het lawaai van ons
Opmerkelijk goed boek. Wel doorlezen, want dan komt het vlechtwerk van begrippen en verhaallijnen ten volle tot zijn recht. Marsman vertelt het persoonlijke verhaal van hoofdpersoon Ida en het verhaal over klimaatverandering en legt geraffineerd verbanden tussen die twee. De compositie is een originele mix van fictie, essay (inclusief literatuurlijst) en poëzie, leesbaar en aantrekkelijk geschreven, met af en toe de bekende uitglijers in zinloze taalconstructies die schijnbaar onvermijdelijk zijn in boeken van de hand van mensen die filosofie hebben gestudeerd.
Leeswaarschuwing: aantekeningen voor mezelf gemaakt, één grote spoiler, even anekdotisch als het boek zelf
Kantelpunt
Ida staat op het kantelpunt van student naar iemand die zichzelf in het leven onderhoudt en in stand houdt. Ze zoekt naar richting en houvast en valt steevast als een tuimelaar achterover in terugkijken naar haar depressieve kindertijd met de ontdekking van haar homoseksualiteit en het mensbeeld van haar moeder dat alle mensen slecht zijn. Om de sprong naar een werkend leven nog even uit te stellen, gaat ze een stage aan bij klimaatwetenschappers waar ze op een andere manier de thema’s van haar zelfobsessie tegenkomt: kinderen (worden er teveel van geboren in de wereld), depressie (de onmacht van individuele mensen om klimaatverandering te stoppen maakt apathisch), goed versus volmaakt leven (niemand kan leven zonder op enige wijze impact op de natuur te hebben), zichzelf belangrijker maken dan ze is (de natuur kan bestaan zonder mensheid, andersom niet), het kantelpunt in haar leven loopt parallel met het kantelpunt van de mensheid (van het stabiele holoceen naar het destructieve antropoceen), liefde voor spullen (eerbied voor de natuur), symptoombestrijding in therapie (geo-engineering om klimaatimpact te reduceren), egoïsme in de relatie met haar vriendin (de mensheid denkt ook alleen maar aan zichzelf)... Ondertussen worstelt Ida met de relatie met haar vriendin Robin die de stap naar zelfstandigheid en verantwoordelijkheid al heeft gemaakt.
(Noot: geo-engineering: sulfaat injecteren in de stratosfeer, reflecterend materiaal in zee kieperen of woestijnen wit verven om zonlicht te weerkaatsen).
Dilemma
Eén thema schuurt bij mij in het bijzonder. Marsman schrijft dat de inzet van de wetenschap om van dodelijke ziektes chronische te maken desastreus is vanuit klimaatoptiek omdat dit bijdraagt aan de overbevolking van de wereld. Uit de media weten we dat zo’n ziekte, het afschuwelijke kanker, Lieke Marsman heeft getroffen. Hoe zou zij sindsdien over haar individuele leven denken? Hier uit zich hét dilemma aller duurzaamheidsdilemma’s: hoe verbinden we het eigenbelang van mensen, individueel en in rollen in samenleving en bedrijfsleven met impact, met het grotere belang van de mensheid als onderdeel de natuur? Oftewel: ego met geo. Oftewel: red jezelf, begin bij de natuur.
Wie is ‘ik’
De verleiding is groot om in de stem van de verteller die van de schrijfster te horen. Vooral door de essayistische schrijfstijl. Maar klopt dat wel? Even wat snelle factchecking: lesbisch (bron: gaykrant), ‘This changes everything’ van Naomi Klein (bron: Trouw), therapeut en zichzelf groter maken dan ze is (bron: interviewsekkers.blogspot), check. Opgegroeid in een vinexwijk, in Den Bosch?? Twijfelgeval, niet echt een vinex-stad, toch? Stage in Italië, daar vind ik geen bewijs van. Broer? Geen broer. Check. Kortom: laten we er vanuit gaan dat de hoofdpersoon Ida een personage is en niet proberen om te fileren welk deel van haar de schrijfster vertegenwoordigt en welk niet. Ik heb eerder de indruk dat Marsman haar personage heeft gemodelleerd naar kenmerken van klimaatproblematiek (zie hierna).
