‘Oké, Leif,' zei Ravna toen. 'Maar dan moet je ook echt laten zien dat je het kunt. Ga ervoor. Doe het vol overtuiging. Want weet je?' Ze liet een korte stilte vallen. 'Als je niet in jezelf gelooft, zal niemand je geloven.’
Al vroeg in De Trollen van Leif geeft de achtjarige Ravna dit advies aan haar drie jaar oudere broer Leif. Het voelde voor mij als de kern van dit boek, dat zich afspeelt in een Vikingdorp. Pieter Koolwijk heeft er duidelijk voor gekozen om het clichébeeld van de gewelddadige, nietsontziende Viking niet te nuanceren, maar juist te overdrijven (wat voor mij hetzelfde effect teweegbracht). Zo wil men elkaar bij meningsverschillen gelijk de kop inslaan, worden koeien met blote handen opgetild en worden ongehoorzame kinderen voor straf de ijskoude zee in gesmeten. De stille, zachtaardige en fantasierijke skald (een soort bard) Leif steekt hier schril bij af. Het is hartverscheurend om te lezen hoe werkelijk het hele Vikingdorp Leif beschimpt om wie hij is. Maar door het bovenstaande citaat werd ik aan het twijfelen gebracht: ís Leif echt zo stil en zachtaardig, of is het de onzekerheid die hem parten speelt? Ik herkende in Leif de jongen die ik zelf was en misschien nog ben. Zeker als kind had ik het gevoel dat hetgeen wat de mensen om mij heen deden of vonden, automatisch het juiste was. Ook dat is opgroeien: stukje bij beetje jezelf aanpassen aan de groep. Dacht ik er zelf anders over, dan hulde ik mij in stilzwijgen, om maar niet te laten blijken dat ik ‘fout’ was.
Met het ouder worden ben ik er steeds meer achter gekomen dat er niet één manier, één mening, één waarheid is. En de enige manier om dat duidelijk te maken, is door zelf de stap naar voren te zetten en te zeggen: ‘dit ben ik, zo denk ik erover.’ Pieter Koolwijk laat dit prachtig zien aan de hand van de ontwikkeling van Leif. Pas wanneer hij in zichzelf begint te geloven en in volle overtuiging naar buiten treedt, laat hij de anderen, met zusje Ravna voorop, geen keus meer om hem te zien zoals hij is: ‘Leif was van zichzelf al ontzettend stoer. Een held.’
(Leeservaring geschreven voor Vuurland)