Overal zit mens. Het element mens heeft zich genesteld in elke uithoek van het ondermaanse, in elke porie van de biosfeer. Geen stukje mos, geen druppel uit de zee, geen staaltje van de bodem of de eeuwige sneeuw zonder dat het miljoenen moleculen mens bevat. Sapiens kan geen kant meer uit. Hij zit al overal.
Als beheerder van het bos Mirandel neemt Kasper Kind de weinig florissante toestand van de planeet hoogst serieus. Niet minder serieus is zijn plan om publieksintellectueel Max De Man te vermoorden, met wie hij een gedeeld verleden heeft. Alleen lopen de dingen niet helemaal zoals gepland. Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en verder vooral mensen, altijd maar weer mensen.
Wie zei ook alweer dat de dood van één mens een tragedie is, maar de dood van miljoenen een statistiek? Stalin, precies.
Hangt er natuurlijk van af wie die enkeling is - en of we hem kennen. Het sterven van een Bekende Medemens zal eerder het nieuws halen dan uw en mijn verscheiden.
Kasper, het zonderlinge hoofdpersonage uit dit boek, richt zijn pijlen op een oude bekende die voor velen een nieuwe bekende is. Een zelfverklaarde goeroe, een mediatiek meningmens, zijn ex.
Fulminerend fantaseert hij hoe hij zijn doelwit het fatale schot toedient.
En het moet gezegd: fulmineren kàn Petry - ik zou niet graag door hem afgezeikt worden. Maar zijn protagonist ook maar énige sympathiefactor toedichten lukt hem (daardoor?) veel minder: hoe meer Kasper klaagt en klauwt, hoe meer het op een klucht gaat lijken.
Als je na 200 pagina's aan hoofdstuk 2 (De Moord) begint, kan het je al lang niet meer schelen wie de kogel krijgt.
Kind vermoordt Man. Symbolischer wordt het niet. Kasper Kind leeft eenzaam en teruggetrokken in zijn kluis, een observatiecabine in het bos Mirandel. Van daaruit beraamt hij tijdens zijn 'breinwandelingen' een moord op Max De Man, oud-geliefde van Kind, holle mediafiguur en de maximale graad van de door onze maatschappij verziekte mens.
Het weinige menselijke contact dat Kasper Kind heeft zijn de stroeve gesprekken met de mede-opzichters in het bos en het geladen mailverkeer met zijn tweelingzus Eva over haar dochter die besliste om te stoppen met studeren. Hoe moeizaam die intermenselijke communicatie ook verloopt, zo vlot en breedvoerig kan hij tegen ons, zijn ingebeelde rechters, filosoferen en foeteren.
Mirandel. Het klinkt bijna als een feeërieke attractie uit de Efteling maar het is vooral een metafoor voor het hoofd van een 'verstokte eenzaat die niet is meegegaan met zijn tijd'. De parallellen laten zich makkelijk lezen: de uitzichtloze verloedering van het bos, de superstorm die er raast net na de breuk met Eva, de opruimwerken nadien.
Het is een plezier om in Mirandel rond te dwalen en om in het hoofd van Kasper Kind te kruipen. Toegegeven, hij is lang niet de eerste ik-verteller die de lezer inpalmt en zijn eigen verwerpelijke daden vergoelijkt maar de waarop hij onze tijd fileert is ronduit schitterend. De lessen die hij zijn nichtje Céline bijbrengt over seksualiteit en identiteit behoren tot de meest troostrijke woorden die ik ooit las. De flaptekst noemt Overal zit mens een humoristisch-filosofische roman. Daar zou Kind niet mee kunnen lachen. Het is hem ernst. Als een verongelijkte kleuter slaat hij om zich heen. Wat wil je met zo'n naam?
Radicaliseren is geen kinderspel. Hoe wil je in godsnaam dat ik me voorbereid op iets zo radicaal als moord als Eva me telkens weer uit mijn concentratie haalt met haar verdomde familiesentiment?
