Een reis om de wereld in twaalf maanden. Boudewijn Büch jaagt zichzelf en de lezer de wereld over en de geschiedenis door. Hij reisde in 1998 onder andere naar Amerika, Zuid-Afrika, Oostenrijk, Zwitserland en Italië. Maar waar hij ook komt, hij zoekt overal hetzelfde: een goed oosters restaurant, een lekker bed en bovenal bevrediging van zijn ongekende verzameldrift. Wanneer hij leest over de Britse expeditie van 1807 naar Brazilië is hij hevig gefascineerd maar ook ongerust: als hij niet oppast heeft hij er een passie bij, en hij verzamelt al alles (ook porseleinen beeldjes, theelepeltjes en vlaggetjes) over Goethe, de coelacant, Napoleon, de Boerenoorlog, dodo's, foute Nederlanders, Amerikaanse presidenten en nog veel meer buitenissige zaken. Bijna dwangmatig bezoekt hij overal waar hij komt de plaatselijke musea - hoe suf ook - en rammelt hij aan de deur van elke boekhandel en antiquariaat.Voor Boudewijn Büch is 1998 het jaar van de Boerenoorlog, Andy Warhol en bovenal van Goethe, over wie hij op diverse locaties een veertiendelige documentaire maakt. Terwijl de andere leden van de televisieploeg vanwege het WK-voetbal aan de buis gekluisterd zitten, neust Büch in zijn cd-rom met het werk van Goethe in de geleerde 'Sophien Ausgabe', honderdtweeëndertig delen op één schijfje. Zelfs een boekengek die niet drinkt, rookt of prikt en voor wie elk sociaal leven een gruwel is, heeft een persoonlijke geschiedenis. 'Een boekenkast op reis' biedt een intieme kijk in dit leven, maar geeft vooral inzicht in de pathologie van een rasverzarnelaar voor wie het werkelijke leven slechts bijzaak is. Zijn taal is onversierd en groots.
Ik liet na onmiddellijk een recensie te schrijven, wat me nu zuur opbreekt. De eilandroes is intens maar vluchtig. Bij het opnieuw doorbladeren word ik meteen opnieuw gepakt door een waardering voor eilanden, al dan niet gefantaseerd, als ankerpunt voor geopolitieke claims. Die vliegen in dit boek over fantoom- en betwiste uitsteeksels heen en weer. IJsland en het VK hebben nog een onerkende oorlog gevoerd over viswateren, waarin de idiote Britse kiezel Rockall een cruciale rol speelde. Het Wrangel-eiland ten noorden van Rusland werd in feite ontdekt door Amerikanen, maar opgeëist door de Russen; professioneel dwarsligger Büch kiest hierin de kant van de Amerikanen. Japan baggert micro-eilandjes op, verstevigt deze met beton en vrijwaart hiermee visvangst voor de komende decennia. Venezuela heeft door haar bezit van Aves-eiland een territoriale water-claim die stukken groter is dan men anders zou vermoeden; de afstand tussen de Dominicaanse Republiek en het Venezolaanse vasteland is voor bijna 70% Venezolaans. Uiteraard bevat dit eiland, buiten vogels, enkel het wetenschappelijk onderzoeksstation Simon Bolivar. Het is me wat. Büch wijdt ook wat uit over Sint-Maarten/Sint-Martin, een soort Gallo-Batavisch Cyprus in de Antillen. Dat hij gebiologeerd wordt niet alleen door geografische rarigheden maar ook door bestuurskundige, blijkt ook uit eerdere aandacht voor de toenmalige Nieuwe Hebriden (nu het onafhankelijk Vanuatu), dat bijna 80 jaar als Brits-Frans condominium bestuurd werd.
Leuk! Geen idee dat het VK, samen met de VS, Duitsland en de Warschau-pakt landen ooit tegenover IJsland en de Unie van Afrikaanse Landen stond. Het imperialisme werpt tegenstellingen op, meer en scherper dan ooit.
Büch op zijn best, op reis langs allemaal rare eilanden. Hij weet bijzondere verhalen op te sporen, interessante mensen te portretteren en doet je echt verlangen naar bezoek aan die eilanden!