Wat voorlezen in de klas met je kan doen. Schooljaar 1982-1983, vijfde klas lagere school, ik hang met 24 andere jongens aan de lippen van meester Bauwens, fulltime leraar en daarnaast samen met z’n vrouw keuterboer in het dorp. Meester Bauwens leest maandagmiddag en vrijdagochtend voor. Onder andere uit “De loteling”. Het verhaal zal me mijn leven bijblijven: de spanning van de loting, de ontberingen van de oorlog, maar ook de zalvende woorden van de vriendin. Is daar de liefde voor fictie ontstaan? Wie zal het zeggen, maar de voorleesmomenten van meester Bauwens staan in mijn geheugen gegrift. En al zijn de herinneringen vast met een serieuze laag nostalgie bedekt, ze komen spontaan bovendrijven bij het lezen van “IJzerkop” waar loting voor het Franse leger wederom een rol speelt!