Dit boek kruipt onder het vel. Door de heldere verwoordingen van het onheldere, door de rake analyses van familiebanden (de familie als 'leerschool in achterbaksheid') door de sluimerende horror (die vreselijke luchtballonsterfscène!). Het is een rijke roman waarin Petry universele thema's en antitheses uitspeelt: kind en man, mens en maatschappij, individu en massa, natuur en cultuur. Maar ook tweelingen, materie en antimaterie, aantrekken en afstoten, homo- en postseksualiteit komen aan bod. Overal zit mens is tegelijk compact en complex. Een boek dat nazindert, dat zich in het hoofd van de lezer nestelt en daar nog woekert en rijker wordt.
Voeg daar dan nog een volstrekt unieke schrijfstijl met verrassende beelden aan toe. Ook deze mannen hebben iets van hun stabiliteit verloren. Het zou me niet verbazen mochten hun nachtelijke dromen over loszittende tanden gaan. Petry kan schrijven. Eerder won hij al de Tzum-prijs voor de mooiste zin. Nu kan hij wat mij betreft ook met de Prijs voor het Mooiste Woord gaan lopen: Waldschmerz.
Dat alles wordt gepresenteerd in een prachtig jasje van Das Mag en in een sterke compositie (200 bladzijden Fantasie; 50 bladzijden Moord), al had een eindredacteur er nog zo'n 20 bladzijden kunnen uithalen om de vaart van begin tot eind vast te houden.
'O, ik zou mezelf kunnen verliezen in eindeloos sarcasme', bekent Kind. Zolang hij dat doet in het prachtige proza van Petry, heb ik daar geen enkel probleem mee.
Eén grote, licht filosofisch verwoordde, prachtige scheldkanonnade over het gebrek aan authenticiteit en groepsdruk in onze moderne mediawereld. Volgens ik-persoon Kasper "zit overal mens": er is niets in onze werkelijke wereld waar de mens geen bemoeienis mee heeft gehad. Alleen het individu kan nog verdwijnen in authenticiteit, de gemeenschap leeft in een onechte consensus, een construct van onwaarachtigheden. Teruggetrokken bosbouwer Kasper heeft het plan opgevat zijn ex-minnaar te vermoorden, omdat hij zo'n onechte opiniemaker is die opportuun het maatschappelijk debat uitbuit. Het plot is spannend, maar de kern van het boek is toch de gestileerde maatschappijkritiek, de literaire, woedende woordenstroom die het lezen van dit boek tot een bijzonder genot maakt. Aanrader!
Wat een ontdekking! Waarom heb ik zo lang gewacht om een boek van Yves Petry te lezen? Ik weet het niet. De ondertitel van "Overal zit mens" luidt "een moordfantasie". Het gaat dus over een man die fantaseert over het plegen van een moord. Het blijft echter niet bij fantaseren. Er worden daadwerkelijk enkele voorbereidingen getroffen. Het is spannend. Zal hij uiteindelijk echt de moord plegen? Maar dit boek moet het niet alleen van het verhaal hebben. Ook de taal is prachtig. En al de bedenkingen van het hoofdpersonage... Wat is dat toch met onze huidige wereld? Het individu is dood. We zijn een groep. Alleen de groep doet er toe. Dat heeft Petry goed gezien. In de 21e eeuw telt het individu niet meer mee. Alleen nog "wij, met z'n allen". (Zoals in "we moeten met z'n allen langer werken". nvdr.) Petry hanteert een heerlijke schrijfstijl en vermijdt zorgvuldig alle mogelijke clichés. Citaat: "Wij deden niet alsof we geheel en al uit goede wil bestonden en zouden dat van elkaar trouwens ook niet hebben geloofd. Cynisch waren we daarom niet maar lichtgelovig evenmin. Inmiddels liggen de zaken kennelijk anders. Overal dat geschetter van verontwaardiging. Dat spervuur van gekijf. Altijd weer diezelfde taalkronkels die zich als bloedstolsels vastzetten in ons brein en ons vermogen tot waarachtig spreken doen afsterven. 