Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond er een immense kunstroof plaats. Vanuit de bezette gebieden versleepten de nazi's kunst naar Duitsland om ambitieuze collecties op te zetten. Voor het eerst wordt dat verhaal voor België verteld. Hoe konden schilderijen van Memling, Van der Weyden, Brueghel, Jordaens en Cranach zomaar het land verlaten? De nazi's haalden woningen leeg, roofden kunst, dwongen eigenaars te verkopen en spendeerden miljoenen rijksmarken op de kunstmarkt.
Na 8 jaar onderzoek legt Geert Sels de puzzelstukken bij elkaar die hij aantrof in archieven in Parijs, Den Haag, Koblenz en de grootste Belgische steden. Met doorgedreven speurwerk brengt hij de trajecten in kaart waarlangs de kunst werd weggehaald. Hij stelt vast dat verzamelaars, handelaars en veilinghuizen zonder veel terughoudendheid meegingen in de kunstverwerving van de nazi's.
Na de oorlog vonden schilderijen uit België hun weg naar het Louvre, Tate Britain, het Getty Museum of de Yale Art Gallery. Nederland, Frankrijk, Duitsland en zelfs Rusland blijken nog altijd kunst te hebben die naar België had moeten terugkeren. Dat maakt het Belgische verhaal tot een internationaal verhaal. Andere werken kwamen wel terug en hangen nu in Belgische musea, maar zonder dat de rechtmatige eigenaars werden opgespoord.
Waarom is dat niet gebeurd? In tegenstelling tot andere landen is België pijnlijk passief gebleven inzake naziroofkunst. Kunst voor das Reich brengt een ongemakkelijke waarheid en is een stresstest voor het overheidsbeleid. Vergeten dossiers komen bloot te liggen en de duistere kant van schilderijen in onze musea wordt belicht.
Interessant boek dat een zeer interessant thema uitlegt. Of toch probeert uit te leggen. Het is een dik boek vol met details. En als je niet echt mee bent met deze details dan mag je het opgeven. Het zijn vaak oplijstingen van werken, kunstenaars, verzamelaars, winkels, ... En dat is structureel niet eenvoudig. Het blijft wel boeien, maar ik deed niet teveel moeite om echt alle details te onthouden. Want dat was onmogelijk. Wat meer structuur was leuk geweest. Maar al bij al wel leuk om eens te lezen.
Dit boek is het resultaat van een zeer doorgedreven en gedetailleerd onderzoek waar ik alleen maar groot respect kan voor hebben. De auteur spendeerde veel tijd in archieven en ging op zoek naar de kleinste details van een indrukwekkende hoeveelheid cases.
Het boek zelf is echter geen licht verteerbaar werk geworden, integendeel, het is een zware pil met veel details en cases die door elkaar lopen. Wil je dit boek lezen, dan moet je daar tijd voor uittrekken - veel tijd gezien het aantal bladzijden - en zorgen dat je concentratie goed zit want anders loop je het risico verloren te lopen in namen en kunstwerken. Als poging om het boek iets lichter verteerbaar te maken, gebruikte de auteur zijn eigen zoektocht in de archieven als een extra verhaallijn. Dit komt volgens mij de structuur van het werk echter niet ten goede. Het is misschien wel amusant om de zoektocht te volgen, maar echt een meerwaarde heeft het niet.
Komt daar nog bij dat de auteur ook geen conclusies of grote lijnen in het werk heeft gezet, daardoor blijf je als lezer toch wel wat op je honger zitten. De auteur zet uiteen wat er allemaal gebeurde en welk probleem er is ontstaan, maar geeft nergens echt inzicht in de oplossing die hij ziet (nochtans mag hij zich intussen toch wel expert in de materie gaan noemen). Het boek blijft steken bij een paar losse suggesties die niet worden gebundeld. Jammer wel, want zo schiet hij zijn doel voorbij en dat is toch wel om deze kwestie onder de aandacht te brengen. Hij heeft mij alvast van de noodzaak van verder onderzoek overtuigd, maar de meerderheid van de bevolking zal geen pil van 400 blzen doorworstelen om zichzelf te laten overtuigen.
