Londen is de hoofdstad van een eiland en van de wereld. Londen boogt op een traditie van hedonisme, onuitputtelijke cultuur en een geschiedenis die de hele aardbol omspant.
’s Werelds grootste anglofiel Serge Simonart spendeerde een wezenlijk deel van zijn leven in Londen, achter de schermen en vanop de eerste rij. Jarenlang inventariseerde hij de onontdekte parels en nu deelt hij zijn adressenboek met u.
Dit boek is een praktische reisgids én het voorspel, om in de stemming te komen voor uw reis. Deze mooi geïllustreerde gids biedt de meerwaardezoeker alles wat die in Londen hoopt te vinden: kwaliteit, verfijning, originaliteit, architecturale pracht en last but not least Britishness.
‘Dit is geen boek voor backpackers met een laag budget, wel voor romantici, honeymooners, tweeverdienersfamilies en meerwaardezoekers voor wie het iets meer mag zijn […] Je hebt verdomme hard gewerk, you’re worth it!’
Met deze stelling begint Simonart zijn boek… en honestly, ik geloof nog wel dat ie gelijk heeft ook… ik ben al zo vaak in London (ik gebruik graag de Engelse versie ipv de vernederlandste naam van de stad) geweest dag ik er zo naderhand wel mijn weg al begin te kennen… althans dat dacht ik dan ook weer voor ik dit boek in handen kreeg… ok, ik ben één van de miljoenen toeristen die daar dan op dat moment rondstruint en ik ga vooral op zoek naar boeken daar dan (ene boekenwinkel na de andere binnen en buiten… Waterstones en Foyles en Frobidden Planet en Fopp’s… die ken ik intussen zodanig goed dat ik er een kaart kan van tekenen)
En natuurlijk de musea: Tate Modern, National Gallery, National Portrait Gallery, Tate Britain…
En de pleinen: Trafalgar Square, Leicester Square, Covent Garden… om er een paar te noemen…
Er zijn ook nog de restaurants die we dan frequenteren (voor Covid gingen we heel vaak): Balthazar (aan Covent Garden), The Stable (met kunst van Damien Hurstx in Whitechapel), The Ivy (die op Covent Garden ken ik het best)
Soit, het centrum van London, met park en straat en winkel, is me dus niet onbekend… ik kijk ook enorm uit naar mijn volgende bezoek… 2023? En nu heb ik nog meer inspiratie, dankzij dit prachtig geïllustreerd boek met de ietwat eigenzinnige opmerkingen (waar ik zeker niet altijd mee overeenkom) van Simonart.
Deze reisgids is niet goedkoop (€39,99) en zoekt ook niet de ‘tourist traps’ op, maar de meerwaardezoekende reiziger die geen schrik heeft wat geld uit te geven aan verblijf, eten, drank en in plaats van een bus of metro te nemen, wordt hierin aangeraden enkele honderden ponden opzij te houden voor taxiritten en gesprekken met taxichauffeurs…
De vormgeving van dit boek, met de prachtige foto’s en in een zevental thema’s verdeeld (van eten, musea, evenementen, shopping tot a stroll through town) doet tot de verbeelding van de anglofiel en ontdekkende spreekt… het boek plakt alvast vol met post-its van tips die ik bij een van mijn volgende bezoekjes aan de stad wil ontdekken!
Het boek is misschien niet ideaal om mee te nemen overdag in een rugzak (het gewicht alleen al) maar laat het je gidsen door de verste hoekjes van een van de mooiste steden van de wereld, waar je bij elke straat en op elke hoek en in elke pub de geschiedenis gewoon kan ruiken, proeven en voelen!
Een eigenzinnige gids voor Londen (Waarom tartan op de kaft? Vreemde keuze!). Speciale aandacht voor de authentieke, echt Engelse adresjes. Vaak excentriek, altijd prijzig. Maar zoals Simonart zelf zegt: je hoeft niet in de Savoy te verblijven om te genieten van de exclusieve locatie. Een kopje thee in de bar kan volstaan om je in de sfeer onder te dompelen. Dit is duidelijk geen gids voor de low budget reiziger.
Toch een paar storende fouten. Shakespeare ligt niet in Westminster Abbey begraven, maar in Stratford-upon-Avon. De onthoofde koning was niet James I, maar Charles I. De correcte spelling is "The Gherkin", en niet "The Ghurkin". Een "geleid bezoek" is een gallicisme ("une visite guidée"), correct is "een rondleiding".
Toch nog de prachtige foto's vermelden en de verzorgde uitgave.
Als journalist interviewde Serge Simonart honderden wereldsterren voor onder andere Humo , waarvan hij er een heleboel als vriend mag beschouwen. Enkele jaren geleden publiceerde hij een boek waarin hij de armchair traveler meenam naar Venetië. Sinds kort is er ook Londen: geheime tips van ’s werelds grootste anglofiel, waarmee uiteraard de auteur wordt bedoeld.
Zou hij die ondertitel zelf hebben verzonnen? En wat met het citaat op het achterplat van wijlen HRH Queen Elizabeth II? Dat gaat als volgt: ‘I can’t read Dutch and have never heard of Serge Simonart, but if I could and if I had, I still wouldn’t recommend this book.’
Ooit zal Simonart, net als de koningin en bij uitbreiding de rest van de wereldbevolking, de eeuwige jachtvelden betreden en wij zullen hem om verschillende redenen eren, maar om zijn bescheidenheid zal hij wellicht niet herinnerd worden. Uiteraard is de ondertitel van het boek en het fictieve citaat van Hare Majesteit een poging tot het doorprikken van ’s mans ego, maar iedereen die hem ooit gelezen heeft of naar zijn van meninkjes verzadigde betogen heeft geluisterd weet wel beter. Bovendien is een gebrek aan bescheidenheid erg on-Engels, zeker voor een anglofiel.
