Heeft vrijheid van meningsuiting grenzen, en zo ja, waar liggen die dan? Die vraag heeft het openbare discours in Nederland nu al jaren in zijn greep. In dubio. Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen is een gewaagde poging die vraag definitief te beantwoorden. In een kort maar krachtig betoog laat Rob Wijnberg zien dat vrijheid van meningsuiting eigenlijk een onmogelijke vrijheid een vrijheid die grenzen vereist, maar tegelijkertijd juist die grenzen verwerpt. In een wervelend tempo, maar met oog voor gedegen argumentatie, verdedigt Wijnberg ieders recht van spreken. Of het nu gaat om een oproep tot het verbieden van de koran, een pleidooi voor de legalisering van pedofilie of het domweg uitschelden van een ambtenaar in het vrije woord wint altijd. Want vrijheid van meningsuiting is méér dan slechts het recht om te beledigen; het is het recht om te twijfelen. Aan alles.
Tijdens het lezen van dit boek zat ik de hele tijd met "België" van Het Goede Doel in mijn hoofd. Of dat mijn oordeel over het boek heeft beïnvloed? Misschien ...
Na het lezen van het nawoord wilde ik dit boek eigenlijk twee sterren geven, maar net op tijd bedacht ik me dat ik dan voorbij zou gaan aan een aantal toch wel goede punten die Wijnberg eerder in zijn betoog maakte, toen hij zijn eigen getergde filosofenziel buiten beschouwing liet. Niet dat ik het in alles met hem eens was, maar ik kon in ieder geval zijn redeneringen volgen en zien waar hij vandaan kwam. Waar zijn overtuigingen - die we eigenlijk geen overtuigingen mogen noemen omdat Wijnberg die niet heeft, er bestaat immers geen waarheid, de waarheid die Wijnberg het hele boek door in je oor tettert - toe leiden zien in we in dat tenenkrommende nawoord: tot een leeg en zinloos bestaan waarin Wijnberg drie uur per dag televisie kijkt, blowt, doelloos op internet surft en 'verveeld op het topje van de Maslov-piramide om zich heen zit te kijken, op zoek naar een nieuw doel dat zijn leven zin kan geven, zonder een moment de dwang te ervaren ook echt naar dat doel te moeten streven'. Erg jammer dat zijn pleidooi voor vrijheid van meningsuiting zo eindigt en eigenlijk alles wat hij daarvoor gezegd heeft van zijn waarde berooft. Waar ik dan nog wel heel benieuwd naar ben is wat voor licht Wijnberg gezien heeft tussen het schrijven van dit boek en zijn pleidooi voor De Correspondent in De Nieuwsfabriek, dat bol staat van de overtuigingen. Kennelijk bleek dit het toch niet helemaal te zijn. Gelukkig. Doe mij de Wijnberg van een paar jaar later maar, met een portie overtuigingen alstublieft.