De Amazone en Drenthe, het lijkt nogal een verschil en dat is het natuurlijk ook. Reisschrijver Redmond O’Hanlon trok zich met zijn Nederlandse vrouw Marijn na een avontuurlijk leven terug op het Drentse platteland. ‘Natuur is de enige troost die we in het leven hebben,’ is een bekende uitspraak van Redmond O’Hanlon. Dat wordt maar weer eens bewezen in dit dagboek van Marijn O’Hanlon, waarin zij het dagelijks leven beschrijft in de grote tuin van een huis met een ooievaarsnest op het dak. Meeleven met de natuur blijkt een probaat middel tegen de kwalen van het ouder worden en tegen depressies en kan het leven in Drenthe net zo interessant maken als dat in het Amazonegebied.
Redmond O’Hanlon, de beroemde Engelse reisverslaggever en amateur-bioloog woont met zijn Nederlandse vrouw Marijn op een boerderij ergens in Drente, in de buurt van Ruinen, als ik het goed gelezen heb. Ze zijn het drukke Amsterdam ontvlucht en hopen in de natuur tot rust te kunnen komen. Marijn houdt een tuindagboek bij. Dat resulteerde dit jaar in een publicatie. Van begin februari 2021 tot eind van dezelfde maand een jaar later kunnen wij met haar meeleven in haar tuin, haar omgeving en haar huiselijk leven met haar niet altijd erg gezonde man. Ik herinner me van de VPRO-uitzending over de Beagle en Darwin - in 2009 / 2010 - dat hij toen ook al een broze gezondheid had.
Het bijzondere in de tuin van de O’Hanlons is dat er een ooievaarsnest is - op het dak van hun boerderij; niet de eenvoudigste plek om goed te observeren -, dat ieder voorjaar bewoond wordt door een ouderpaar ooievaars. Het is sowieso een va-et-vient van ooievaars in hun omgeving. Je kunt concluderen: het gaat weer goed met de meest Nederlandse vogel. Nou ja, of de ooievaar de meest Nederlandse vogel is, dat weet ik eigenlijk niet, wel even de meest grote en meest imposante in ieder geval. Waar er in mijn kindertijd, ondanks de natuurwandplaten op school, geen ooievaar meer te vinden was in het landschap, daar kunnen we tegenwoordig dankzij natuurprogramma’s als Beleef de lente in hun nesten kijken - en ook in de nesten van andere vogels. Ik maakte vorig jaar op een wandeling mee dat één van de ouders een dood of ondermaats jong het nest uit kieperde. Er stonden meer mensen te kijken en er gingen kreten van afschuw door de menigte. De meeste mensen weten dat wel, dat een dood of ondermaats jong weggesmeten wordt of soms ook opgegeten, maar toch. Om zo direct geconfronteerd te worden met de hardheid van het leven, dat is wel een dingetje… Marijn vertelt gruwelijke verhalen van jongen die tijdens voedselschaarste gras of zand te eten krijgen en daar vanzelfsprekend niet goed op gedijen - understatement - en sterven.
Ooievaars zijn er meestal maar de helft van het jaar. Veel van de grote zwartwitte vogels trekken in de herfst naar warmere streken. Er is eerder sprake van nesttrouw dan van partnertrouw, lees ik. Hé, dat wist ik niet. Ik dacht dat onder ooievaars ‘huwelijkstrouw’ regel was. In ieder geval komen in de tijd dat de ooievaars ontbreken ook de andere tuinvogels en (tuin)beesten aan de beurt. Ik noem er een paar: spreeuwen, roodborsten, putters, mussen, gaaien, the usual suspects zou je kunnen zeggen, maar ook meer bijzondere soorten als raven en groene spechten. Roofvogels als sperwers slaan hun slag natuurlijk wel eens. Die ervaring heb ik in mijn eigen stadstuin ook. Roofvogels weten heel goed waar er voedersilo’s hangen en waar vogeltjes zich in rijen staan of fladderen te verdringen.
Redmond is een soort wandelende encyclopedie en hij heeft een zeer uitgebreide bibliotheek van oudere en nieuwere Engelse natuurboeken. Die worden gretig geraadpleegd. Als kind las hij al veel over de natuur. Overigens ging hij geen biologie studeren maar Engelse taal- en letterkunde. Als een ouderwetse schoolmeester strooit hij weetjes en spreuken in het rond.