Onderzoek
Dit boek is te lezen als een onderzoek naar hoe je een goed mens kunt zijn. Uitgangspunt daarbij is de aanname dat de mens van nature slecht is en dat verdoezelt met de illusie dat dit vooral voor anderen geldt. Marsman onderzoekt het thema via allerlei invalshoeken: trouw in relaties en familieverbanden; goed omgaan met de natuur; leven volgens normen en waarden van een oudere generatie; god als oorzaak van het slechte (en de mens als die van het goede); (tiener)depressies, alleen willen zijn en toch eenzaam kunnen zijn; een geslaagde dag hoeft niet een volmaakte dag te zijn (P. Handke); .... . Het levert een verzameling van situatie-impressies, essay-achtige overdenkingen, citaten, zelfs poëzie op. Echter - helaas is er een ‘maar’ - ik mis een verband, een kapstok voor haar ideeën waardoor het boek een beetje op mij overkomt als anekdotisch. En soms een beetje gemakkelijk, wanneer Marsman alle verantwoordelijkheid voor het gevoel van ongemak van haar hoofdpersoon buiten haarzelf laat zoeken.
Rode draad
Misschien heeft Marsman expres een rode draad door haar ideeën achterwege gelaten. Ze laat haar hoofdpersoon zeggen dat die geen moedertaal heeft wanneer het op betekenis aankomt, dat ze is opgevoed met allerlei principes zonder rode draad. Daardoor werkt ideologie voor haar als het weer: veranderlijk en wisselvallig. ”Ik schipper tussen enerzijds het verlangen een actievere bijdrage aan de maatschappij te leveren, anderzijds het verlangen die maatschappij volledig buiten te kunnen sluiten.”, waardoor elke dag voelt als een compromis. Kun je het treffender beschrijven? Ze heeft moeite met contacten leggen. Haar vriendin Robin zit in allerlei commissies ”(...) waar ze zich moeiteloos doorheen delegeert.” Hahaha.
Kinderen
De rol die Marsman geeft aan de obsessie van Ida met haar kindertijd wordt in de tweede helft van het boek duidelijk. Daarin onderzoekt Marsman de rol van kinderen bij het tegengaan van klimaatverandering. Ze stelt dat het nodig is dat er meer mensen sterven en minder kinderen worden geboren en dat die visie bij veel mensen weerstand opwekt (”Milieunazi”). Ze vraagt zich af waarom mensen kinderen verheerlijken: iedereen is het geweest, het is een levensfase vol angsten en onzekerheden. Marsman geeft zelf het antwoord door Ida te laten verlangen naar een kind met haar vriendin - het is onze biologie om te willen voortplanten.
Depressie en klimaat
Ida tobt als kind met depressies en angsten, en als jong volwassene nog steeds. Ze is in therapie. Marsman beschrijft dat door depressie je gevoel van tijd vervaagt: geen warme nostalgie meer over het verleden, geen hoop voor verbetering in de toekomst, alleen een langgerekt nu vol niet-ervaren. Daarom háát Ida leven in het nu. Klimaatverandering heeft tijd nodig. Dus fitte mensen, geen depressieve. Aan de andere kant is klimaatverandering zo groot en onbeïnvloedbaar dat je er depressief van kunt worden.
Relatie
Ida filosofeert over haar relatie. Ze verlangt naar harmonie met haar vriendin, maar vindt ook conflict door hun anders-zijn: Ida introvert, Robin extravert. Ida fantaseert over burgerlijke dingen zoals kinderen en een vakantiehuis in de bergen voor grote familiebijeenkomsten, én vraagt zich af of haar geliefde wel goed voor haar is, en of ze dat nog kan worden. Ze zegt gedichten op om zichzelf beter te kunnen verdragen.
De titel
Als Ida op een dag als vroege puber haar moeder helpt met koken zeg haar moeder naar aanleiding van nieuwsberichten over de oorlog in Joegoslavië dat alle mensen slecht zijn. Ida wil goed zijn en besluit dat zij dus het tegenovergestelde van een mens moest worden. Jaren later nuanceert vriendin Robin het idee over mensen; zij vindt dat mensen ook lief voor elkaar kunnen zijn.
