Een kabinetsmedewerker, arbeider, zanger, vastgoedmagnaat, schoondochter, veiligheidsagent, poolreiziger en zieneres beleven elk hun eigen Valentijnsdag. De ene bereidt nerveus een persconferentie voor, een ander worstelt met haar gerenommeerde schoonfamilie, iemand stak net te voet de Zuidpool over. Acht levens die zich los van elkaar afspelen, maar ook weer niet. Voortgestuwd door een gedeeld oerverlangen (laten we het liefde noemen Ð het is er tenslotte de dag voor) veroorzaken zij golven en rimpeltjes die over de hele wereld rollen en zo ook Stijn bereiken, een 17-jarige jongen, gefascineerd door de gouden plaat aan boord van ruimtesonde Voyager en tot over zijn oren verliefd op het mooiste meisje van de wereld. In negen hoofdstukken schetst Stijn Vranken de gebeurtenissen die zich al dan niet werkelijk afspeelden op 14 februari 1990. Deels gebaseerd op krantenartikels en beeldfragmenten, deels ingevuld met veronderstellingen en flagrante onwaarheden. Een tango van feit en fictie, in een fascinerend en met humor geschreven romandebuut over elke mens die ooit heeft bestaan. Stijn Vranken is bijna 20 jaar programmamaker en regisseur bij Woestijnvis. In de winter van 2019 ging hij thuis aan tafel zitten om eindelijk die debuutroman te schrijven.
We schrijven het jaar 1990. Ikzelf word en ben dat jaar welgeteld 2. Te jong om heel veel van de wereld mee te krijgen. Voor mij geen Voyager of vastgoedmagnaat of Amerikaanse president die gekke dingen doet. Schrijver Stijn Vranken is er dan gelukkig wel al 17. Hij, oud genoeg om gefascineerd te zijn door de wetenschap én de liefde. Oud genoeg ook om er vele jaren later een roman aan te wijden. Over een bepaalde dag in dat gezegende jaar: Valentijn. 14 februari 1990.
Al van bij het eerste van 9 hoofdstukken voel ik een bepaalde verbondenheid met Stijn. Zijn schrijfstijl voelt de ene keer ontzettend nonchalant, alsof de specifieke woorden ondergeschikt zijn aan het verhaal. Een andere keer staat een wat geknutselde metafoor je als een oude vrouw aan een bushokje op te wachten. Telkens voelt het als een dunne lijn tussen spreektaal en schrijftaal. Alsof 17-jarige Stijn, die opduikt in het laatste hoofdstuk zijn fantasie rond bepaalde krantenartikels neerschreef en daar vele jaren later nog een stuk aan schaafde. Het is een stijl die ik zelf durf hanteren in mijn schrijven. Misschien niet zo goed. Misschien anders. Maar hij voelt wel als verbonden aan.
En toch. Bij het eerste verhaal rond de Voyager vind ik naast de stijl ook de inhoud boeiend. Grappig, verrassend, spitsvondig. En dat is ook het geval bij het verhaal van de kabinetsmedewerker. Zeker wanneer ik linkjes tussen de verhalen begin te spotten. Alleen voel ik het allemaal al iets minder bij dat van de arbeider. Hoe verder het boek vordert, hoe meer de verhalen in elkaar verstrengeld raken, hoe meer last ik heb om er bij te blijven. Wat eerst een toffe taalvondst lijkt, voelt middenin het boek als een "nietnogeensneologisme". En wat eerst een leuke plottwist was, wordt een ‘oh ja natuurlijk is dát de vastgoedmagnaat’. Alsof je als lezer je antennen hebt opengezet en eerder al om de hoek kijkt op zoek naar de linkjes dan nog te genieten van het verhaal op zich.
Ik leg het boek een paar dagen aan de kant. Misschien ligt het aan mijn gemoedstoestand. Misschien ben ik even te negatief om het mooie in het boek te zien. Hi it’s me. I’m the problem. Wanneer ik terug begin te lezen heeft de negativiteit in mijn hoofd inderdaad terug plaats gemaakt voor waardering. De linken tussen de verschillende personages zijn zo nauw met elkaar verbonden als was het een Deense crime. Clever.
De terugkerende thema’s leiden naar een apotheose waarbij de cirkel terug rond is. Van een boom over casettes tot de liefde. Uiteindelijk leidt alles terug naar de liefde. Mooi. Kort samengevat. Was het boek een stukje korter en een aantal verhalen een stukje gebalder dan had ik het waarschijnlijk nog net iets beter gevonden. Dan was mijn 3,5 waarschijnlijk een 4. Al doen die cijfers er uiteindelijk zo ongelofelijk weinig toe. Toch?
