbers in het licht zet, een vrouw die illegaal is en toch een zaak met acht medewerkers runt, een rouwende man die nog steeds de stoffelijke resten zoekt van zijn broer die op 11 september 2001 als brandweerman omkwam.
Het enthousiasme van Erik, normaal duidelijk zichtbaar in zijn items op het journaal, spat van de bladzijden af. En ook al ben je al eens in NYC geweest, of denk je het te kennen van films en series, Erik geeft je écht een uniek kijkje in zijn stad.
Erg leuk en vermakelijk boek over het leven van een correspondent in New York. Journalist Erik Mouthaan neemt je op enthousiaste wijze mee door de stad, leert je allerlei bijzondere en unieke feitjes, en laat je kennismaken met de inwoners van deze immens grote metropool.
Hoewel New York mij totaal niet trekt (het lijkt me veel te druk en chaotisch) ben ik na het luisteren van dit boek toch wel benieuwd hoe het is om daar rond te lopen.
Erik Mouthaan is vijftien jaar correspondent voor RTL Nieuws in New York en om dat te markeren ligt er nu een boek van zijn hand. Een ode aan de stad New York. Hierin wilde hij meer van zichzelf laten zien. De vraag is of dat een goed idee was. Mouthaan heeft een vlotte pen, maar de inhoud is vederlicht. Toepasselijk wellicht als allegorie voor New York, maar iets meer reflectie mag je wel verwachten na vijftien jaar correspondentschap.
Het gaat al mis in de inleiding. Hierin schrijft hij zowat zijn hele jeugd toe naar een soort mythische voorafspiegeling van het lot dat hém naar New York leidde. Dit doet onbedoeld potsierlijk aan, omdat het van die herinneringen zijn die zovelen hebben. (Een videoclip die zich in New York afspeelt, een T-shirt met I love NY, een stedentrip…) Had zijn werkgever hem gestationeerd in Londen, Parijs, Praag of Berlijn dan waren er vast soortgelijke of wellicht treffender anekdotes te vertellen geweest. Het doet gezocht en, ja, te Amerikaans aan.
Typisch New York Het boek heet over New York te gaan, maar het merendeel van de anekdotes gaan over Manhattan, weliswaar een prominent, maar ook een klein, rijk deel van de stad waar Mouthaan zelf woont. Ronduit storend is dat hij in de beschrijving van de stad voluit meegaat in het exceptionalisme waarin Amerika zo in uitblinkt. Hij gebruikt daarvoor vaak woorden als ‘mythisch’ en ‘magisch’. Los van de platitudes, is het kwalijker dat het een westerse arrogantie blootlegt, alsof er geen andere wereldsteden zijn.
Hij bouwt een heel betoog op over hoe hij ‘viel’ voor ‘de New Yorkse houding dat je geen genoegen moet nemen met de dingen zoals ze zijn.’ Hierdoor gaat ook hij het roer omgooien: ‘De gedachte alleen al zou nooit in me zijn opgekomen in Nederland, waar je je beperkingen maar accepteert.’
OMG! Wát gaat hij in vredesnaam doen dan…? *tromgeroffel*
Hij gaat de borstcrawl leren.
Na zo’n pompeuze opbouw verwacht je een life changing event, geen zwemles.
Deze anti-climax is typerend voor het boek. Elk bekend typetje en feit over de stad raast in moordtempo voorbij: dat je meteen de rekening krijgt in het restaurant, de voedselhypes (cronut anyone?), de hoge huren, de dog walker, de nanny, de taxichauffeur. Allicht valt daar niet helemaal aan te ontkomen, maar dan verwacht je toch iets van een overkoepelende analyse, iets meer diepgang na vijftien correspondentschap én de kennelijke behoefte er een boek aan te wijden.
Ook is het opvallend hoe Mouthaan de Amerikaanse manier van denken heeft geïnternaliseerd: als je ‘succes’ hebt, is dat te danken aan persoonlijke ambitie en doorzettingsvermogen ‘never give up’. Factoren als ‘geluk’ of ‘toeval’ doen er kennelijk niet toe, net als fysieke of mentale tegenwind. Zijn idee van ‘succes’ en ‘slagen’ is überhaupt nogal beperkt: het gaat er niet om een goed mens te zijn, maar de top te halen, rijk te worden. Het inzicht dat de samenleving het individu ook een handje kan helpen ontbreekt. Raar, want hij schrijft wel degelijk over de achterstelling van bijvoorbeeld mensen van kleur en de tweedeling tussen privé en publieke scholen. De keerzijde van het door Mouthaan gevierde meritocratische ideaal komt niet echt aan bod, terwijl hier de laatste jaren urgente boeken over zijn verschenen - juist in Amerika. Het meest eloquent verwoord door Michael Sandel in diens bestseller The tiranny of Merit, waarin hij overtuigend betoogt dat succes vaak geen kwestie is van verdienste.