'Het is onze verdomde plicht om. We kunnen niet langer toekijken hoe. Een schande dat in de eenentwintigste eeuw nog steeds. Racisme. Seksisme. Gerechtigheid. Eindelijk krijgen de slachtoffers. De juiste kant van de geschiedenis. Samen met z'n allen. De waarden waar Europa voor staat.' Enzovoort. Allemaal woorden, opiniemakerwoorden, die geen mens in een eerlijk gesprek van vriend tot vriend in de mond zou nemen en die nog nooit iets goeds hebben bewerkstelligd." En: "Max een voorvechter van Moeder Natuur? Wat een giller. Het gaat mensen als hij niet om de natuur maar om hun eigen hachje. Hij die twintig jaar geleden niet eens wist wat een sneeuwpanter was en geen enkel gevoel had voor de suggestieve zeggingskracht van dieren. Hij die biodiversiteit destijds vagelijk voor een gezonde eigenschap van yoghurt hield. Hij heeft gewoon weer eens een kans geroken om zich in de kijker te zetten, dat is alles. Dat heb je met publieke types: in het enkelvoud zijn ze uitgeblust, in de ik-vorm klinken ze als het graf, maar in het meervoud voelen ze zich gerevitaliseerd, in de wij-vorm beelden ze zich in over te lopen van visie en relevantie." (Wat komen dat soort mensen mij bekend voor! nvdr. 😀)
Dit boek begin sterk en is over de volledige lijn prachtig geschreven. Het concept kon me helaas niet boeien tot het einde, het mooie taalgebruik gelukkig wel.
Een knappe tendensroman waarin de onverschilligheid van de westerse mens t.o.v. De natuur in mijn ogen een interessant subthema is waar misschien nog wat meer aandacht aan besteed had mogen worden.
Zoals de titel al zegt: een moordfantasie. Het is alsof ik het specifiek opzoek, dit soort boeken. Toch zijn dit de boeken die er voor mij uitschieten. Een psychologische roman over een onderwerp waar filosofen hun hoofden al decennia over breken? Perfect, dat is waar het om gaat. Dostoyevsky schreef al lang voorheen in 'Crime and Punishment' over moord, het is wat een mens de grens doet overgaan. In de maatschappij wordt het zwaar bestraft, maar de psychopaat ziet niet verder dan de neus lang is. Na een moord is er geen weg meer terug, de bruggen zijn gesloopt. Toch ziet onze hoofdpersoon in dit boek zijn plan voor moord niet als een kwestie 'of', maar 'wanneer'. Hij is volledig overtuigd van zijn daad én motief. Sterker nog, elke zin in dit boek is een poging van de hoofdpersoon om zichzelf te overtuigen dat hij de goede beslissing gaat maken.
Kasper Kind, om wie dit boek draait, is een bosbeheerder. Afgezonderd tussen de planten en dieren in het lieflijke bos waar de frisheid en positiviteit te ruiken is, brandt er in het hart van Kasper haat. En niet een klein beetje ook, hij leeft op de haat, het is zijn drijfveer. Sinds zijn echtbreuk met zijn partner zo'n 30 jaar geleden, wil hij niets anders dan deze partner (die nu een bekendheid is) van kant te maken. Alles heeft hij al voorbereid, 'breinwandelingen', zoals hij ze noemt, brengen hem naar het plaats delict waar hij in detail alles heeft doorgenomen. De trein die hij zal nemen, de route die hij zal lopen, het gevoel van het koude metaal van het wapen in zijn hand en zelfs de woorden die hij aan zijn slachtoffer zal toedragen in zijn laatste minuten. Simpelweg: Kasper Kind is vastberaden van zijn moordplan, niets zal hem weerhouden.
De rechtzaak ziet hij niet als opstakel, zijn straf ook niet. Hij zal een mooie rede houden in de rechtbank, de mensen zullen zien dat hij 'gelijk' heeft. Hij is ervan overtuigd dat de mensen aan zijn kant zullen staan. Een bekendheid is in zijn ogen namelijk een parasiet, een bedrijging voor het individu.
