Fiona, 45 jaar en weduwe, vertrekt naar Frankrijk waar ze aan de slag kan als assistent-manager op een familiecamping in het Baskenland. Ze verlaat Zeeland en dus ook haar dochter en begint volle moed aan een nieuw hoofdstuk in haar leven. Na de eerste dagen blijkt al snel dat niet iedereen heel open en eerlijk is tegenover haar en ze krijgt al snel de indruk dat ze hier niet welkom is. Wanneer ze via een vakantieganger te horen krijgt dat haar voorganger George die in haar chaletje woonde, spoorloos is verdwenen, beginnen bij Fiona alarmbellen te rinkelen. Waarom heeft niemand daar iets over gezegd en waarom reageert iedereen alsof ze het in de doofpot willen stoppen? Fiona besluit om, ondanks verschillende bedreigingen, er het fijne van te weten en haar voelsprieten uit te steken. Maar dat had ze beter niet gedaan…
Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm vanuit het perspectief van Fiona. Afwisselend krijgen we stukken voorgeschoteld vanuit haar cel (cursief gedrukt) en van het dagelijkse leven op de camping. Daarbij wordt telkens de datum vermeld zodat de chronologische volgorde duidelijk is.
Fiona is een vrouw van 45, heel actief, haar man verloren en heeft een dochter van 21 jaar. Een normale vrouw waar je al gauw begrip en sympathie voor opbrengt. We leren haar beter kennen, ook door de gesprekken die ze voert met haar nieuwe collega’s. Heel handig vond ik de voorstelling van de collega’s in het restaurant. Alle collega’s op een rijtje met de uiterlijke kenmerken en de functies die ze uitvoeren.
“Wanneer onze blikken elkaar ontmoeten wend ik betrapt mijn ogen af. Ik wil dat zijn mening over mij positief is en recht mijn rug. Tegelijkertijd besef ik dat ik al een paar uur aan het werk ben in de warmte en ik er vast niet meer zo fris als vanochtend uitzie.”
Al gauw merk je aan de conversaties en de signalen die sommigen geven dat er iets niet pluis is en dat gevoel weet de auteur ook goed over te brengen. Er is altijd wel een incidentje tussen collega’s of een kleine onenigheid die tot een achterdochtige sfeer leidt. Dit wordt nog meer gevoed door de soms venijnige blikken die Fiona toegestuurd krijgt en het feit dat de meesten allemaal naast elkaar wonen in de kleine chaletjes. Van privacy is er dus niet veel sprake. Naast de hoofdkwestie wat er nu effectief gebeurd is met George, komen nog andere akkefietjes voor zoals ongewenst gedrag, liefdesperikelen en natuurlijk de praatjes en achterklap. Dit maakt er een boeiend geheel van.
“Hij grijnst onheilspellend, alsof hij iets belastends over me weet wat hij tegen me kan gebruiken. Ik zou niet weten wat, maar kan een huivering niet onderdrukken.”
De hoofdstukken zijn kort en heel gevat maar eindigen altijd met een kleine cliffhanger waardoor je geboeid verder leest. De auteur weet zo je aandacht wel vast te houden en net als Fiona wil je de ware toedracht van alles en iedereen kennen. De personages zijn ook heel uiteenlopend van karakter en dat brengt weer wat extra animo met zich mee. De schrijfstijl is heel aangenaam en soepel, heel gemoedelijk zoals het er in een camping aan toe gaat. Ook de beschrijvingen van de personages zijn heel gedetailleerd waardoor je een goeie voorstelling van hen kunt maken.
Naar het einde toe komen beide vertelperspectieven samen in het hier en nu op de camping en omgeving. Daarbij wordt nog altijd de nieuwsgierigheid van de lezer op de proef gesteld tot de grote finale die voor mij toch wel als een verrassing kwam. Een thriller zou ik het niet echt noemen, eerder een psychologische roman die door de grimmige sfeer en de dreiging voor een continue onrust zorgt.