Zuiderkruis is een denkbeeldig reisverslag waarin Claudio Magris in het kielzog van drie fascinerende personen naar het uiterste zuiden van de aardbol afreist. Hij beschrijft de lotgevallen van de Sloveense etnoloog Juan Benigar, de Franse advocaat Orélie-Antoine de Tounens en de Italiaanse non Angela Vallese.
Aan de hand van anekdotische legendes, bijzondere wetenswaardigheden en poëtische bespiegelingen doet Magris verslag van hun gedrevenheid om de inheemse volkeren van Araucanië, Patagonië en Vuurland te beschermen tegen de bedreigingen van hun bestaan. In Zuiderkruis komen de bekende thema’s uit het werk van Claudio Magris duidelijk naar voren. Hij onderzoekt de talrijke betekenissen van het uiterste zuiden, zowel in wetenschappelijke zin als in literaire zin: schrijvers over ‘het zuiden’ als Jules Verne, Edgar Allan Poe, Jorge Luis Borges en Bruce Chatwin komen aan bod.
Claudio Magris was born in Trieste in the year 1939. He graduated from the University of Turin, where he studied German studies, and has been a professor of modern German literature at the University of Trieste since 1978.
His most well known book is Danubio (1986), which is a magnum opus. In this book Magris tracks the course of the Danube from its sources to the sea. The whole trip evolves into a colorful, rich canvas of the multicultural European history.
He's translated the works of Ibsen, Kleist and Schnitzler, among others, and he also published essays about Robert Musil, Jorge Luis Borges, Hermann Hesse and many others.
"Nel dizionario della lingua degli Ona [abitanti della Patagonia a metà Ottocento (nota mia)] non c’è mai stata la parola abuelo, nonno, perché, data la breve età media, nessuno arrivava a conoscere il padre del proprio padre né il figlio del proprio figlio."
"Prolixitas mortis, dice la teologia, niente è prolisso, ridondante e ripetitivo come la morte - di uomini, di animali, di continenti e anche di popoli, con buona pace di Stalin che annunciava “il popolo è immortale”. Per suor Angela la morte non è e non sarà mai prolissa, ogni morte è un hapax legomenon, un’espressione unica e irripetibile nella Storia del mondo, perché ogni individuo è unico e irripetibile e Cristo è venuto a salvare ogni individuo, vestito di pelli di cammello, come il Battista, o dipinto di terra ocra e nera mescolata a rancido grasso di balena e coperto di uno straccio di pelle di guanaco, come i Fuegini."
"In un albero genealogico che mia zia Esperia, tanti anni fa, si era fatta ricostruire da una costosa società araldica, sta scritto che i Magris erano venuti in Italia - ovvero in Friuli, dove sono stati per secoli contadini - dalla Spagna. Ma da dove sono arrivati in Spagna? E perché dovrebbe importarcene? La vera domanda non è quella da dove si viene, ma quella dove si va."
Il filo lungo che collega Trieste alla Patagonia è anche sottilissimo. Tre brevi biografie di personaggi di scarsa fama e di improbabili per quanto vere vicissitudini. Scorre un vento alla Herzog in queste strane pagine, un vento di follia rivoluzionaria in mezzo a una natura selvaggia nella quale i popoli indigeni vivono da un’eternità, ma dalla quale non possono emanciparsi a causa di governi populisti e autoritari. I massacri ottocenteschi si mischiano alla megalomania di taluni e il risultato è sempre lo stesso. Il popolo unito ne uscirà sempre sconfitto, alla faccia dei buoni propositi. Meno interessante l’ultimo frammento, dedicato a una suora piemontese trapiantata nella Terra del Fuoco. L’autore salta continuamente di palo in frasca, coinvolgendo Poe, Lovecraft, Del Giudice e decine di altri, dimostrando infinita erudizione ma mancando il bersaglio del coinvolgimento emotivo.