Taal
Taal is problematisch. Mulish noemde taal een barrière. Wat hij daarmee bedoelde is dat als je over iets schrijft voor anderen, dat je dat moet doen op een manier waarop die anderen begrijpen wat je bedoelt. Marsman haalt Kant aan, die in zijn Kritiek van de zuivere rede betoogt dat betekenis niet in de werkelijk kan worden gevonden, maar er door mensen aan wordt toegekend. Objecten leveren informatie aan de zintuigen en het bewustzijn ordent, duidt en begrijpt. Een idee bestaat uit taal en kan in dat domein worden uitgewisseld, maar het wordt ingewikkeld als je een gevoel wilt overbrengen of iets uit de werkelijkheid wilt beschrijven of duiden, als je iets van buiten de wereld van de taal die wereld inlaat. Daar is het Marsman volgens mij deels om te doen in dit boek. Misschien dat ze daarom experimenteert met taal in dit boek, om hetzelfde gevoel op verschillende manier aan te bieden in de hoop dat er één of twee raak zijn. Als hagel, taalhagel. Inmiddels is het idee van Kant over taal en duiding een breed geaccepteerd idee, maar zeg nou eerlijk: maakt het benoemen van de ziekte de covid19-patiënt op de IC meer of minder ziek? Of de kanker-patiënt, om Marsmans eigen ziekte aan te halen? Nee toch? Dus hoe we praten over ziekte verandert niets aan de ziekte zelf, die bestaat autonoom in de werkelijkheid. Uiteindelijk bestaat taal ook uit cellen en chemicaliën van het brein, uit dezelfde materie waaruit de werkelijkheid bestaat. Ik vind dat filosofen taal teveel gebruiken om zichzelf en anderen zand in de ogen te strooien. Ida weet dat dagen waarin ze zich geslaagd voelt, dagen zijn waarop het haar lukt om precies te zeggen wat ze denkt: ”Dit gevoel, het gevoel je de taal volledig te hebben toegeëigend, zou je inspiratie kunnen noemen. Het is een machtig gevoel.” Helaas maakt ook Marsman zich soms schuldig aan de neiging die typisch is voor filosofen om taalconstructies te bedenken om bijvoorbeeld aan te tonen dat ‘zijn’ tegelijk ook ‘niet-zijn’ inhoudt: taal maakt gelukkig, wat eigenlijk ongelukkig zijn inhoudt, dat soort dingen - waarmee ze toch weer taal inzet om barrières op te werpen. Als een stuwdam...
Belangrijk
Ida leert van haar therapeut dat het haar helpt om zichzelf niet belangrijker te maken dan ze is. Zo biedt Marsman ons meer fijne bespiegelingen.
- Zoals dat alcohol en seks eigenlijk niet vervelen versus al het andere in het leven wel.
- En dat ex-geliefden wegzakken in willekeurigheid, in de grijze massa ondanks de noodzakelijkheid van de verbintenis toen die er was - en dat geldt ook voor jou vanuit het perspectief van de ex-geliefde. Dit vind ik één van de belangrijkste observaties in dit boek, die van de toevalligheid van liefde en verbinding tussen mensen.
- Je kunt mensen aan je binden door ze schuldgevoel te bezorgen.
- Een gebeurtenis die waar is maar die je teveel belang toedicht, is een leugen. (Geldt dat ook voor jezelf teveel belang toedichten?)
- Mannen zijn bang dat zijn voor vrouwen alleen interessant zijn om seksuele en emotionele - en dus economische - redenen, volgens een essay van Adrienne Rich.
- Het domein van homoseksualiteit strekt zich uit tot ver buiten jaar eigenlijke grenzen: de schaarse ontmoetingen in bed zijn blijkbaar van groter belang dan alle ontmoetingen buiten het bed.
- Het Joni Mitchell-probleem is niet leuk gevonden worden of vanwege de verkeerde reden (vanwege de vroege folksongs van Mitchell in plaats van de muzikaal interessantere jazz- en klassiek-geïnspireerde late stijl). Citaat Mitchell: ”I’m fluid. You know. Everything I am I’m not. And that’s the way with all people if they really observe themselves.”
- Verlies wordt door anderen opgemerkt, behalve jezelf verliezen door teveel te drinken, te eten, te sporten, drugs gebruiken, te hartstochtelijk lief te hebben.
- Aan jezelf denken is niet hetzelfde als zelfreflectie. Hahaha.
- Weltschmerz is onvervuld verlangen, lijden aan de wereld; depressie is gebrek aan verlangen wegens gebrek aan gebrek (=overvloed).
- De idee van een ziel als een ondeelbaar bewustzijn is strijdig met conflicterende gevoelens: tegelijk bang én moedig zijn, tegelijk weg willen én willen blijven, tegelijk groots en zielig kunnen zijn, paradoxaal.