Hij is geobsedeerd, compleet geobsedeerd door zijn slachtoffer. Decennia is Kasper al van slag door hem. Deze obsessie komt volgens Kasper voort uit haat, hij voelt niets anders, volgens zijn woorden. Ik zal gelijk met de deur in huis vallen: Kasper zal nooit de ballen hebben zijn slachtoffer daadwerkelijk van het leven te beroven. Hij zal terugkrabbelen, zich beseffen dat zijn hele plan complete onzin is, dat hij met de moord niets bereikt, misschien zelfs het averechtse van zijn doel: een teken achterlaten van zijn protest tegen de massa, tegen de bedreiging van het individu. Zijn moord zal door de massa niet geaccepteerd worden, ze zullen zich tegen Kasper keren. Hij zal nooit bereiken wat hij wil, ze zullen het toch niet begrijpen. Ook voor zelfmoord is Kasper niet moedig genoeg. Met zekerheid is te zeggen dat Kasper vooral van de woorden is, niet van de daden. Toch, het laten schieten van de ambities, de droom zelfs van een man waar hij jaren mee bezig is geweest, het is niet niks.
Maar toch, uiteindelijk is duidelijk dat dit alles vloeit uit onverwerkt trauma en misschien zelfs nog een onbevredigd verlangen naar zijn partner. Kasper heeft het nodige meegemaakt. Zijn partner had een kind bij zijn zus verwekt in de relatie en dumpte Kasper vervolgens abrupt. Loslaten is lastig, zoals het lastig is de kinderen te zien opgroeien, de ouders oud zien te worden, het haar grijs te zien worden. Toch, allen zijn het onvermijdelijke situaties. Allen zijn we uit stof gemaakt en tot stof zullen we terugkeren. Een man heeft echter wel invloed op de innerlijke dialoog die opspeelt bij haat, angst en verdriet. Het is logisch deze dialoog de overhand te laten nemen, die haat te laten branden, het vuur de tranen weg te laten branden. We willen die woede in daden omzetten om ze eens te laten zien dat we ertoe doen. Toch, als een man hete kolen pakt om op iemand te gooien, brandt hij alleen zichzelf. Haat is de bron van veel componenten in dit leven, fantastische literatuur is erdoor gemaakt, fantastische werken gecreëerd, maar gezien het feit dat haat blindeert en de man roekeloos maakt van verdriet, zal de man nooit rusten. Altijd zal hij moet varen op een onrustige zee die hij zelf heeft veroorzaakt. De meeste vloeken die op ons rusten hebben we zelf uitgesproken. De trauma van een kind die weerspiegelt wordt in de volwassenheid is zowel een vloek als een gift, de keuze ligt alleen bij de persoon. De persoon kan kiezen deze wrok bij zich te houden, zich te laten voeden door de toxische woorden van de haat, zijn eigen moralen aan de kant te schuiven voor de woede. Deze persoon zal sterven met scheuren in zijn hart, de woede zal zijn eigen toedoen meer beschadigen dan anderen. Met een zwaar hart zal hij sterven en volgens de Egyptenaren zal hij dan verscheurd worden door een monster. Waarom de vloek over jezelf uitspreken? Waarom het zuur maken voor jezelf? Er is geen reden tot haat, als je goed kijkt is liefde overal om je heen. In het koppel dat hand in hand loopt over straat, in de man die zijn plantjes water geeft, in de jongen die in de metro glimlacht naar de opkomende zon. De rust die deze mensen met zichzelf meebrengen is alles waard. Zoals een mens niet boos naar bed moet gaan, moet een mens niet met haat in het hart het graf indalen. Onze Kasper Kind zag dit ook in. Hij was vervloekt met zijn trauma, met zijn verlangen naar een ongrijpbare partner, maar hij koos ervoor deze vloek niet over zichzelf uit te spreken. Tenminste, niet meer. Soms moet een mens alleen gehaat hebben om te houden van net zoals dat een man die geen bittere dingen heeft geproefd, geen zoete dingen heeft verdiend. Kasper koos de liefde, wat had hij anders moeten kiezen? De haat mag ons dan wel een duw geven in de rug, maar de liefde is wat ons rust geeft in het einde, wat de bloemen doet bloeien, de kinderen doet groeien, de mooiste werken doet ontstaan. En is haat niet een afgeleide van de liefde? Is het niet een gegeven dat er ooit liefde was?