Onbekommerd gebruik van het woord ‘ras’ Mouthaan kletst onbekommerd een paar pagina’s vol over de ‘rassen’ in New York. En dan heeft hij het niet over honden. Blijkbaar is hij zich er totaal niet van bewust dat het woord ‘ras’ sinds de Tweede Wereldoorlog in Nederland een zeer beladen term is en, met goede reden, sinds die tijd in de ban is gedaan – op de extreem-rechtse flank na. Hier wordt het echt problematisch, want als je uitgerekend dit onderwerp opneemt in je boek, mag je je wel iets verder verdiepen in de betekenis van de woorden die je gebruikt. De afwijkende connotaties van de termen ‘race’ in de VS en ‘ras’ in Nederland zouden een hoofdstuk op zich waard zijn. Onbegrijpelijk dat dit door de redactie is gekomen.
Gaan we even voorbij aan deze ongelukkige woordkeuze en zoomen we in op wát hij over dit onderwerp te vertellen heeft, dan blijft het ook aan de oppervlakte. Dat de smeltkroes meer een samenleving is van langs elkaar heen levende gemeenschappen. Hij wordt openhartig als hij vertelt dat hij racistische opmerking maakte tegen een Indiase man die zijn avances afwijst. Opvallend is dat hij dán opeens van de ik-vorm schakelt naar de derde persoon: ‘een dronken Erik’. Het feit hij veel had gedronken noemt hij in die korte passage maar liefst drie keer(!) als kennelijke verontschuldiging. Het vormt een opmaat voor een krukkige passage waarin hij bij zichzelf ‘te rade’ gaat en concludeert: ‘New York opent mijn ogen. Wat anders is maakt mensen mooi.’ (Denk hier zelf maar een strijkorkestje bij.) Overigens maakt hij daar nog een flinke faux pas door het over ‘mijn neus en andere Nederlandse neuzen’ te hebben in tegenstelling tot ‘bredere neuzen’ die hij bij zwarte mensen in de New Yorkse metro spot. Impliciet stelt hij dus dus ‘Nederlanders’ per definitie wit zijn.
Ook maakt hij zich op andere plekken in het boek zélf geregeld schuldig aan stereotyperingen van bevolkingsgroepen: zijn latina werkster wordt weggezet als lui; oudere vrouwen van kleur worden ‘zwarte dametjes’ met een haarnet en boodschappentrolley; latino-jongeren krijgen het stempel ‘schreeuwerig’ en een imaginaire veganist ‘communistisch’.
Slordige formuleringen Voegt de schrijfstijl dan misschien meerwaarde toe? Immers, als iets goed geschreven is, wil je een dunne inhoud nog wel door de vingers zien. Maar nee, hoewel hij vlot schrijft, doet het bombastische taalgebruik van Mouthaan doet sterk denken aan de emo-tv in Amerika. Over boodschappen doen tijdens de coronapandemie: ‘Angstig kijken de levenden elkaar […] in de supermarkt aan, [...]`. Ook zijn er vervelende anglicismes in geslopen: ‘Maar ik vond er mijn stam, […]’ is een letterlijke vertaling van het Engelse ‘I’ve found my tribe’ en daar bestaan betere, Nederlandse uitdrukkingen voor. Het adagium show don’t tell is niet aan Mouthaan besteed. Over de tijd dat hij net in New York woont: ‘Soms voel ik me eenzaam.’
Ook heeft hij de onhebbelijkheid om gewone dingen heel uitgebreid te beschrijven zonder dat het enige meerwaarde heeft; als om te laten zien, kijk eens, wat een scherp observator ik ben: ‘[…] dus zeul ik in de winter in plastic gewikkeld openhaardhout de trappen op’. ‘In plastic gewikkeld’ kan prima weg, zonder iets aan het beeld af te doen. Zonder deze overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden en overbodige beschrijvingen zou er amper een boek overblijven – en het is al vrij dun.
Mouthaan wil dus ‘mooi’ schrijven en dat wreekt zich omdat hij vaak slordig formuleert. ‘New York is een van de weinige steden waar je in een impuls een hond kunt kopen […]’, Een van de weinige steden wáár? In de staat, in de VS, in de wereld? Dat laatste is sowieso niet waar (al eens in België geweest?), maar de andere opties zijn ook niet waarschijnlijk.
