‘Goldschmidtvariaties’ worden ze wel genoemd, de essays van Tijs Goldschmidt, waarin niets is wat het lijkt en waarin cultuur en evolutie altijd meer met elkaar te maken blijken te hebben dan je op het eerste gezicht vermoedt. In een essay over digitalisering van teksten zoekt hij naar parallellen tussen het kopiëren van DNA en het steeds nauwkeuriger kopiëren en sneller verspreiden van teksten (‘culturele evolutie’). In een ander essay legt hij verband tussen klimaatverandering, de verspreiding van exoten en intensief vliegverkeer en ander vervoer tussen continenten.
De onderwerpen van Goldschmidts essays zijn verrassender dan ooit: onze omgang met asielzoekers en zwerfwolven; de racistische achtergronden van de zoektocht naar de yeti; een fabeldier dat dreigt te veranderen in de manager van pretpark Himalaya. De rol van pornografie en schaamte in het werk van Marlene Dumas komt ter sprake, maar ook de tribale inspiratie van couturier Walter van Beirendonck.
Tijs Goldschmidt is een Nederlandse schrijver en evolutiebioloog.
Goldschmidt studeerde biologie in Amsterdam en Leiden, hij woonde van 1981 tot 1986 in Tanzania, waar hij cichliden in het Victoriameer bestudeerde als onderzoeker van de Rijksuniversiteit Leiden. Hij schreef er een proefschrift over en publiceerde het boek Darwins hofvijver, waarin hij het wetenschappelijke met het persoonlijke verweeft.
In 1993 stopte hij met het doen van wetenschappelijk onderzoek om zich geheel aan het schrijven te wijden.
Darwins hofvijver werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en bekroond met de KIJK/Wetenschapsweekprijs (later opgegaan in de Eurekaprijs) in 1995 en is inmiddels vertaald in onder andere het Engels, Frans, Duits, Italiaans, Japans en Chinees. Na dit boek publiceerde Goldschmidt vele essays, waaronder De andere linkerkant. In 2001 ontving hij voor zijn bundel Oversprongen de Jan Hanlo Essayprijs. In 2007 hield hij de Huizingalezing onder de titel Doen alsof je doet alsof in de Pieterskerk te Leiden.
Verzameling essays, die soms interessant waren (over Bernie Krause wil ik wel meer weten), maar soms ook... saai. Eigenlijk 2,75 sterren want net aan voldoende, daarom maar naar boven afgerond.
'Wolven op het ruiterpad' is een verzameling columns en essays van diverse oorsprong, al zijn de meeste eerder verschenen in het NRC Handelsblad. Er zit dus geen enkele samenhang tussen de artikelen, die, zoals verwacht meestal een biologisch of antropologisch onderwerp hebben, maar soms over kunst gaan en één over de briefwisseling tussen Gerard Reve en Rudy Kousbroek. Goldschmidt toont zich in deze stukjes geen groot stylist (de teksten zijn opvallend droog en 'stijlloos'), geen origineel denker en geen goede argumentator. Dus waarom hij een prijs heeft gewonnen voor deze bundel is mij een groot raadsel. Het gebrek aan humor helpt ook niet. Goldschmidt is duidelijk geen Midas Dekkers.
Ergerlijker zijn de kleine, in deze tijd van internet gemakkelijk vermijdbare foutjes hier en daar. Zo heeft Goldschmidt het twee keer over het Tertiair, terwijl hij eerst het Kaenozoïcum bedoelt en de tweede keer het Kwartair. Ook beweert hij op blz. 160 dat de apenkoning in Disney's 'Jungle Book' zingt en danst op 'What a Wonderful World' van Louis Armstrong, wat klinkklare onzin is. En Rachel Carsons 'Silent Spring' verscheen niet in 1964, maar in 1962 (blz. 161). Dat deze fouten al twee herdrukken hebben overleefd, verbaast mij hogelijk.
Het interessantst vond ik tot mijn verrassing het verhaal van het mij onbekende oorspronkelijke monument op de Dam dat begin 20ste eeuw werd afgebroken en verdween. Maar verder zal ik deze bundel gauw vergeten.
Omwille van zijn eerdere prachtige boeken 'Darwins hofvijver' en 'De kloten van de engel' ben ik doorgaans bereid Goldschmidt het voordeel van de twijfel te geven. 'Wolven op het ruiterpad' is echter gewoon niet goed genoeg. Enerzijds zit hem dat in de lage informatiedichtheid van de essays (vergelijk deze bundel eens met de essays van Gavin Francis, Edward Wilson of George Monbiot), anderzijds is het een uitgeversfout. Deze bundel bevat voornamelijk artikelen die Goldschmidt in NRC Handelsblad publiceerde.
Ik lees dus eigenlijk een bundel krantenknipsels. De stukken zijn kort en de diepgang matig.
Het is niet mijn kop thee. Dat zal waarschijnlijk ook gelden voor andere in evolutionaire biologie geïnteresseerde leken.
Goede schrijver met essays 'over mensen en andere troeteldieren'. Een goede essayist zet je (vanzelfsprekend) aan het denken en dat doet Goldschmidt regelmatig bij mij. Niet alle onderwerpen vind ik altijd even interessant maar dat ligt natuurlijk aan mij en mijn interesses.
Don't put wolves on the cover and in the title of your book if it is barely about wolves at all.
Overall this is just a dully-written (I felt no passion from the author's writing voice whatsoever) collection of essays with no really cohesive theme tying them together. There's a few mistakes, the author also insists on citing Shaun Ellis (who is NOT exactly the guy you want to cite when it comes to wolf knowledge. Seriously, get L. David Mech or Rick McIntyre or someone else with credible wolf knowledge instead). So overall a large disappointment that was a huge slog to get through.
"Pijnlijke stilte" vond ik interessant, een paar andere essays wel aardig, zoals "de geschiedenis van "Naatje op de Dam." De meeste waren teleurstellend en de humor flauw, terwijl de twee essays over wolven te veel op elkaar leken. Jammer, had me er meer van voorgesteld. Waarom de Jan Wolkers Prijs?
Populair wetenschappelijk bundel van essays van Tijs Goldschmidt. De essays zijn eerder verschenen in het NRC. Het is wel aardig om af en toe een essay uit de bundel te lezen, maar boeiend vind ik zijn manier van schrijven niet, hak op de tak en langdradig alsof hij er zeker wil zijn dat hij geen enkel wetenschappelijk feitje vergeet. P.C. Hooft-prijs 2023! Onbegrijpelijk wat mij betreft.
20 losse stukjes. De een wat interessanter dan de ander. De journalistieke stijl maakte sommige stukken wat saai. Het artikel over Edward O. Wilson heeft me verleid om te starten met zijn autobiografie "Van mieren bezeten."