Achtung: dit is geen boek dat vlot weghapt op de bus of op het nachtkastje. Het is een boek om op je bureautafel te hebben, en af en toe met onverstoorde aandacht te lezen, zodat de onvoorstelbare kronkels achter de kunstgeschiedenis weer tot leven komen. Wat de politiek niet wil of kan, deed Geert Sels. De auteur (en journalist) speurde niet naar 1 speld in een hooiberg, maar naar honderden spelden in hectaren vol hooibergen. Standaardwerk over roofkunst tijdens en na WOII. En hoe beroofde rechthebbenden het nog altijd met lede ogen moeten aanzien.
Ce livre est aussi disponible en français depuis janvier.
Razend interessant qua inhoud, structureel een enorme warboel wat de leeservaring danig aantast.
Om dit met een voorbeeld toe te lichten: hoofdstuk twee eindigt (pg. 46) met een “cliffhanger” die verwijst naar Hermann Göring die met een aan België toehorend schilderij van Memling wordt opgepakt door Amerikaanse troepen waarna het schilderij jarenlang zoek raakt. Men zoekt vooral in Amerika naar het schilderij, maar, sluit de auteur het hoofdstuk vol spanning af “het bleek zich echter veel dichter bij huis dan gedacht te bevinden.” Je zou denken dat met zo’n uitsmijter de auteur je als lezer niet meer wil loslaten, maar dit verhaal wordt pas opnieuw opgepikt op pagina 323, 13(!) hoofdstukken later.
Dit voorbeeld is emblematisch voor het boek. Er valt geen lijn te vinden in wat er per hoofdstuk op je af komt en waar in het boek welke verhaallijn opnieuw wordt opgepikt. Soms verdwijnt een naam voor 3 à 4 hoofdstukken van de radar waarna die weer genoemd wordt en de auteur doet zijn best om je opnieuw te doen herinneren om wie het hier gaat, maar aangezien het boek al zo propvol zit met informatie heb je als lezer het gevoel dat je eerdere details gewoon mist of vergeten bent. Dit heeft als gevolg dat je meer met de index aan het sukkelen bent - zeker als er een aantal dagen tussen je leessessies zitten - , dan dat je je door het vlotgeschreven proza van de auteur laat meeslepen.
Chronologisch zijn de hoofdstukken alleszins niet opgebouwd, want er wordt over de jaren heen gesprongen om een verhaallijn van een zeker slachtoffer, kunstwerk, kunsthandelaar,… te volgen. Het lijkt eerder thematisch, maar dit geeft als gevolg dat er over de hoofdstukken heen zoveel namen worden genoemd van slachtoffers, nazi-kopstukken, kunsthandelaars, galerijen en ga zo maar door dat je er als lezer compleet verloren in loopt. Als er al zoveel namen in je boek komen, voorzie dan naast een index op z’n minst ook een wie is wie op het einde van je boek. Het zou alleszins al vermijden dat elke keer de auteur bijvoorbeeld DeVlag vermeldt er steeds de twee dezelfde zinnen na volgen om de lezer er aan te herinneren wat deze organisatie ook alweer was.
Dat hier geen editor of de uitgever ingegrepen heeft is totaal onvoorstelbaar. Kon er in plaats hiervan niet begonnen worden met een inleidend hoofdstuk, om nadien per slachtoffer, handelaar,… op een gestructureerdere manier uit te leggen van wie welk stuk was, wat er sinds WO II mee gebeurd is en wat de stand van zaken op vandaag is? Want laat het duidelijk zijn: dit líj́kt een enorm interessant en belangrijk naslagwerk te kunnen zijn, maar omdat het zo’n onoverzichtelijk geheel is schiet het daarvoor jammer genoeg te kort.