De oorspronkelijke versie van Zuiderkruis kan als cursusmateriaal dienen aan vakgroepen Italiaanse letterkunde. Claudio Magris legt de lat hoog voor de lezer. Wie niet vertrouwd is met de geografie van Zuid-Argentinië en het werk van Bruce Chatwick, Thomas Mann of Jules Verne raakt soms het noorden kwijt. Dat Magris behalve gelauwerd schrijver, ook professor Duitse literatuur is aan de universiteit van Triëste kan hij dan ook moeilijk verbergen. Integendeel, hij illustreert zijn geleerdheid met veelvuldige literaire en historische referenties. Van het zestiende-eeuwse dichtwerk van Alonso de Ercilla – “volgens Voltaire een van de meesterwerken van de wereldliteratuur”- tot een boek uit 2009 van zijn landgenoot Daniele Del Giudice. In het beste geval intimideert hij daarmee de modale lezer, in het slechtste geval haakt die ontredderd af. Tussen de erudiete verwijzingen door wijdt Magris, eredoctor aan de KU Leuven, drie hoofdstukken aan evenveel historische personages. Meer dan honderd jaar geleden trokken een Sloveense wetenschapper, een Franse advocaat en Italiaanse non naar Patagonië. Via hun bekommernis om de inheemse bevolking brengt de auteur de lotgevallen van de drie samen in een filosofisch reisverslag. De lezer krijgt een gedetailleerd, doch gefragmenteerd overzicht van hun levensloop. Zo schrijft Magris over de jeugddromen van Orélie-Antoine de Tounes, de Franse advocaat, en over het testament van Juan Benigar, de Sloveense wetenschapper. Net als in zijn meest bekroonde werk Donau (1986) over de gelijknamige rivier en de geschiedenis van Centraal-Europa, vertelt Claudio Magris een veel breder verhaal aan de hand van een avontuurlijke tocht. In de jaren tachtig reisde hij zelf met enkele vrienden langs de rivier, in Zuiderkruis verwerkt hij de reizen van drie figuren uit de negentiende eeuw. En hij gebruikt de beschrijving van zijn personages om uit te wijden over geschiedenis, literatuur en de filosofie van geschiedenis. “De echte vraag is niet waar je vandaan komt maar waar je naartoe gaat. De oorsprong is onzekerder dan het eindpunt. (…) Hoe verder je graaft in de onderaardse wereld van het verleden des te onpeilbaarder blijkt de oorsprong van de mens, zijn geschiedenis en beschaving die steeds dieper wegzakken in een bodemloze afgrond.” Voor die prachtige regels verdient niet alleen professor Magris een kort applaus, ook vertaalster Linda Pennings krijgt een pluim op haar hoed. Het is echter geen toeval dat mevrouw Pennings professor Italiaanse literatuur is aan de VU Amsterdam. Dit boek is geschreven door twee academici. Beiden meer bezorgd om de juiste spelling van homunculus harringtoni dan om de begrijpbaarheid van een tekst voor leken. Een aanrader voor eredoctorandi.
A malincuore decido di dare solo due stelle: è scritto benissimo, ma non ha soddisfatto le mie aspettative. Innanzitutto non si tratta di un romanzo ma più di un saggio, citava opere di un sacco di autori o argomenti che se uno non conosce già non è semplicissimo comprendere appieno. Inoltre, la mia attenzione scarseggiava molto, purtroppo non è stato uno di quei libri che mi teneva incollata alle pagine e spesso non mi veniva nemmeno voglia di aprirlo, per questo ci ho messo così tanto a terminarlo. E nulla, peccato.
Claudio Magris komt uit Triëste en dan heb je bij mij een streepje voor. Ooit vormde die stad de wereldhaven van een groots rijk, nu ligt Triëste triest en verloren in een uithoek van toevallig Italië, het had evengoed Kroatië kunnen zijn.
Triëste ademt nostalgie, ze is de vergeten glorie van een verdampt rijk. Geen wonder dat Italo Svevo en James Joyce, twee schrijvershelden van me, zich daar zo thuis voelden. Triëste ligt namelijk nergens.
