Ruben Sievez, die we kennen uit de bestseller Knielen op een bed violen, is een dagje ouder. In Brengschuld gaat hij zijn vierentachtigste verjaardag vieren. ‘Om halfvijf was Ruben opgestaan, hij had een bloedverdunner ingenomen.’ Tussen de verjaardagspost zit ook een brief van de dochter van de vroegere huurbaas van zijn ouders waarin een mededeling zit die de levens van de hele familie Sievez had kunnen veranderen als hij de inhoud ervan had gekend in 1950.
In dat jaar overlijdt namelijk hun huurbaas Metz, die tijdens de oorlog op de kwekerij ondergedoken heeft gezeten en later altijd coulant is gebleven tegenover zijn huurders. De nieuwe huurbaas wil echter het huis en de kwekerij verkopen en vader en moeder Sievez weten dat ze daarvoor geen geld genoeg hebben. Ruben schakelt buiten hun medeweten een rijke buurman in die een deel van het land koopt en er een tennishal neerzet. Vanaf dat moment begint de ellende.
De titel Brengschuld slaat op de huur die gebracht wordt door Ruben, maar schuldgevoel lijkt het centrale thema te zijn in deze korte roman. Het is immers aan hem te wijten dat de kwekerij overlast heeft van dronken tennissers. Met kapotte potscherven snijdt Ruben zich in zijn arm. ‘Hij vergoot zijn bloed. Voor de vader.’ Die woorden zijn in deze context beladen met een erg christelijke symboliek. Dat het boek 33 hoofdstukken telt (Jezus werd 33 jaar oud) past dan ook in het geheel.
Wie Knielen op een bed violen heeft gelezen, en andere romans van Siebelink die zich afspelen op de kwekerij, herkent de personages. De vader die steeds meer in handen komt van een religieuze groep, de moeder die de grip verliest op het gezin, broer Tom die zich hevig verzet tegen de vader en Ruben die zichzelf opoffert voor de rest. Voor de hardcore Siebelinkfans is de terugkeer naar de kwekerij een feest van herkenning.
De vijf hoofdstukken van Brengschuld zitten wat rommelig in elkaar met overbodige herhalingen, grote denkstappen, fantasieën en personages die in het begin voorkomen, en later geen enkele rol meer spelen. Onder het hele verhaal, onder alle romans over de kwekerij, komt dankzij Brengschuld een extra laag: wat zou er gebeurd zijn als de familie niet gedwongen was geweest om land te verkopen? Zou de vader dan geen fanatiek gelovige zijn geworden? Het noodlot van de familie is immers het fundament onder het succes van Siebelink.
Jan Siebelink beschrijft de prikkeling van alle menselijke zintuigen m.b.t. natuur. Het seizoen met al haar geuren en kleuren wordt rijkelijk verhalend verteld op een niet storende, maar juist unieke manier. Hier moet wel bij gezegd worden dat de personages en tijdssprongen niet altijd juist naar voren komen, wat het verhaal warrig kan maken.
Brengschuld is naar Siebelinks eigen zeggen een noodzakelijke reactie op het gevonden briefje dat na 70 jaar teruggevonden werd. Helaas is dat geen voldoende basis voor een echt goed boek. De relaties worden te warrig uitgewerkt. Het constante heen en weer in de tijd draagt ook niet bij aan de diepgang. Het onuitgesprokene in anticipatie van een verwachte reactie tussen familieleden drijft dit werk samen met de eigen normen en waarden van vermogenden in hun relatie met minder vermogenden. Ik vrees dat Siebelink als schrijver als een nachtkaars uitgaat.
Na het vinden van een briefje met een inhoud dat een ander licht werpt op de gebeurtenissen rond de tuinderij van zijn ouders, besluit Jan Siebelink aan zijn roman ‘Knielen op een bed violen’ een andere draai te geven. Ik weet niet in hoeverre het verhaal volledig autobiografisch is, maar geloofwaardig is het wel. Siebelink voelde blijkbaar de noodzaak om het boek te ‘herschrijven’.
Omdat ik in mijn tienertijd hevig getraumatiseerd ben door Knielen op een bed violen leek het me een strak plan om vrijwillig nog een keer een boek van Jan Siebelink op te pakken. Nachtmerries kreeg ik er deze keer niet van, al belandde ik wel in dromenland door de ongelofelijke saaiheid van dit boek. Ik neem mezelf voor om nooit meer een boek van Jan Siebelink te lezen.
Het is een interessant boekje met nieuwe inzichten over knielen op een bed violen maar die onchronologische tijdsvolgorde in het verhaal maakt het lastig om te volgen. Sommige stukken begreep ik niet. Wel is het knap hoe de schrijver de verhalen verteld met de emoties die erbij horen.
Zijn mensen te vertrouwen als ze er zelf voordeel uit kunnen halen. Nee, als je dit verhaal leest. Een jongen vraagt zijn buurman om hulp en die maakt misbruik van de situatie.
Het is een prachtig boek mits je ‘Knielen op een bed violen’ hebt gelezen, want naar de gebeurtenissen in dat boek wordt vaak verwezen. Verwarrend is soms het heen en weer springen in de tijd, maar dit heeft ook zo zijn charme.
Met deze korte roman voegt Siebelink een stukje verhaal toe aan zijn autobiografische oeuvre over de kwekerij waar hij opgroeide. Het zwaar christelijke milieu en de armoede in het gezin Sievez benauwen net zo als in die eerdere boeken. Het is tevens een kleine ode aan de flora en dat maakt dit werk tegelijk een fijne plek om in te vertoeven.