Vrouwen en mannen Vrouwen hebben hoegenaamd geen betekenis in het boek, op een paar uitzonderingen na dienen ze vooral als bijfiguur. Bijvoorbeeld omdat ze dood zijn (een Nederlandse die is omgekomen bij 9/11 – heel tragisch - wordt bijna als een martelares neergezet); zijn schoonmaakster krijgt een denigrerende sneer omdat ze haar borsten laat vergroten in Colombia van het geld dat zij bij hem verdient); over het uiterlijk van het medewerkster van een vastgoedkantoor (‘Een jonge vrouw, knap, maar niet té,’); over caissières: ‘[…] hun vrouwelijke curves die duiden op vruchtbaarheid [...]’. PARDON? Bij die laatste omschrijving – met een hoge jarenvijftig-vibe - voelde ik mij ronduit ongemakkelijk. Het woord ‘cunt’ legt hij omslachtig uit als ‘een plat woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel […]’; waarom niet ‘vagina’ of gewoon ‘kut’? Vrouwen die volgens hem een fortuin besteden aan hun uiterlijk, beticht hij ervan dit te doen om een rijke man aan de haak slaan en hij verwijt hen die ‘drive’ beter te kunnen inzetten om ‘zelf een vermogen op Wall Street te vergaren’. Eén keer kan een slip of the tongue zijn, maar alle terloopse beschrijvingen van vrouwen door het boek leveren een misogyn vrouwbeeld uit op. Ietwat gechargeerd (maar niet veel): ze zijn moeder, hoer, of heilige. ‘Who hurt you?’, denk je als lezer dan.
Ongemakkelijk is ook dat hij aan mannen die hij ‘mee naar huis’ neemt voor seks soms een nep-identiteit opgeeft: een andere naam, een ander beroep en een andere nationaliteit. Huh? Uit zijn eigen verhalen verderop in het boek blijkt dat hij ook kwetsbare jongens meeneemt die nog niet voor hun seksualiteit durven uit te komen bij hun conservatieve familie. Als een oudere, welgestelde heteroman een nep-identiteit opgeeft aan (jongere) vrouwen die hij mee naar huis neemt voor seks, zouden daar denk ik (hoop ik) vraagtekens bij worden gezet. Waarom bij mannen niet? Raar ook dat de redacteur hier niet op de rem is gaan staan.
Vermoeiend zijn de overbodige referenties aan relaties of seks; als hij wordt voorgesteld aan een klusjesman: ‘Nee, ik word niet voorgesteld aan een potentieel nieuwe partner […]’ Los van een zekere sneuheid, geldt ook hiervoor dat als een heteroman élke vrouw zou benaderen als potentieel relatiemateriaal en zou opscheppen welke schoonheden er wel niet allemaal met hem naar bed willen, hoon hem ten deel zou vallen.
Reflectie op correspondentschap Wat ontbreekt is een analyse hoe het komt dat er zo’n sterke tweedeling in de stad is; hoe zit de politiek in elkaar? Een groter gemis is dat er geen beschouwingen instaan over zijn werk als correspondent. Wát wordt nieuwswaardig geacht door RTL, en wat niet? Waarom kiest RTL überhaupt voor standplaats New York en niet bijvoorbeeld Washington? De stad is immers bepaald niet representatief voor het land. Welke afwegingen moet hij maken? Moet hij zijn best doen om een bepaald onderwerp te pluggen op de redactie in Hilversum? Of is alles uit New York al snel interessant voor Nederland? Na vijftien jaar correspondentschap verwacht je reflectie op het vak. Nu blijft het boek hangen bij tamelijk generieke anekdotes die we elders vaker en beter hebben gelezen.
Terzijde: het zou interessant zijn geweest als hij meteen na de overwinning van Trump zijn boeltje had gepakt en met zijn redactie naar een rode staat was verhuisd. Ook dáár zijn vliegvelden, dus hij had nog steeds het hele land kunnen bereizen. Dát had een onderscheidend boek (en tv) opgeleverd. Maar dan was hij wel weg uit zijn geliefde stad.
Mouthaan verhaalt herhaaldelijk hoe trots hij erop is het gemaakt te hebben in New York. Los van het feit dat daar nog wel wat op valt af te dingen als expat met een riante baangarantie en uitgever in Nederland, is zijn houding ten opzichte van mensen die het er lastig hebben, of die er weer weggaan ronduit problematisch. Hij vindt het mislukkelingen. Overigens stelt hij dat hij zich geen Nederlander meer voelt, maar een New Yorker. Je vraagt je af of hij dan nog wel de juiste man op die plek is, aangezien een buitenlandcorrespondent typisch iemand is die vanuit den vreemde bericht voor mede-Nederlanders. Zodra je je geen Nederlander meer voelt (en er blijkens zijn boek zelfs stiekem op neerkijkt) kun je niet meer met die frisse blik berichten en wordt het tijd om plaats te maken.
Erg leuk om te lezen hoe een Nederlander het leven in New York ervaart. Leest lekker weg, ik had hem binnen één dag uit (en dat gebeurt tegenwoordig niet vaak meer). Aanrader!