Het observeren van en het zorgen voor dieren is niet zonder gevaar. Dat wil zeggen, je bent al snel begaan met het lot van de vogels, egels en zo. Er zijn natuurlijk ook dieren die we niet willen: ratten, muizen (meestal; ik vind ze schattig, maar ik wil ze niet in huis natuurlijk), slakken (ja, ‘ergernisdieren’ numero uno zijn ongetwijfeld de slakken; hele moestuinen verdwijnen in hun. Malende kaken, jonge aanplant moet het ontgelden etc), wespen (ik laat de nesten zitten als ze niet erg in de weg hangen), of ook kauwen en eksters, die op zoek zijn naar eieren en jonge vogels en anders de vetbollen als gekken plunderen. Tot mijn genoegen las ik dat gaaien, die prachtige bijna uitheems uitziende gaaien, door mij nog vaak Vlaamse gaaien genoemd, meestal niet op zoek zijn naar jonge vogels maar naar verstopte eikels. Toch geloof ik dat niet helemaal. Ik zie in mijn eigen tuin een gaai die behoedzaam de dichte conifeer inwipt en dat doet hij ongetwijfeld niet omdat hij op zoek naar verstopte eikels.
Tot voor kort meende ik dat het verhaal dat egels slakken eten een fabel was.Slakken zijn volgens mij voor geen enkel dier voorkeursvoedsel. Toch zag ik op een eigen filmpje - wildcamera’s in de tuin - inderdaad dat een egel een slak oppeuzelde. Dat kostte best wat moeite. De slak werd om en om gerold voordat de egel eindelijk zijn scherpe tanden erin zetten en hem inderdaad moeiteloos oppeuzelde.
Een ander ‘ding’ is dat je je enorme zorgen gaat maken als je het leven in je tuin zo zorgvuldig monitort. Waarom heeft die egel zijn bakje kattenbrokjes vannacht nu niet leeggegeten? Waar is die egel überhaupt gebleven? Hoe krijg ik die kauwen en hun hongerig kroost uit mijn tuin? Hoe gaat het nu met die ooievaar met die wond in haar nek? Die papa-merel ziet er wel erg verfomfaaid uit. En dat merel-jong met zijn bedelgedrag, hoe kan die overleven in een stadstuin waar buurkatten op de loer liggen. Nou ja, die mensen zien nog een merel. Waar zijn onze merels gebleven, onze meest prachtige vroegemorgenzangers en avondzingers? Hier zijn ze al jaren niet meer te vinden. Katten zijn ook een enorme bron van zorg. Bertus, de kat van de O’Hanlons is grote vogelmoordenaar, een ergere bestaat er bijna niet. Van alles tellen de O’Hanlons in het werk om hun kat werkelijk te domesticeren. En ik heb al een paar jaar geen kat meer, maar mijn buren des te meer.
Vlak in de buurt van de boerderij van de O’Hanlons is een ooievaarsopvang, maar die is overvol. De verzorgers kunnen niet op vakantie. En wie zal voor de dieren zorgen, als zij er niet meer zijn? Bovendien, zo weet iedere vogelvoederaar en egelhokhouder, is dit een vrij dure hobby. Grappig is dat Redmond ieder stuk tuingereedschap, vooral als het nostalgische gevoelens oproept, wil bezitten. Goed gereedschap is het halve werk, dat weet ik inmiddels ook. Het onderhouden van een (moes)tuin is sowieso mega veel werk.
Dit tuindagboek is vooral voor mede-tuinbezitters en vogelvoederaars een feest der herkenning: o ja, die putters, die waren er hier ook; en waarom waren de kepen er afgelopen winter nu juist niet; en die egels hebben hier toch een paradijs aan voedsel en keuze aan verschillende hokken, waarom mijden ze ons?
En het is ook een heerlijk afwijkend huishouden dat de O’Hanlons voeren. Redmond, die aan slapeloosheid lijdt en daarom ’s nachts veel aan het werk is. Zijn overdadige Engelse ontbijten, die dat weet hij al te goed, niet goed zijn voor zijn hart. Bijna denk je: lekker stout…
Heerlijk boek! Lekker vlot geschreven! Zalig om te lezen op je strandje of onder een dikke eikenboom, als je van de zomer juist de koelte zoekt.