4.5 - lelijke cover, maar heel mooi verhaal. Fijne schrijfstijl, clever hoe de verschillende verhalen raakpunten of overlappingen hebben en op die manier met elkaar verbonden zijn. Ik hou wel van zo’n puzzled book. Heel gedetailleerde uitwerking van elk verhaal/personage. De ene boeide me wel meer dan de andere..
Deed me ook enorm denken aan Wolkenatlas, maar dan leesbaarder, want dat boek moet ik nog eens een tweede kans geven..
Ik vond dit geen leuk boek. Elk hoofdstuk is een op zichzelf staand verhaal, waardoor je telkens opnieuw moet kennismaken met een nieuw personage dat daarna volledig verdwijnt. Dat maakte het moeilijk om echt mee te leven of geraakt te worden.
De link tussen de verschillende personages is bovendien erg ver gezocht, waardoor het voor mij geen samenhangend geheel werd.
Schitterend geschreven, bezien vanuit het perspectief van diverse personages op 14 februari 1990. Valentijnsdag. Een boek vol maatschappijkritiek, politieke issues, hartzeer, schandalen en een hilarisch hoofstuk over Trump. Hij blijkt niet al te best te kunnen gokken...
Over een luchthaven:
'Ze ziet, kortom, allemaal mensen die door een gigantisch toeval voor heel even in deze speldenknop zijn samengebracht; mensen die elkaar nú nog kunnen zien en horen en aanspreken maar die zich binnen vierentwintig uur in alle hoeken van de wereld zullen bevinden om elkaar nooit meer te ontmoeten. Maar allemaal vertikken ze het om van deze kortstondige gelegenheid te profiteren om de anderen, nu het nog kan, op zijn minst te feliciteren met deze wederzijdse overwinning op de statistiek.'
En zo is het bijzonder dat Vranken al deze levens op de een of andere manier met elkaar weet te combineren. Is het feit of fictie?
Minpuntje: richting het einde een aantal verhalen die een beetje uit de toon vallen. Of ik moet ze nalezen.
Sommige mensen hebben de gave. Ze kunnen een verhaal zo vertellen dat de toehoorders aan hun lippen hangen, mentaal volledig opgaan in een fictieve wereld en het eigen leven tijdelijk vergeten. U en ik kunnen dit niet bereiken. Onze anekdotes vinden niet zelden een vroegtijdig einde doordat de toehoorders halverwege op hun telefoon gaan kijken. Stijn Vranken, programmamaker bij de Vlaamse televisieproducent Woestijnvis, heeft de gave wel. Zijn vuistdikke debuut Een bepaalde dag in het leven van iedereen is moeilijk weg te leggen, en dat komt door de levendige en beeldende stijl die de lezer de gebeurtenissen laat meebeleven. Als je het boek leest, hoor je in gedachten de stem van de verteller, die er zelf duidelijk lol in heeft. Dat ontaardt ook wel eens in al te oubollige formuleringen die niet zouden misstaan in een oude Willy van der Heide: personages beoefenen ‘de edele kunst der naastenliefde’, zien zelfs ‘een paarse olifant op rolschaatsen’ over het hoofd, maar zijn desondanks ‘normaler dan een straathond met vier poten’. Je kunt ook te leuk willen zijn. Het boek afficheert zich op de kaft als een roman, maar dat is het niet helemaal. Een verhalenbundel is het ook niet helemaal. Het laat zich het best karakteriseren als een reeks onderling op verschillende wijze licht verbonden verhalen. Een van de connecties is dat in elk van de vertellingen de datum 14 februari 1990 een cruciale rol speelt. Maar er is een subtieler verband: de gebeurtenissen in elk van de verhalen worden op beslissende wijze beïnvloed door dezelfde externe factoren – een deus ex machina voor gemeenschappelijk gebruik. Een neerstortend vliegtuig, een geheimzinnige steenklomp die op de zuidpool is aangetroffen, een flesje bronwater dat met benzeen is verontreinigd, de ruimtesonde Voyager 1 die juist op 14 februari de beroemde foto van de aarde als ‘pale blue dot’ maakt: ze hebben invloed op het leven van de meest uiteenlopende personages. Er is nog een derde, nog verborgener connectie: gelijkaardige motieven die in verschillende context een rol spelen. Zo