Bij het overlijden van haar Indische grootmoeder ontdekte Ellen Deckwitz (1982) dat ze de enige in haar familie is die haar levensverhaal te horen heeft gekregen. Hogere natuurkunde - deels reisverhaal, deels mythe, deels getuigenis - is het resultaat van de talloze gesprekken die Deckwitz in de jaren daarna voerde met mensen wier wortels ook in voormalig Nederlands-Indië liggen. Ze kwam erachter dat ze niet het enige kleinkind is dat een familiegeheim op haar schouders torst.
Holds an MA in literary and cultural sciences. She has performed at Dutch festivals like Lowlands, the Nacht van de Poëzie, Poetry International, but also in Birmingham, Paris and Berlin. She was the Dutch Slam Poetry Champion in 2009, is a member of the rock.poetry formation Asphalt Fairies, and during the European Championship of Football in 2012, she was on national Dutch radio as a football expert. Her poems have been translated and published in English, German, French and Spanish.
Vanochtend las ik deze bundel uit en kon de rest van de dag amper ademhalen. Soms lees je iets dat jou leest, aansprakelijk maakt, je vraagt waarom je iets niet wist. Er is niet alleen die meer dan stille kamer, er is een vaccuum dat Hogere natuurkunde lekprikt. Hier is ook voor de lezer niet meer aan te ontsnappen. Het gedicht dat het hardste aankomt is het laatste - maar dat ga ik hier niet citeren, dat kun je pas echt voelen als je de hele bundel hebt gelezen.
"Soms hijgde ze van al dat overleven siste dat ze er ook nooit om had gevraagd een kogelvrije vitrine te zijn waar elke verlossing op afschampt
Een goed begin van de Poëzieweek: wat een prachtige en aangrijpende poëzie/prozabundel over Nederlands Indië, intergenerationeel trauma, en de mooie en nare lessen die we doorgeven aan onze kinderen. Hoewel het boek over een zwaar onderwerp gaat, is het verhaal niet (altijd) zwaar van toon: uit de zinnen spreekt ook een koppigheid en kracht. Schreeuwen in steegjes omdat je thuis altijd stil moet zijn, een pianostuk van Lizst zonder midden, wandelen over straat met een groot zakmes: je kan, zoals het laatste gedicht op de Dam, nooit gerust zijn op vrede.
"In den beginne waren er stemmen Die in me doorzongen Net zoals vleermuizen de weerkaatsing van hun kreetjes gebruiken om te weten waar de wand is, waren er weerkaatsingen waardoor ik wist wat familie was."
'Hogere natuurkunde' is meer dan poëzie: het is een vertelling in gedichten. Nederlands-Indië speelt een grote rol, maar nergens is dit boek té zwaar. Ellen Deckwitz gebruikt ook humor om dit verhaal (of deze verhalen) te vertellen. Het boek leest verradelijk makkelijk, maar als je een moment pauzeert, zie je hoe goed het in elkaar zit. De beelden zijn helder, origineel en altijd treffend; geen enkel beeld is té veel, nergens maakt Deckwitz de werkelijkheid mooier dan hij is, en toch lees je soms met een glimlach.
De gedichten zetten aan tot nadenken, maar niet op een dwingende manier. Niet alleen is dit boek prachtig vormgegeven, ook de inhoud is heel mooi in balans.
Fan van Ellen Deckwitz’s columns (de koningin van de weemoed), wilde ik eens haar poëzie lezen en dit verhaal sprak me aan om de gelijkenissen met mijn eigen oma, die ook een Indisch verleden vol geheimen en heftige ervaringen met haar meedroeg. Moeilijk om toe te geven, maar ik had best moeite met dit boek- misschien had ik toch eerst één van haar boeken ‘hoe lees ik poëzie’ moeten kiezen? Flarden van herkenning en geraakt worden, prachtige zinnen en opgeroepen sfeer, afgewisseld met geen idee wie hier spreekt en wat er gebeurt.