- Op een rotdag verlang je naar een volmaakte dag; een geslaagde dag ís. Een volmaakte dag moet je zelf inrichten, terwijl een geslaagde dag jou inricht, je verzet je niet.
Italië
Precies halverwege vertrekt Ida naar Italië. Met gemengde gevoelens en pijn in haar hart. Ze gaat helpen met publiciteit bij het opblazen van een stuwdam. Ze merkt dat alleen weghalen niet aanspreekt, mensen willen weten wat ervoor in de plaats komt. Interessante gedachte: David Attenborough pleit in zijn laatste film voor het opnieuw laten verwilderen van de aarde, creëren van overcapaciteit: de mens weghalen zonder er iets voor in de plaats te stellen.
Klimaat
De meeste klimaatdoden vallen niet bij een natuurramp, maar geleidelijk en één voor één, die vallen niet op. Je kunt er niemand direct en volledig de schuld van geven. Er zijn teveel mensen; de wetenschap zou moeten stoppen met het verlengen van mensenlevens, óf moeten werken aan het reduceren van het aantal geboortes; in Italië is het reproductiegetal < 1, dwz voor elke Italiaan die sterft komen er minder terug. De mens maakt zichzelf belangrijker dan ze is: de natuur kan bestaan zonder de mensheid, andersom niet. Toch spreken wetenschappers van dit tijdgewricht als de overgang van het stabiele holoceen naar het vernietigende antropoceen. Wat ik hier eigenlijk mis is de desastreuze rol van religie in het overdreven zelfbeeld van de mensheid. Om aan te geven hoe sterk de natuur is, beschrijft Marsman wat er gebeurt als een groot rotsblok in een stuwmeer valt: een vloedgolf spoelt over de dam, door het stroomdal en verwoest alles onderweg. De golf duwt lucht mee wat een schokgolf teweeg brengt die erger is dan Hiroshima. Om de mens terug te brengen tot natuurlijke proporties laat Marsman een wetenschapper analyseren dat ook denken is terug te brengen tot natuur en biologie: cellen en chemicaliën. Het subject is ook object .
Antropoceen
Marsman onderbouwt op verschillende manieren het bestaan van het antropoceen. Te beginnen bij Copernicus, die aantoonde dat de aarde om de zon draait. Ze laat zien dat de mensheid (lees: de kerk) er lang over heeft gedaan om dat inzicht te accepteren. Ze haalt Archimedes aan, die pleit voor het innemen van een buitenstaanderpunt voor overzicht; een goddelijk gezichtspunt voor universele uitspraken. De mensheid neemt zo’n standpunt niet in ten aanzien van klimaat. Hier schiet Marsman tekort. Ze haalt het argument aan dat de natuur onverschillig is en dat de mensheid daarom onbeperkt mag huishouden; nergens haalt ze het argument aan dat de mensheid met dat huishouden niet alleen het belang van de natuur schaadt, maar juist ook dat van zichzelf. Ik vind dat een relevante tekortkoming in dit boek. (Later dicht Marsman taal zo’n buitenstaanderstandpunt toe ten opzichte van de werkelijkheid, maar we hebben eerder gezien dat de redenatie van een van de werkelijkheid vervreemde taal geen stand houdt, en overigens niets aan problemen in de werkelijkheid oplost, daarvoor is taal vaak niet eens nodig). Na Archimedes en Copernicus is het de beurt aan Descartes die de mens verhief boven de rest van de natuur door (zelf)bewustzijn te identificeren. Tevens denken we sinds hem in objecten en subjecten, waarbij we subjecten (mensen) boven objecten (de rest van de natuur) plaatsen. Een gevaarlijke denkfout die op niets anders is gebaseerd dan hoogmoed. Tenslotte Kant die betekenis en duiding exclusief bij mensen legt, waardoor de hoogmoed en het egocentrisme van de mensheid nog verder werd gestimuleerd. De natuurkunde en technologie (landbouw, machines, fabrieken, de verbrandingsmotor, atoomenergie en kernwapens, etc) van mensen geeft het klimaat vervolgens de nekslag. We zijn als mensheid te slim en te vaardig geworden. Zonder natuurlijke vijanden zijn we met teveel en onze eigen grootste vijand. Om de natuur in dit denkraam te krijgen, pleiten filosofen voor het opheffen van het onderscheid tussen objecten en subjecten (Meillassoux in The great outdoors), waardoor aan objecten rechten kunnen worden toegekend, bijvoorbeeld aan regenwoud, dieren en planten.