Mouthaan slaat niets over bij het beschrijven van zijn stad. Hij doet dat losjes en in een rap tempo. Ik vind het boek daardoor prettig leesbaar. Alleen door alles wat hij zo gedetailleerd schetst maakt hij, naar mijn mening althans, geen reclame voor die vieze, overvolle metropool.
Alweer 12 1/2 jaar geleden bracht ik ieder weekend tijd door in New York. Daardoor dacht ik veel te weten over de stad. Na het lezen van dit boek bleek dit toch niet zo te zijn. Echt interessante inkijkjes in deze metropool en zijn inwoners.
Een mager zesje voor dit werk van Erik Mouthaan. Waarom? Omdat hoewel ik het bijna altijd leuk vind om te lezen over New York en/of Amerikanen, Mouthaan erin slaagt om alles oppervlakkig en banaal te laten klinken. Iets waarvan mensen Amerikanen nogal eens van betichten, maar in hun boeken zoeken ze veel vaker diepgang en analyse dan dat je kunt vinden in De Gedroomde Stad. Mouthaan kijkt om zich heen, fietst door de stad, benoemt met name dat New Yorkers gedreven en ambitieuze mensen zijn met ofwel te weinig geld om er te wonen of te veel geld om zich er raad mee te weten.
Hij heeft bovendien de onhebbelijke gewoonte om elk hoofdstuk abrupt te eindigen met wat zogenaamd een mooi afrondend zinnetje is, maar die steeds knullig voelt.
Dit boek heb ik beluisterd als audioboek, met de schrijver als verteller (en dat doet hij prima). Het is geen diepgravende journalistiek, maar een prettig kabbelend relaas over het leven in Manhattan - compleet met een flinke dosis cynisme en grootstedelijke ijdelheid. Ik heb er met plezier naar geluisterd.
Erg vermakelijk boek. New York gezien en beleefd door Nederlandse ogen. Ik heb de audio versie geluisterd en deze is echt een aanrader. Erik is behalve een goede journalist ook een meeslepende verhalenverteller.
"Een golf van liefde rolt over me heen, liefde voor deze stad, onmogelijk als ze is, gekmakend lastig in de omgang, op een nonchalante manier veeleisend voor iedereen die haar wil bedwingen...een stad die de nacht de mond snoert." (New York, de Gedroomde Stad, p. 84).
Ik was naar New York en dan is het heel leuk om dit boek te lezen. Je ziet dan meer, en je leert over wat je niet kan zien. Hoe anders is de stad voor bewoners. Als toerist zie je een heel andere stad. De persoonlijke belevenissen van Erik Mouthaan boeien me iets minder. Beter vind ik het als er iets meer journalistieke afstand is.
New York is a city that has always fascinated me and I got to live close to it for 6 weeks a few years ago. Although I have visited New York several times, that is obviously not the same as actually being a resident there. Erik Mouthaan is. The RTL breakfast news used to be a part of my morning routine and he would regularly come by with big or smaller news from this city. I always viewed this with a small stab of jealousy. As a child I also wanted to become a journalist and he got to do this in a city I always wanted to visit.
So I was immediately excited when I heard about this book. I had high expectations right away, of course, and the book absolutely did not disappoint! It is an incredibly fun collection of personal stories as well as factual and historical tales set in both the present and past. The stories with experiences from Mouthaan himself really make you imagine yourself in the city for a while. He manages to tell it in an insanely living way that makes you really see yourself walking past the coffee shops, past the lofty buildings or through Central Park. And he explains to you the social etiquette in the city. New Yorkers/Americans always ask you how you're doing, but there's no intention of giving a longer answer to that than "fine, you? But you also learn a lot from the book. The stories behind distinctive buildings and places are told in an engaging way and their influence on modern times clearly explained.
Although New York has a reputation as "the place to be," Mouthaan does not shy away from highlighting the darker side of the city as well. Sky-high housing prices, huge gap between rich and poor, and little tolerance for each other are some of the topics covered. These passages sometimes make you wonder why anyone would ever want to live in this city. Yet he manages to find a nice middle ground.
I really enjoyed reading the book and really imagined myself back in this vibrant city for a while. I hope to be able to go back someday, but until then this book suffices to just soak up the atmosphere again. I predict this will be another re-read and give it 5/5 stars!
Alles over New York is leuk. Vol toffe weetjes ook, zoals waarom New Yorkers geen wasmachines mogen aansluiten in hun appartementen. Maar wat ik war miste, is of een wat meer kritisch perspectief of een rode draad in het verhaal. Noot: deze commentaar werd geschreven door iemand die gewoon stinkend jaloers is op wie deze topjob mag uitoefenen.