Een mens dat na neergeslagen te zijn, opstaat zonder wraak in het hart, kiest voor zichzelf. Feit is dat velen moeite hebben met voor zichzelf kiezen. Kiezen voor jezelf is in zichzelf niet moeilijk, kiezen voor de rust is geen opgave, het inzien dat men door haat wordt geblindeerd is lastig. Als een vliegtuig op grote hoogte dat omgeven is door donkere wolken weten zij niet meer wat boven, onder, links en rechts is. Om daaruit te ontsnappen moet men een risico nemen. Een piloot zal in zijn vliegtuig de kleppen moeten trekken, op goede hoop dat de grond weer zichtbaar zal worden en er hopelijk niet in zal vliegen! Zo moet ook een mens een risico nemen, hij zal zich moeten overgeven, ook hij zal moeten afdalen in de hoop weer goed te kunnen zien, ook hij zal de oren moeten sluiten voor de stemmen die zeggen het niet te doen. Een mens houdt zichzelf vaak voor de gek, daarom is die overgave zo ontzettend slopend. Er is alleen één manier om erachter te komen. Neem het risico, wat valt er te verliezen?
Dit was een boek met één en al genot. Deze man is een woordenkunstenaar eerste klas. God zegene hem!
This entire review has been hidden because of spoilers.
"Bovendien leed ik oprecht, wellicht niet minder dan zij, aan het fantoomgevoel dat er uit mijn leven een enorme hap weefsel was weggenomen, en kostte het mijn zenuwapparaat behoorlijk wat moeite om de volle omvang en vooral om het onomkeerbare karakter van die ingreep te verwerken."
Lang geleden las ik De Maagd Marino (2010) van Yves Petry en was erg te spreken over hoe meeslepend de auteur kon vertellen over mensen die zo ver van je af staan qua denkbeelden en fascinaties. Sindsdien ben ik de schrijver uit het oog verloren, maar zijn nieuwste, Overal Zit Mens. Een Moordfantasie (2022) staat op de shortlist voor de Libris Literatuur Prijs 2023. Tijd dus om deze eens op te pakken, en alweer ben ik zeer te spreken over wat Petry hier neer weet te zetten.
Kasper is beheerder van een bos en is zich constant bewust van het feit dat de mens overal aanwezig is, ook in iedere molecuul van het bos waar hij werkt. De toekomst ziet er niet al te rooskleurig uit, als de mens zich maar blijft opdringen aan iedere vierkante millimeter van deze aarde. Hij heeft besloten om een daad te stellen. Hij zal publieksfiguur Max de Man – iemand die al het slechte van de mensheid vertegenwoordigt volgens Kasper – vermoorden en zo ervoor zorgen dat er een heel klein beetje minder mens is.
Grootse ideeën Gewapend met allerhande citaten van filosofen en zijn wetenschappelijke kennis schrijft hij zich steeds dichter naar de moord toe. Hij probeert een rationeel raamwerk op te zetten waarbij de enige mogelijke en juiste conclusie is dat hij Max de Man inderdaad moet vermoorden. Kasper visualiseert keer op keer het moment dat hij oog in oog met Max de Man staat en wat hij zal zeggen, want Max moet wel doorhebben dat er grootse ideeën achter Kaspers daad schuilgaan.
Wederom lukt het Petry om in het hoofd te kruipen van een man die er afwijkende denkbeelden op na houdt. De haat die Kasper voelt voor de mensheid in het algemeen en Max de Man in het bijzonder spat van iedere zin af. De manier waarop hij tekeergaat deed me denken aan Jeroen Brouwers Cliënt E. Busken (2020) en Thomas Bernhards Houthakken (1984). Er zit een bepaald ritme in de zinnen (waar er sowieso een aantal prachtexemplaren van te vinden zijn in deze roman) die het voor de lezer heel makkelijk maakt om mee te gaan in de neerwaartse spiraal van Kasper.