In Zuiderkruis maakt Claudio Magris een literaire reis naar de verste uithoeken van Patagonië. Hij portretteert drie notabele (westerse) bewoners van de winderige landpunt: een Sloveens etnoloog, een Franse advocaat die zichzelf koning waant en een Italiaanse non. Ze begeven zich onder de uitstervende locals.
De middelste kende ik, want ik heb een soft spot voor Patagonië. Niet dat ik er ooit geweest ben, daarvoor is die regio me te bar en te verlaten. Ik hou van Patagonië als idee, een beetje in de voetsporen van de Vlaamse radiomaker Dree Peeremans (1949-2022). Mijn Patagonië is een vaag verlangen dat gebaseerd is op fotoboeken en verhalen van schrijvers als W.H. Hudson, Bruce Chatwin en Paul Theroux.
Claudio Magris, schrijvend vanuit zijn grand café in niemandsstad, is in goed, maar denkbeeldig gezelschap. Toch kon het boek me niet helemaal overtuigen. Magris’ schriftuur is traag en gelaagd, maar ook wat dor en academisch. De geschetste levens zijn boeiend, deze portretten zijn dat minder.
Moeilijk begin - zo veel citaten uit meesterwerken uit de wereldliteratuur dat het je duizelt, en het duurt erg lang voor je de vermoedelijke bedoeling van het boek begrijpt - inzichtelijk maken wat uiterste zuiden van de aardbol inbrengt, betekent, doorstaan heeft, in relatie tot de huidige wereld. De constructie om van alles uit te leggen, aan te bieden vanuit drie fictieve personen is verwarrend, veel van de door hen genoemde namen ken ik niet - zijn die dan wel echt? Door het constante spervuur van filosofische waarheden over dood, leven, verleden en toekomst, raakt het verhaal van de fictieve personages soms uit het zicht. Voor het derde deel (Zuster Angela) zou ik meer sterren geven, dat is een goed te volgen beschrijving van een religieus leven, de godsopvattingen van volkeren in het verleden, en de filosofische vraag of het belangrijker is waar je vandaan komt, of waar je heen gaat. Bij vlagen fantastisch, maar mijn kennis schiet tekort om dit boek echt op waarde te schatten.
Primo approccio a Claudio Magris. Mi ero fatta un'idea diversa, evidentemente. L'ho trovato di una noia mortale. Da volerlo mollare già a metà della prima delle tre storie. E non mollo quasi mai un libro. Pieno di citazioni dotte, di dissertazioni considerazioni ragionamenti che, sebbene profondi, non hanno minimamente scalfito la mia totale assenza di coinvolgimento né emozionale né razionale. Frammentario e ostico. Sembra uno che "si parla addosso", lo fa per sé stesso. Oppure più semplicemente dovrei dire "non è il mio genere"...anche se dello stesso "genere" ho letto "Due vite" di Emanuele Trevi e l'ho trovato intenso e coinvolgente, e anche quello è frammentario e ostico, quindi non è lì il problema... Ma questo ai miei occhi è sembrato proprio "senza cuore". Bocciato. Forse in futuro riproverò (magari con Danubio?) a leggere Magris, ma per un po', grazie no.
"In un albero genealogico che mia zia Esperia, tanti anni fa, si era fatta ricostruire da una costosa società araldica, sta scritto che i Magris erano venuti in Italia - ovvero in Friuli, dove sono stati per secoli contadini - dalla Spagna. Ma da dove sono arrivati in Spagna? E perché dovrebbe importarcene? La vera domanda non è quella da dove si viene, ma quella dove si va."
Comme l'indique le titre, Magris décrit trois récits historiques qui se déroulent en Patagonie à sa manière, avec des commentaires justes et précis. Le choix des anecdotes a été très rigoureux, puisqu'elles représentent bien ce que les Autochtones d'Amérique du sud ont subi. Son passage sur les Onas est tout simplement bouleversant. Il est presque garanti que le lecteur voudra en savoir plus.