Past het dier nog op ons bord? Deze vraag houdt de Wageningse wetenschapper Imke de Boer al lange tijd bezig. De huidige veehouderij draagt bij aan de klimaatcrisis en het verlies van biodiversiteit. Moeten we daarom allemaal veganist worden? Misschien niet. Het is mogelijk dieren alleen nog te voeren met biomassa die wijzelf toch niet kunnen eten, zoals reststromen en gras. Dan past een beetje dierlijk voedsel wel in een duurzaam dieet. Maar is zo’n dieet nog wel gezond voor ons? En willen we überhaupt nog wel dieren houden en doden voor de productie van ons voedsel? Dit boek neemt je mee op een persoonlijke reis langs al deze vragen, en biedt de wetenschappelijke basis die nodig is voor het formuleren van antwoorden.
Zet je aan het denken met waardevolle vragen. Je zou denken dat iemand van haar statuur, met die hoeveelheid kennis, je de les zou lezen. Maar nee, ze belicht verschillende kanten van het systeem, toont haar persoonlijke strijd, en nodigt je uit zelf te reflecteren op de hoofdvraag van dit boek: Past het dier nog op jouw bord?
Even better than her book is her interview with Lex Bohlmeijer for De Correspondent.
De Boer writes here in a kind of free-associative style, each paragraph is long and it starts somewhere and segues along the way, ending up somewhere else. It is maybe an appropriate style for the kind of book she wanted to write, herself pondering a whole set of interrelated issues, exploring her emotions and life experience in addition to her thinking and her scientific investigation of food systems, biodiversity, what seems to need changing and so on.
One detail that was completely new to me was her discussion of various 'reststromen' - vegetable wastes - that could potentially be used to feed livestock, such that a small number of cattle and pigs and goats could actually be raised in this country without any imported/added foods. Using certain pieces of land for grazing that are not useful for other things and where the grazed grass is a good thing for the ecology of the place. Things like the solids left over after the process of brewing beer [bierbostel - and this is already fed to dairy cattle]. And all the food humans throw away [household and restaurant waste and past-used-by-date food products] are fine for pigs. PIgs can be let loose on a harvested field and they will eat up all the remains of the crop [roots etc.].
De Boer notes she lately often feels bad about eating meat and even eggs, knowing full well how many animals are killed because they are not convenient for us [male chicks of egg-laying breeds, male cattle of dairy breeds] and that *all* the animals we eat are killed way before their 'appointed time', not to mention the animal-unfriendly living conditions of livestock and chickens.
The evening after reading parts of her book, I ate in a restaurant and noticed that I felt an aversion to ordering anything with meat or poultry! Ordered tofu instead.
The book discusses many factual issues I had not known about, how phosphate is needed, how it can be obtained. Also how nitrogen oxide is very complicated, cannot be reduced to zero.
She doesn't mean her book or thinking to be pessimistic, but it still left me pessimistic, because she stresses the complexity of this whole area. At one point she says she can't give us a plan to fixing everything, that that's what politicians are for!!!! For heaven's sake, politicians are the *last* people from whom we can expect a systematic vision for the necessary changes!!!
Belangrijk boek, ik ben het er helemaal mee eens. Het is leuk, herkenbaar, menselijk dat d e schrijver af en toe wat vertelt over haar achtergrond (van paardenmeisje tot hoogleraar in iets met dieren en systemen dat ik niet meteen kan reproduceren) en de moeite die het haar kost om van de volle yoghurt af te blijven. Niet duurzaam, maar te lekker. En daaromheen legt ze uit wat er mis is aan hoe wij met dieren en de rest van de natuur omgaan. De ene keer begrijpelijker dan de ander, maar dat maakt niet meer uit als je om bent.
Wat ik heel verbazend vond is dat er in Wageningen nog een heel leger onderzoekers rondloopt dat niks wil weten van biodiversiteit en duurzaamheid en flipt bij het idee dat ze nog maar één gehaktbal in de maand kunnen eten.
Wat ik leerzaam-voor-mezelf vond is dat de schrijver als ze met een vraag zit op onderzoek gaat, en dan niet online en in de boeken, maar ook door te praten met man, familie, collega's en ook (boze) boeren. Het lijkt me eerlijk gezegd tamelijk vermoeiend om zo'n partner te hebben, maar als je je ideeën thuis al niet overeind kunt houden, kun je er beter nog even wat langer over nadenken. Voor je ze gaat twitteren of zo.
Imke de Boer schetst een utopische wereld voor waarin géén enkele rekening wordt gehouden met de praktische haalbaarheid van de plannen en ideeën die zij beschrijft. Zo staat slechts in het laatste hoofdstuk van haar boek een beschrijving dat boeren inderdaad ook goed gecompenseerd moeten worden voor het harde werk wat zij leveren. Leuk inderdaad, al die plannen maar als ideeën niet in de praktijk ook rendabel of überhaupt economisch haalbaar zijn dan houdt het gewoon op.
Dit boek is wat mij betreft dromen over idealisme. Het leest wel lekker weg maar bevat naar mijn inziens weinig concrete en praktisch haalbare voorstellen.
Een interessant en eerlijk boek over de belangrijke vraag: horen we eigenlijk (nog) wel dieren te eten? En hoe ziet onze toekomst, en die van het dier, eruit? Hoewel dit boek voor mij weinig nieuwe informatie bevatte, vond ik het wel leerzaam om eens met de blik van een ander naar dit vraagstuk te kijken.