Raakte me erg, inhoudelijk en qua stijl. Technisch heel sterk en een plezier om betekenissen bij elkaar te puzzelen. Het terugbladeren waard tijdens het lezen zelf, en de helft van de bundel is nu onderstreept.
Indrukwekkend in alle betekenissen van het woord #Readathon 18 &19 april 2020 met Djuna, Marre en Zoë #Quarantaine-cadeau ihkv 'Jouw boekhandel overleeft' van Djuna
Deckwitz neigt er gemakkelijk naar om over the top te schrijven. Neem een zin als 'In den beginne waren er genen / die in me galmden.', geschreven in een zin waarin ze zichzelf definieert, positioneert. Het klinkt, los geciteerd, overdreven. Toch komt ze er, in de bundel, mee weg, omdat ze eerder al de beschrijving van haar grootmoeder begon met: 'Benen van staal, / borstkas van titanium.' En het eerste vers over haar moeder is: 'Trommelvliezen van beton'. Als dat de genen is die ze meekreeg, dan kan het wel galmen, ja. En zo hangt dit verhalende gedicht in twaalf delen strak aan elkaar. En bouwt ze op. Daarbij gaat het minder om wat er met haar 'Indische grootmoeder' gebeurd is. Die twee woorden op de achterflap roepen, denk ik, voor een Nederlandse lezer meteen een kampverhaal op dat ik niet helemaal mee heb. Ik heb bij momenten toch verlangd naar wat meer verhaal over de grootmoeder. Maar de bundel gaat toch vooral over de impact op drie (en meer) generaties vrouwen dan over de feiten zelf. En die weet Deckwitz erg goed in te laten voelen. De manier waarop ze daarbij speelt met wit op het blad en met overgangen naar het volgende blad, zodat je blijft doorlezen, vind ik echt straf. Om maar een iets te noemen: haar eigen verhaal en reflecties wisselt ze af met de goedbedoelde adviezen van haar grootmoeder, die telkens inspringen en tussen haakjes staan. Dat is heel overzichtelijk.
Wel grappig was mijn ervaring van gedicht 11. Het begint, zoals wel meerdere gedichten, met een tijd- een plaatsaanduiding: 'De Dam, 4 mei 2025'. Ooit was dit gedicht een toekomstbeeld, maar ik ben het beginnen lezen als een verslag van een waargebeurd iets. Tot ik besefte dat de bundel uit 2019 dateert.
'Hogere natuurkunde' heb ik met plezier en ook wel wat verwondering/bewondering gelezen. Ik had niet verwacht dat Ellen, inmiddels toch ook een beetje veel een BN'er, haar nieuwe poëzie zo zou inkleden: veel experimenteler dan voorheen, en een bundel als geheel geschreven. Beide elementen hebben ook met persoonlijke smaak te maken, mij bevalt dat zeer. Ik vermoed dat de auteur het best eng gevonden heeft deze intimiteiten aan het papier en aan de uitgever prijs te geven; dat deze bundel voor haar persoonlijk heel belangrijk is; op mij komt dat in ieder geval zo over.
Wauw. Lang geleden dat ik poëzie las, maar dit is wel echt een pareltje. Of is het meer een poëtisch verhaal? Het maakt niet uit. Het is mooi. Ellen Deckwitz kan blijkbaar én goed over boeken praten én goed boeken schrijven.
ik vrat adders, snapte niet / waar ze zo moeilijk over deden / hoe ze met hun geknakte ruggengraten / en geknakte koppen naar de boten / stommelden, / maar oké ik heb ook gewoon een groot talent / voor overblijven.)
