Een Houellebecq achtige roman, maar minder goed. Er is te weinig spanning en gebeurt te weinig voor mijn smaak. Maar, het is wel lekker weg dromen bij een droomachtige en ontnuchterende omschrijving van Toscane. Het was een genot om te lezen maar ik was blij toen ik het uitgelezen heb.
Sja, wat zal ik zeggen... Kort samengevat vond ik er he-le-maal niks aan. Toen ik de achterkant van het boek las klonk het me een beetje mysterieus in de oren. Een tikkeltje fantasy-achtig, daar hou ik op zich wel van. Maar toen ik begon te lezen had ik al meteen moeite door het eerste deel te komen, ik kwam niet in het verhaal. Een hoop "blabla" voor mijn gevoel. Ok, dat kan, het was mogelijk geweest dat de schrijver daar eerst probeerde een bepaalde sfeer neer te zetten, een soort inleiding. Maar dit bleef het hele boek een beetje doorgaan, zodat ik -nadat ik iets over de helft was- dacht: "Waar gaat het nou eigenlijk over?" Dat zijn dochter "het boze oog" zou hebben, heb ik weinig van gemerkt, behalve dat het misschien een eigenzinnig en eigenwijs meisje is dat een beetje dwars is. De vader zet zichzelf neer als een enorme loser, wat hij misschien ook wel is. Verder hebben we een vreemde buurman, een tal aan vriendinnetjes van de vader waarvan bepaalde lichaamsdelen behoorlijk uitvoerig worden omschreven en veel details over het Italiaanse eten.
Qua verhaal vind ik het eigenlijk niet meer dan 1 ster waard, maar omdat ik wel denk dat de man kan schrijven, geeft ik het 2 sterren.
Veel gezever, maar wel goed gezever. De wereld wordt onttoverd, Toscane maakt vader en dochter enigszins kapot. Verse focaccia met goede olijfolie is goddelijk, de inwoners van de provincie Lucca zijn alles behalve verheven. Uiteindelijk blijf je een buitenstaander. Het kost een jeugd om daarachter te komen.