Hersenspinsels Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof Petry een personage opvoert dat heel ver afstaat van de gemiddelde mens. En inderdaad, het gaat duidelijk niet goed met Kasper en hij heeft hulp nodig, maar ik betrapte mezelf erop dat ik bij bepaalde hersenspinsels een heel eind mee kon gaan; dat ik Kaspers behoefte aan autonomie en hoe hij dat verwoordt wel begrijp en dat ik Kaspers haat voor mensen die met alle winden meewaaien en alles aangrijpen om er zelf beter van te worden ook wel snapte.
Uiteindelijk gaat Overal Zit Mens dan ook vooral over iets waar we allemaal op een bepaalde manier (bewust of onbewust) mee worstelen, zeker in deze tijd, namelijk: hoe kunnen we in een wereld waarin we constant in verbinding staan met anderen onze autonomie behouden? Of anders geformuleerd: hoe weet ik eigenlijk nog wat ik zelf van de dingen vind en hoe ik ze ervaar, als overal waar ik ben de ruis hoorbaar is die veroorzaakt wordt door ‘de anderen’? (En andersom is de vraag eigenlijk net zo zinnig: hoe kan ik me als autonoom en uniek wezen nog steeds verbonden voelen met de mensen om me heen?)
Kanshebber De roman werpt daarmee een interessante vraag op die door sociale media, smartphones en actualiteitenprogramma’s – waar iedereen opgevoerd kan worden als expert – relevanter dan ooit is. We worden constant om de oren gesmeten met 1001 meningen over 1001 onderwerpen en we staan nauwelijks nog stil bij wat wij eigenlijk écht zelf vinden (in plaats van anderen na te praten) en waarom we dat vinden.
Alles komt bij elkaar in deze roman: het is goed geschreven in een heerlijk ritme, het hoofdpersonage is heel erg fascinerend en ondanks dat het een ver-van-mijn-bed-show lijkt te zijn op het eerste gezicht, werpt Petry vragen op die ons allemaal aangaan. Ja, wat mij betreft weer een goede kanshebber voor de Libris Literatuur Prijs 2023.
‘Zestien was ze. Voor het eerst in haar leven had ze een zelfstandig denkend en voelend wezen gebaard, namelijk zichzelf, bezield door haar eigen raadsels en inwendige tegenspraak, en ze was geenszins van plan het vierdimensionale mysterie van deze nieuweling op te geven in ruil voor een identité reçue.’ Iemand die ooit gebaard heeft, weet dat ook 'zichzelf' baren lastiger is dan een beeld scheppen van jezelf, zoals je wil dat anderen je zien. Iets waar eenentwintigste-eeuwers zich voortdurend mee bezighouden. Gebrainwashte papegaaien en gefotoshopte poseurs, noemt Kasper Kind hen. Zijn woede richt zich op de persoon die voor hem de incarnatie is van deze verachtelijke soort. Een kouwe kikker, net als zijn voorganger, wordt Kasper door zijn collega's van het bos Mirandel genoemd. Zo zou ik hem niet noemen, evenmin als zijn voorganger, waar ik in 'Liefde bij wijze van spreken' met pijn in het hart afscheid van moest nemen.
