Meeslepende biografie van een eigenzinnige katholieke priester, publicist en fascist die een vriendschappelijke band had met Mussolini.
Wouter Lutkie was een Nederlandse priester die continu in onmin verkeerde met vrijwel het gehele Nederlandse episcopaat – maar die toch niet werd geëxcommuniceerd. Hij had een eigenzinnig karakter en ging zijn leven lang zijn eigen gang, maar een eenling was hij niet. Hij voerde correspondentie met honderden personen, schreef vele boeken en was decennialang actief als journalist, met name in zijn eigen tijdschrift Aristo-.
Lutkie was de enige Nederlander die op voet van vriendschap verkeerde met de Italiaanse fascistenleider Mussolini, bij wie hij zeven keer op privé-audiëntie mocht komen. Hij correspondeerde met schrijvers als Gerard en Henri Bruning, Antoon Coolen, Pierre H. Dubois, Anton van Duinkerken, Jan Engelman en H. Marsman. Ook was hij bevriend met kunstenaars als Joan Collette, Jan Toorop en Erich Wichmann. Bijna veertig jaar lang leidde hij in het Noord-Brabantse Nuland een sociaaleconomische leefgemeenschap in de geest van Walden van Henry David Thoreau.
In Soli Deo: Wouter Lutkie, (1887-1968) brengt fascisme‑kenner Willem Huberts leven en werk van deze intrigerende priester-fascist in beeld.
Interessante en informatieve biografie. Met een zo groot en uitputtend archief als dat van Wouter Lutkie, de hoofdpersoon van dit boek, is de verleiding groot om dat archief als uitgangspunt te nemen. Lutkie lijkt een dwaalgast in zijn tijd: hij kan zich niet conformeren aan het gezag dat de bisschop over hem voert en hij leest de tekens van zijn tijd steeds slechter. Het fascisme beschouwt hij voor de oorlog (en eigenlijk ook erna) als de veiligste weg om een hoger goed, God dienen, na te streven. Dat er ook andere werelden zijn, realiseert Lutkie zich nauwelijks en evenmin dat een paardenmiddel (fascisme) je niet verontschuldigt als je een hoog gedacht doel voor ogen hebt. Na de oorlog wordt het heel pijnlijk, om fascisme te blijven verdedigen. De biograaf is best kritisch op Lutkie, maar zit soms te dicht op diens huid. Alleen al het na-oorlogse spreken van Lutkie moet voor de slachtoffers van de oorlog ondraaglijk zijn geweest. Lutkie kende nauwelijks empathie en bezat niet de goede smaak te zwijgen. Dat hij heel veel mensen ook metterdaad geholpen heeft, is in dit opzicht een heel klein doekje voor het bloeden.
Een biografie over een priester van wie je niet kunt zeggen of hij nu ‘goed’ was, of ‘fout’: daar kan niet veel aan zijn. Maar het is toch een fascinerend boek, waarin het leven van Wouter Lutkie het monument krijgt dat het verdient.