Ik was niet zo onder de indruk van Deckwitz' bundel 'De blanke gave', maar in 'Hogere natuurkunde' weet Deckwitz haar talent tot het schrijven van mooie zinnen om te zetten in een zeer indrukwekkend autobiografisch gedicht in twaalf delen over haar Indische familie (en die van anderen), waarin ze laat zien hoe oorlog en ellende doorwerkt tot in de volgende generaties. Door het vele gebruik van wit (soms staan er maar drie regeltjes tekst op een pagina) geeft Deckwitz haar lange gedichten een uniek ritme mee. Ik verlies haar een beetje in gedicht 11, waarvan ik de boodschap niet meer goed kan volgen, maar afgezien daarvan is dit een ijzersterke bundel, die ik tot de belangrijkste, indringendste en meest urgente van de gehele Nederlandstalige poëzie reken.
Ook mijn oma groeide op in Nederlands-Indië, in een Jappenkamp. Al het leed en trauma is er nog steeds. Bij mijn moeder, bij mij. En hoe nu verder…
“Het grappige aan klappen is trouwens dat je ze zelden krijgt om iets wat je deed, veel vaker om mensen die je nooit hebt gekend.”
….
“En bij iedere doorlek denk ik aan de lappen die je schoon schrobde tot ze op hun best gebroken wit waren. Hoe je iedere maand toch hoopte dat het bloeden niet zou stoppen, want dan gaf je het door, alle ongevraagde verhalen die de botten harder maakten dan die van anderen.”
Vitale, sappige, epische bundel waarin een soort road movie in Indonesië wordt gemengd met een familiegeschiedenis die vooral kijkt naar vier generaties vrouwen, van de overgrootmoeder tot de ik-persoon. Doorgegeven trauma's van vorig generaties spelen een grote rol.
Een bundel die in je systeem gaat zitten, met indringende regels die vaker door je hoofd schieten dan je misschien zou willen. (‘Draag altijd een broek, / dan komen ze minder snel / tussen je benen.’)
3 ⭐️ 25-10-25 na een tweede keer lezen weet ik het wat meer te waarderen. hoe het trauma zich door de generaties heen beweegt. maar toch kan ik niet precies begrijpen wat er nu met het einde bedoeld wordt.
01-10-25 ik ben niet zo bekend in dit wereldje en weet daarom niet goed wat ik dit moet raten. ik vond de taal mooi geschreven en het was mij duidelijk dat er veel intense thema’s in verweven zaten. maar toch deed het mij minder dan ik misschien had verwacht.
Ik kon er niet zoveel mee, het was dat er een uitlegje op de achterflap stond zodat ik wist waar het over ging. Maar op de 1 of andere manier kwam het allemaal niet zo binnen.
Voor een lezeres met natuurkundige achtergrond is de titel ietswat misleidend. Er kwam in het boek geen hogere natuurkunde aan bod, wel een vergelijking van een mens die niets vertelt met iemand die in een geluidsisolerende ruimte zit. Het boek ging eerder om Nederlandsch-Indische geschiedenis-verwerking, ook om het verschil tussen de levensomstandigheden van 4 generaties. Voor een lezeres zonder Nederlandse geschiedenisachtergrond (ik ben Duitse) vereist het boek wat aanvullend speurwerk: Waar staat KNIL voor? Wie was J.P.Coen? Wat betekent ketimoen-sawa-Krakatau-Ramayane? Wat waren Jappenkampen, en hoeveel mensen kwamen er nou in deze kampen om het leven? Ellen Deckwitz herinnert aan oma's geschiedenis in poezievorm, en dat bevalt mij wel heel goed. Het gedicht is rijmloos maar beeldrijk, de overgangen zijn soms genummerd. Stukjen vallen op hun plek. Soms wordt er intelligent gebruik gemaakt van woorden in nieuwe context (echo als medisch onderzoek of als herhaling), maar niet iedere associatie vind ikzelf voldoende uitgewerkt. 'In den beginne', was er dan echt een begin, speelt de Bijbel enige rol voor het verhaal? -'De kolkende mensenmassa', kolkend in de trein of in de Efteling? 'Onze soort', wie is dat, wat is de conclusie: Vergeving? Berusting? Bedreiging? Of misschien een neuwsgierigheid om nog meer van het verleden te weten, te begrijpen, zelf ouder te worden?