Persoonlijk was dit eerder teleurstellend. Zoals vaker aangehaald wel mooi en vlot geschreven, maar het verhaal sprak totaal niet aan. Een eindeloos geklaag en moralistisch gezeur. Soms de nagel op de kop, maar te vaak herhalend en te langdradig. Uiteraard was het te voorspellen dat de moord niet ging plaatsvinden, de ondertitel is namelijk een moordfantasie (met nadruk op fantasie). Het tweede deel "de moord" was dan ook niet bevredigend. Uiteraard ook mogelijk dat ik er niets van begreep en het m'n petje te boven ging, maar een aanrader zou ik dit boek absoluut niet noemen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Yves Petry neemt ons mee in de bijzondere gedachtenwereld van Kasper Kind, een eenzaat die zich vooral op zijn gemak voelt in de natuur. Alleen is hij tot de pijnlijke vaststelling gekomen dat 'overal mens zit'. Dit dwingt hem tot actie... maar hij gaat niet over één nacht ijs. Deze 'monologue intérieur' zou voer kunnen zijn voor psychologen, ware het niet dat Kaspers tweelingzus zelf psychologe is, en hijzelf eveneens heel wat filosofische en psychologische overpeinzingen met de lezer deelt. Een zeer geslaagd en onderhoudend boek! In de podcast Drie boeken van Wim Oosterlinck deelde acteur Tom Van Dyck alvast dat hij dit boek aan het bewerken is tot een theatermonoloog, alvast iets om naar uit te kijken.
Er is geen omkomen aan de menselijke ubiquiteit: in het semi-pathologische gedachtengoed van de ik-verteller Kasper is dat de hoogdravende omschrijving van het centrale thema: overal zit mens. Een sterke stilistische oefening in schelden op de hopeloze contradicties in onze maatschappij. Na een wat moeizaam begin, raakt Petry goed weg met het feit dat alleen literatuur (Petry hanteert een consistente hoogliteraire stijl) de paradox psychologie 'maak iets van je leven' versus filosofie 'wie nadenkt over deze planeet wordt gek' hanteerbaar houdt.
Kasper Kind is een complexe mens. Enerzijds heeft hij zeer lucide inzichten over de hedendaagse samenleving, de artificiële wereld waarin de mensen leven en een navenant gedrag vertonen, de catastrofale toekomst waar we in milieuopzicht op af stevenen en de illusoire reacties die wij daarop hebben... maar anderzijds gedraagt hij zich als een domme pedante betweter tegenover alles en iedereen. Het verhaal van Kasper Kind heeft misschien weinig om het lijf... laat ons zeggen dat het zeer ondergeschikt is aan de vele wijsheden die Yves Petry bij monde van Kasper te berde kan brengen, en ja, die wijsheden mogen er wezen. Elke bladzijde staat bol van gedachten waarvan het de moeite loont er bij stil te staan of ze aanleiding te laten zijn tot gespreksonderwerp. En dat maakt van dit werk wat mij betreft een absolute must read.
Vrij bizar boek, de ondertitel 'een moordfantasie' spreekt boekdelen. De schrijver neemt je mee in de geest van een filosofische boswachter met Asperger, met een enorme haat tegen een aantal aspecten in de maatschappij, met name media persoonlijkheden, en daarin specifiek één persoon... Stap voor stap worden zijn motieven en gedachtengang duidelijker en word je gedwongen mee te denken en te oordelen.
Bij vlagen interessant, vlot geschreven en een leuk experiment. Nog een keer lezen? Neuh. Een 7,5.
*3,5 à 4/5, nee toch 4/5 haha Heerlijk cynisch. Stak goed in elkaar, eens wat anders dan anders. Entertaining en zet aan tot nadenken. Niet het beste wat ik ooit gelezen heb, maar heeft wel bepaalde stukken die echt straf verwoord zijn. Kan er achteraf ook nog goed over nadenken, de chronologie en thema's enzo. Tof tof
Wat een fantastisch boek is dit. Enorm veel mooie zinnen, een pakkend plot maar vooral ontzettend origineel. Wat mij betreft een van de weinige boeken waarbij de lyrische blurbs ook echt waar zijn.
Het taalgebruik sprak mij enorm aan, onze zuiderburen weten toch vaak zaken op een pakkende manier te verwoorden. Sympathie voor Kasper was vaak moeilijk op te brengen, behalve in het laatste hoofdstuk, en het verhaal kon me ook niet vreselijk boeien (maar misschien meer dan ik wil toegeven, aangezien ik het boek wel in minder dan een week heb uitgelezen), maar voor de omschrijvingen en woordkeuzes bleef ik terugkomen, zelfs wanneer die keuzes soms een beetje op 'cringe' afstevenden.