Bibliografie:
Titel: Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse. Ooievaarsdagboek Auteur: Marijn O’Hanlon Uitgever: Atlas-Contact Jaar: 2022 Aantal pagina’s: 254 ISBN: 9 789045 047126
Dit spiksplinternieuwe boek heb ik gezien bij de bieb en gretig meegenomen. Een aantal jaren geleden heb ik met veel plezier Redmond O’Hanlons boek over het Amazonegebied gelezen, Tussen Orinoco en Amazone. Dit boek is door zijn Nederlandse vrouw geschreven en zou over een jaar in hun tuin op het platteland van Drenthe gaan. Maar Marijn is een stadsmens en, hoewel ze heel erg haar best doet om het natuur om zich heen te leren kennen, elke keer moet ze haar man of de deskundigen van de ooievaarsopvang raadplegen. Er staan inderdaad leuke verhalen en wetenswaardigheden in over allerlei vogels, maar vaak is het Redmond die het zegt. Zijn vrouw is zijn grootste bewonderaar en spreekt (of schrijft hem steeds na). Ik heb het gevoel dat hij een grote raconteur is, maar of alles dat hij zegt helemaal waar is? En als ze een citaat van haar man geeft, is het Engels belabberd. Ligt dat aan hem of aan haar? Of schrijft hij pidgin-Engels aan haar? En er zijn wel dagen waarop er geen geduld voor hem overblijft. Geen wonder: hij is een charmeur, maar ook een niet geheel genezen alcoholist, depressief, bouwt zijn werkkamer zo vol dat je een bergbeklimmer moet zijn om erin te komen.
Voor mij was het boek een teleurstelling omdat het min of meer alleen over vogels gaat in plaats van de tuin. Persoonlijk ben ik meer geïnteresseerd in planten en insecten dan in vogels, merk ik. Zelfs de grote sterren, de ooievaars, kunnen me niet boeien in dit boek. Het heeft ook de nadelen van het dagboekformaat. Zodoende verlies je overzicht van het verhaal en de vaart gaat eruit. Er was wel één spannend iets aan het eind: zouden de oude vrouwtjesooievaar terugkomen na de winter? Vanwege de sterke stormen van het vroege voorjaar van 2022 zijn veel trekkende vogels uit de route gewaaid. De vraag of ze ooit de weg naar hun normale nestplekken zouden vinden is best wel interessant, ook voor niet-vogelaars. Jammer dat de auteur geen nawoord hierover heeft geschreven.
Helaas, dit was niet helemaal wat ik verwacht had, maar voor een ander is het misschien het perfecte niveau. Ik heb het in ieder geval uitgelezen, dus zo belabberd was het nou ook weer niet.
Een niet zo standaard roman zoals je hem gewend bent! In dit boek volg je de natuur en vooral de vogels in de vorm van een bijgehouden dagboek.
Je leert de vogels kennen vanuit het perspectief van de auteur en het is ook prachtig om te lezen hoe ze haar sociale kring erbij betrekt. Er komen verwijzingen vanuit boeken, personen en ervaringen aan bod. Dit maakt het boek enorm aantrekkelijk om te lezen.
Buiten de natuur en de vogels volg je automatisch ook haar leven en het leven wat zij deelt met haar partner.
Doordat dit boek in dagboek vorm geschreven is zou je er eigenlijk een langere tijd over willen doen. Een aanrader voor ieder die van de natuur houdt (en dan vooral in Nederland!), voor een ieder die graag de rust opzoekt maar ook voor iemand die graag leest over de rust.
In het ooievaars dagboek van Marijn o’Hanlon leef je een jaar mee met de seizoenen zoals die zich ontvouwen in de tuin van White Stork Farmhouse. White Stork Farmhouse is een boerderij in Drenthe met een ooievaarsnest op het dak. Op de cover van het boek prijkt het imposante nest op de nok van het huis.
De flaptekst beloofd dat het Drenthse platteland net zo boeiend en spannend kan zijn als het Amazonegebied, een regio waar Marijns man Redmond o’Hanlon, de bekende auteur, over heeft geschreven. En dat is zeker waar. Omdat het boek in dagboek vorm is geschreven en de grote lijn vooral een jaar wat voorbij trekt is kan het soms moeilijk zijn er in te blijven. Maar ik kan mij goed voorstellen dat het boek ook uitermate geschikt is om door de maanden heen mee te lezen. Zo kun je vergelijken, wat gebeurt er in mijn tuin en omgeving in januari of juli?
Het lezen van het ooievaarsdagboek wekt een interesse op in de eigen omgeving. En wat blijkt? Als je goed om je heen kijkt en luistert valt er in de Nederlandse natuur ook veel avontuur te vinden. Op een gegeven moment tellen Marijn en Redmond het aantal vogel soorten wat zij op regelmatige interval in hun tuin ontmoeten. Dat zijn maar liefst 15 verschillende soorten! Ik zelf kom niet verder dan een merel, koolmees, mus en duif. Er blijkt nog genoeg te ontdekken, gewoon in eigen achtertuin.