De vierde vorm van stilte schemert hier doorheen, het is degene die vroeg of laat in iedereen ontkiemt.
'Aha!' juichte ik. 'De dood!'
Ze schudde haar hoofd. De dood was de vijfde. " (p 47)
Ik ben niet van de gedichten. Of beter: ik was niet van de gedichten. Tot ik een vriendin kreeg die dat wel was en ik een lezing op de HSN zag van Ellen Deckwitz. Spelen met taal, om een verhaal te vertellen met ritme en lagen en woordvindingen - een verwarrende ervaring met de smaak van meer. Ik las 'Olijven moet je leren lezen' en leerde gedichten eten. Nu las ik voor het eerst een gedicht / verhaal van haar (Hogere natuurkunde) en voelde me novice, bewegend, bewogen in een onbekend land. Ik vond het fijn.
Ik lees en herlees en herlees. Deze dichtbundel maakt voor mij voor het eerst echt duidelijk hoe een intergenerationeel trauma werkt. Hoe de pijn uit een familiegeschiedenis resoneert in je eigen zijn. Ook, of juist, als er nooit over die trauma’s gesproken wordt. Deckwitz beschrijft haar oma als een vrouw van staal: ‘borstkas van titanium. Sterk, trots, niet kapot te krijgen,ook al ging je erop zitten’. Soms hijgde ze van al dat overleven, ‘siste dat ze er ook nooit om had gevraagd’. Soms vindt ze mensen ongevaarlijk, ‘zolang ze geen honger hebben.’ Tussen haakjes lees je de adviezen van deze oma aan haar kleindochter, doorspekt van ironie, cynisme en de pijn uit het Jappenkamp verleden. (Draag altijd een broek, / dan komen ze minder snel / tussen je benen.) Ook de moeder komt aan bod; ‘Trommelvliezen van beton, / schouders vol knopen / rug gekromd als een vraagteken, / van het raden naar wat je wordt bespaard / door er niet met je over te praten.’ De ik zegt af te stammen van een grote stiltekamer. Herkenbaar. Verdrietig. Maar dan gevat in prachtige poëzie.
Wauw, dit was onverwacht. Ik had deze bundel al enige tijd op mijn nachtkastje liggen maar toen ik er spontaan in besloot te beginnen, kon ik niet meer ophouden met lezen. De gedichten, genummerd, voeren je mee als een soort verhaal, door verschillende generaties en vanuit verschillende perspectieven op de gebeurtenissen die in deze generaties plaatsvonden. Eloquent geschreven, met de nodige zelfspot en toch ook kwetsbaarheid. Een drie dubbele reflectie op heden en verleden over hoe de (koloniale) geschiedenis van een Indische grootouder nog steeds zijn weerga vindt vandaag de dag. Moedig, rauw en prachtig geschreven.
Het boekje lag eigenlijk klaar om terug te brengen. Toch gelezen en ik vond het uitermate boeiend. De ik-persoon is een (jonge?) vrouw. Bij het overlijden van haar grootmoeder, die van Indische afkomst is, ontdekt ze dat zij als enige haar levensverhaal heeft gehoord. Geschreven in een poëtische stijl. Prachtig om te lezen.
Deze bundel is zo goed! Hoewel ik poëziebundels nooit in één keer uitlees, kon ik deze echt niet wegleggen. En ik wil het telkens blijven herlezen. Het overerven van trauma klinkt misschien gek, maar na deze bundel is het meer dan logisch. Alsof de woorden puzzelstukjes op de juiste plek weten te leggen. Deze poëzie is voor iedereen - zeker als je meer over Nederlands-Indië wil lezen.