'Doen we als mainstream media onze job wel goed genoeg?' Het is een vraag die VRT-onderzoeksjournalist Luc Pauwels al jaren bezig houdt. Want hij ziet te veel verontrustende alarmsignalen. Een themadossier in 'De Journalist' in februari 2021 gaf aan dat de vertrouwenscijfers in de media tussen 2016 en 2020 van 59% naar 51% gedaald waren in Vlaanderen. Dat is niet bijster veel. Uit een eerdere enquête die naar het vertrouwen peilde in 32 beroepen, bleek dat brandweermannen, verplegers en artsen erg hoog scoorden. In België stonden journalisten op vier na laatste.
Van desinformatie, fake news was toen amper sprake. Dat veranderde na de verkiezing van Donald Trump: die gooide het politieke discours op een ongeziene manier om.
De toon werd hard en brutaal. De uitbarsting van fake news en desinformatie vergiftigt de hele samenleving en is nog lang niet voorbij. Dit moet die mainstream media doen nadenken over hun houding en positie. Lopen ze zelf zo'n vlekkeloos parcours? De antwoorden van Pauwels zijn bij momenten ontluisterend.
Luc stelt een aantal dingen zeer terecht aan de kaak. Hier en daar gaat hij wel wat te snel over zaken heen en zou een concretere uitwerking beter geweest zijn. Maar in grote lijnen goeie zelfkritiek
"Tijd geven loont dus: we vermijden ermee dat we faliekant uit de bocht gaan en alweer een deuk slaan in het al gehavende vertrouwen van het publiek in ons. Sterker zelfs: door op de rem te gaan staan, of heel traag te gaan kom je mogelijk zelfs als overwinnaar uit de bocht, met nieuwe verhalen die een verschil maken." (Pg.54) Vorige week maandag belandde ik toevallig bij een lezing van Luc Pauwels over journalistiek in tijden van fake news en AI. Ik had best nog een paar uur kunnen luisteren, maar waarschijnlijk door tijdsgebrek bleef Pauwels iets te veel aan de oppervlakte. Gelukkig verdween dat gevoel meteen na het lezen van zijn boek. Ik herken er veel van mijn eigen opvattingen over journalistiek in: we moeten meer samenwerken en volop inzetten op onderzoeksjournalistiek. Waar ik een paar maanden geleden nog helemaal weg was van 'scoops', heb ik ondertussen geleerd dat je je echt vastbijten in een onderwerp veel bevredigender is: voor jezelf én uiteindelijk productiever. Handige tips, inspirerend boek.
De journalistiek in Vlaanderen heeft geen traditie van introspectie en zichzelf in vraag stellen. Vraag maar aan Frank Thevissen die sinds de publicatie van zijn "Media & Journalistiek in Vlaanderen: kritisch doorgelicht" een soort van paria is geworden.
Respect voor journalist Luc Pauwels dat hij het met dit boek tóch aandurft om zichzelf en zijn confraters tegen het licht te houden. Want er staat veel op het spel: het postmodernisme heeft de waarheid doodverklaart en nepnieuws vindt en masse zijn weg via de socials. De grootste bedreiging voor de waarheidszoeker komt echter van binnenuit: redacties worden kleiner en kleiner door bezuinigingen, nieuwsgaring wordt daardoor steeds vaker herleid tot een oneindige productie van clickbait.
Dit boek had véél meer aandacht verdiend want het had de opening kunnen zijn van een debat over hoe we omspringen met de vierde macht.
Interessant, maar voor een journalist verwachtte ik een betere eindredactie op de tekst. Het voelde alsof ik een eerste draft aan het lezen was... Slordige schrijffouten en zelfs congruentiefouten staken geregeld de kop op.
Als studente journalistiek vond ik dit boek verbazend interessant en raad ik iedereen aan dit boek te lezen. Het mooie aan dit boek is dat het geschreven is door Luc Pauwels wie zelf journalist is. Het komt krachtiger over wanneer een persoon kritisch staat tegenover zijn job dan de externe kritiek die vaak gegeven wordt. Niet alleen (opkomend) journalisten moeten dit boek lezen, maar ook de gewone burger. Op deze manier kunnen zij ook bijleren over de media. Opnieuw zeker dus een aanrader!
Luc Pauwels zorgt met dit boek voor een echte eye-opener. De media hebben het niet slecht voor maar gaan soms te gehaast en te weinig kritisch te werk. Tegelijkertijd geeft hij echter ook aan dat er geen enkele instantie is die de vierde macht controleert. Het concept mediawijsheid komt hierdoor voor mij wel in een ander daglicht te staan. Wie op zoek is naar een gedetailleerd onderzoek is eraan voor de moeite maar wat sensibilisering betreft, is dit boek een heel goede opstap. Alleen vind ik het jammer dat het boek nog redelijk wat taalfouten bevat, alsof het toch ook weer overhaast werd gepubliceerd.