zijn er herhaaldelijk gelieven die voor elkaar cassettebandjes opnemen of afspreken elkaar in de toekomst te ontmoeten op een in het oog lopende plek, zeg aan de voet van de Eiffeltoren of onder een eenzame oude boom. Een mogelijke bron van die motieven is te vinden in het laatste verhaal, dat het dichtst bij de auteur lijkt te staan, al was het alleen maar omdat de hoofdpersoon ook Stijn Vranken heet. Die is een leerling van de hoogste klas middelbaar onderwijs in Gent (en een Google-speurtocht naar de auteur leert dat die in 1973 is geboren, dus dat past precies). Personage Stijn is verliefd op een oud-klasgenote die inmiddels ingekwartierd is op een moeilijk benaderbaar internaat, gedreven door nonnen met een passie voor volleybal. Voor haar neemt Stijn een cassettebandje op met zijn favoriete muziek, geïnspireerd door de gouden plaat die Voyager 1 mee de ruimte in heeft genomen. Op het internaat blijkt ze die valentijnsdag echter niet aanwezig, en thuis is ze ook niet (haar moeder is onderweg naar een dringende afspraak onder de Eiffeltoren), wat leidt tot een spannende zoektocht die eindigt bij een eenzame oude boom. ‘Of dat dacht ik tenminste’ zijn de laatste woorden van het verhaal. Daarna alleen nog de relativerende woorden van Carl Sagan: ‘de waan dat wij een bijzondere plek innemen in het universum, dat wordt allemaal onderuitgehaald door die bleke blauwe stip.’
Het is 14 februari 1990 in het leven van een kabinetsmedewerker, een arbeider, een vastgoedmagnaat, een zanger, een schoondochter, een veiligheidsagent, een poolreiziger, een zieneres en Stijn Vranken. In negen hoofdstukken wordt het verhaal van deze mensen verteld. Ze lijken niets met elkaar te maken te hebben, maar toch vloeien de verhalen in elkaar. Dat maakt het zó leuk voor de lezer. . Hoewel niet elk verhaal mij even hard boeide, kon ik het boek toch moeilijk weg leggen. Ik wilde steeds weten wat het individuele verhaal te maken had met de andere verhalen. . Wat ik een meerwaarde vind, is dat de verhalen zich allemaal afspelen binnen historische feiten, gestaafd met bijvoorbeeld krantenartikels, waardoor feit en fictie volledig vervlochten geraken met elkaar. . Een veelbelovende debuutroman die mij doet uitkijken naar meer werk van deze auteur.
Twijfel tussen 4 en 5 sterren. Het verhaal neemt je in verschillende hoofdstukken mee in het leven van de verschillende personages. Op de 1 of andere manier zijn ze allemaal met elkaar verbonden.
Het boek leest enorm vlot en nodigt telkens opnieuw uit om gelezen te worden. Waarom dan geen 5? Sommige hoofdstukken zijn me wat te langdradig, maar het totale plaatje klopt wel. 1 van de betere boeken die ik de afgelopen tijd al gelezen heb, en zeker een aanrader voor wie houdt van iets complexere verhaallijnen. Het is bijna niet te geloven dat dit een debuutroman is.
Fan van de eerste twee verhalen en het einde, maar vond de andere hoofdstukken wat overbodig en weinig meerwaarde bieden aan het verhaal. Vond het opzet van de Voyager wel mooi en poëtisch. Goed geschreven maar voor mij soms ook te frivool.
Wauw! Ik kon er in het begin moeilijk inkomen, de eerste honderd pagina’s waren ff doorzetten. Maar daarna is het top! Magistraal hoe alles met elkaar verbonden wordt, door kleine knipogen. Echt heel fijn geschreven.
“Alles is een kwestie van perspectief” Debuutroman om van te houden. Voor mij was dit het ideale vakantieboek, clever, lachen, verrassend en pareltjes van zinnen. Dankjewel Stijn.
14 februari 1990. In 9 hoofdstukken maakt Stijn Vranken op Valentijnsdag een reis rond de wereld, voortgestuwd door ware en verzonnen feiten. Heerlijk boek dat je niet kan wegleggen!
Zelden zoveel pareltjes van zinnen gemarkeerd maar de verhalen waren helaas niet allemaal even boeiend. Wel nog verrast door in het laatste hoofdstuk een ex-leraar Nederlands tegen te komen dus Stijn blijkt een dorpsgenoot te zijn geweest.