Nu wil het toeval dat ik ook een anglofiel ben, hoewel ik mij nooit ’s werelds grootste zou durven noemen. Die plaats is, heb ik me door Simonart laten vertellen, immers ingenomen. Ik geef graag toe dat Simonart een grotere kenner is dan ik, maar mijn liefde voor het land en haar hoofdstad stellen me niettemin in staat om een oordeel te vellen over deze ‘alternatieve’ reisgids boordevol geheimen.
Ik ken Serge Simonart niet persoonlijk. Dat is ook niet nodig, want schrijvers communiceren doorgaans bij voorkeur indirect, via het geschreven woord. Het mag ondertussen duidelijk zijn dat ik een haat-liefdeverhouding met de man heb, maar uit het boek blijkt dat wij heel wat passies met elkaar delen. Londen is er daar uiteraard een van, maar ook Charles Dickens, Westminster Abbey, afternoon tea, boeiende musea en esthetisch verantwoorde luxe — er is ook een vorm van verwerpelijke en lelijke luxe, om een voorbeeld te noemen: googel maar eens ‘penthouse’ en ‘Donald Trump’.
Daarnaast kan Simonart schrijven als de beste. Zijn teksten zijn heerlijk witty en ik durf zelfs beweren dat de geest van Oscar Wilde hem soms het een en ander toefluistert, wat een groot compliment is.
Daarbij ziet het boek er erg mooi uit. Het zetwerk is, om het met een van Simonarts favoriete woorden uit te drukken, succulent. (Dat ‘succulent’ niet precies hetzelfde is als ‘exquise’ of ‘uitmuntend’, maar door hem wel in die betekenis wordt gebruikt, is een van de problemen die ik met het boek heb, waarover dadelijk meer.) Ik moet ook vermelden dat het werk rijkelijk verlucht is met tientallen knappe foto’s waar Simonart zelden in figureert en vaak de hoofdrol in vertolkt, wat uiteraard niet mag verbazen.
Het boek is opgedeeld in zeven hoofdstukken, met uitzonderlijk veel aandacht voor de vaak erg boeiende horeca en de winkels met luxeartikelen die zich over het algemeen in de buurt van Pall Mall en St James’s Street bevinden; winkels waar ook ik dol op ben, graag placht rond te snuisteren en waar ik af en toe, wanneer de geldbuidel het toelaat, iets durf kopen.
Op elke van tekst voorziene pagina strooit Simonart met boeiend advies en minstens evenveel meninkjes. Ook hier moet ik tot mijn verbazing toegeven dat ik het vaak eens ben met die opinies. Het imperialisme van weleer mag er dan bijvoorbeeld, net als ons koloniaal verleden, verwerpelijke ideeën en handelingen op nagehouden hebben, de pracht en praal die er mee werd bewerkstelligd op de thuisbasis moet naar kunstige waarde en niet naar ideologische motieven worden geschat. Net als de auteur blijf ik weg uit de banale en door elke grootstad onderling inwisselbare winkelstraten als Oxford Street en stel ik kwaliteit boven kwantiteit. Of, zoals Simonart dat credo toepast op het uitkiezen van het hotel: ‘… beter de kleinste kamer in een chic hotel dan de grootste in een banaal hotel.’
Simonart is een erg betrouwbare gids voor iedereen die niet naar Londen reist om kerstinkopen te doen. Het prachtige boek staat boordevol tips van een man die eigenlijk meer Londenaar is dan Antwerpenaar. Ik heb er als anglofiel wis en warempel zelfs iets van geleerd.
Naast het feit dat Simonarts ego de inhoud van de tekst soms in de weg staat, heeft het boek helaas ook last van een schabouwelijke redactie. Een schrijver, hoe goed die ook mag zijn, kan niet zonder een goede eindredacteur en in dit boek heeft de betreffende redacteur het grondig verknalt. Zo passeren bepaalde tips van de auteur soms meer dan eens de revue. Dat is een slordigheid waarmee ik kan leven, want ook een redacteur is een feilbaar menselijk wezen. Dat er nogal wat kromme zinnen in de tekst voorkomen is echter niet langer een slordigheid. Dat het wereldvermaarde National History Museum in de tekst het Museum of Natural History wordt genoemd is eigenlijk een beetje gênant. Maar dat de bouwstroming Gothic Revival consequent als Ghotic Revival wordt geschreven, gaat de schaamte voorbij en ondermijnt Simonarts autoritaire kennis over de stad.
Dat gezegd zijnde is Londen geen boek voor de reiziger die voor de eerste keer wil kennismaken met de stad, een bezoek aan de Tower of London wil brengen, een kijkje wil nemen op de bovenste verdieping van The Shard, een rondje wil draaien in het London Eye of de geldbuidel wil ledigen in Oxford Street. Deze reisgids is er voor de fijnproever en de meerwaardezoeker. Dat was sowieso de opzet van Simonart en daarin is hij geslaagd.
Het boek belicht enkele mooie en interessante plekken, maar geeft voor mij toch een te hautaine indruk. Alles moet fancy en decadent zijn. Zeer mooie foto’s, maar waarom moet de auteur overal bij op staan? Ik vond het te vaak neigen naar een egostreling voor de auteur (kijk waar ik al overal al ben geweest en wat ik hebbgedaan!) dan een mooie reisgids voor Londen.