Journalistiek in tijden van Fake News. Luc Pauwels
Luc Pauwels is al twintig jaar journalist bij de VRT. Zijn uitgangspunt is dat de media tot zijn groot verdriet door het publiek als zeer onbetrouwbaar worden ervaren, en dat dit de laatste tijd alleen maar erger is geworden, waarbij termen als “regimepers” en “mainstreammedia” ingang vonden en een negatieve bijklank kregen. Pauwels heeft nl. een zeer verheven idee over zijn beroep. Terecht, want de Vierde Macht is inderdaad zeer machtig, en de vrijheid van pers is grondwettelijk gegarandeerd. De media behoren een beetje de waakhond van de samenleving te zijn. Volledig akkoord. Maar: “Je moet dan vooral hopen dat die Vierde Macht voldoende zelfreinigend is.” En daar wringt het schoentje. En dan hebben we het niet eens over de Britse tabloïds. Ook de zogenaamde kwaliteitskranten en de openbare omroep zijn onderhevig aan fouten. Pauwels gaat die analyseren en in hokjes onderbrengen, naar mijn gevoel in sommige gevallen nogal artificieel. De hoofdstukken, telkens gelardeerd met veel interessante casuïstiek, zijn: We hebben het te laat gezien We laten ons teveel wijsmaken We laten ons teveel opjagen We laten ons teveel afleiden We laten ons teveel afglijden (over ethiek en respect, of het gebrek daaraan, m.b.t. slachtoffers, daders en hun familie) We laten ons teveel opnaaien Ik heb de indruk dat die dingen vaak toch nogal samenhangen, en dat veel fouten in mindere of meerdere mate teruggebracht kunnen worden tot het trio snelheid/concurrentie/geld. Die zijn in mijn ogen onlosmakelijk verbonden, want time was en is nog altijd money. Journalisten staan onder zware druk om primeurs te brengen en de concurrenten voor te zijn, al was het maar een uur. Zeker de moderne communicatiemiddelen hebben dit allemaal nog scherper gesteld. Het boek is voor een stuk autobiografisch. Pauwels maakt hoe dan ook een erg integere indruk maar lijkt het tegelijk toch zoveel mogelijk te vermijden om mensen voor het hoofd te stoten. Volledig in lijn met zijn eigen overtuiging: wees eerlijk, grondig, check alles twee of meer keren, wees niet gemakzuchtig door gewoon mee te geven “volgens die of die is het zo of zo…”, en heb respect voor de mens achter je onderwerp. Dat vind ik zeer prijzenswaardig, zeker in deze tijden van opgeklopte polarisatie en vergroving van het taalgebruik, maar hierdoor ontstaat toch soms een beetje een enerzijds-anderzijds verhaal, waarbij je niet goed weet welke kant het uitgaat. Nu, liever dat dan weer een overtrokken en onvoldoende gefundeerde beschuldiging. Met name in de controverse rond Johan Vandelanotte, de socialistische toppoliticus uit Oostende, moet Pauwels dansen op het slappe koord. Hij had natuurlijk zelf het vuur aan de lont gestoken door de publicatie van het boek De Keizer van Oostende, samen met Wim Van den Eynde in 2012. Dit was een onderzoek naar belangenvermenging en machtsmisbruik door Vandelanotte. Die reageerde furieus, door bevriende journalisten voor zijn karretje te spannen en ook met een rechtszaak, die hij toch verloor. Zelf publiceerde Vandelanotte in 2021 het boek Machtspoliticus pur sang, waarvan de titel alleszins geen goed begin was om machtsmisbruik te ontkennen.
Toch is er iets wat mij hindert in zijn hoofdstuk 6. Pauwels beschrijft hier concreet meerdere leugenachtige reportages, waarbij bekende journalisten uit binnen- en buitenland van hun voetstuk vielen: - De geradicaliseerde moslimwijk in Den Haag - de baby die verslaafd was aan drugs - de Amerikaanse burgermilities aan de Mexicaanse grens - de onderzeeër van de Amerikaanse zeemacht in actie tijdens de Iraanse oorlog - het voetbalinterview met Michy Batshuayi - het zogenaamde geweerschot in de reportage van Robin Ramaekers in Haïti. Pauwels vermeldt dat in deze reportages diverse “feiten” en interviews met betrokkenen puur gefantaseerd waren, maar vergeet te zeggen dat de grond van de zaak wel telkens overeind blijft: in sommige wijken waar allochtonen de meerderheid vormen, lijken die soms te denken dat zij mogen bepalen wat er in het straatbeeld gebeurt en wat niet (zie de reportage Femme de la rue van Sofie Peeters uit 2012); de Amerikaanse burgermilities bestaan wel degelijk: hun woordvoerster komt voor de proppen met protest tegen de reportage; er was wel degelijk een Amerikaanse onderzeeër die een kruisraket afvuurde op Iran, zij het op een andere plaats en tijdstip; Ramaekers kreeg wel degelijk een steen naar het hoofd, maar dus geen geweerschot. Dat wordt in deze laatste drie gevallen ook expliciet door Pauwels vermeld. De fouten van de journalisten waren dus vooral uit de duim gezogen verfraaiingen, die enkel konden gedijen en grif geloofd werden door de eindredacteurs, omdat de grond van de zaak reëel was.
Over de stijl: je voelt wel dat Pauwels geen schrijver is. Hij heeft de neiging met erg korte zinnetjes te werken. Ook lijdt hij aan een euvel dat bij wel meer journalisten lijkt voor te komen (het viel me met name op bij Johan Op de Beeck in zijn boek de Staatsvijand): overuitleggerigheid. Een hele alinea waarin drie keer hetzelfde uitgelegd wordt in andere bewoordingen. Duidelijkheid juich ik toe, maar één keer moet volstaan.
Al met al een interessante, persoonlijke en gewetensvolle kijk op het beroep.
Mooi gebalanceerd werk dat je doet stilstaan bij de rol van media vandaag en morgen. Leest vlot weg en is is minder provocatief dan de begeleidende kranteninterviews lieten uitschijnen.