[Algemene recensie over Albums 1-55 (4 Avonturen van Robbedoes (… en Kwabbernoot) - De Marsipulami Is Woest)]
(Bij dit album, dat voor mij het beste is uit de hele reeks (Italianen + Luna + Tome & Janry), wil ik graag even stilstaan bij de algehele feel van de strips. Iets meer diepgang over Luna Fatale is te vinden bij mijn iets gedetailleerde bespreking van Albums 45-55, bij Album 55.)
Zoals de titel al verklapt, gaat het over de jongemannen Robbedoes en Kwabbernoot. Robbedoes is oorspronkelijk piccolo van beroep (en nu journalist) en loopt daarom een groot deel van de tijd rond in een rood (piccolo-)pak met hoedje. Hij is kalm, slim en dapper, een verstokte vrijgezel en heeft een eekhoorn, Spip, als huisdier. Kwabbernoot is ook journalist en Robbedoes' beste vriend, maar helaas niet zo slim, een beetje traag en niet zo dapper. Verder spelen zijn er ook nog belangrijke rollen weggelegd voor de Graaf van Rommelgem (een uitvinder), zijn vriend Zwendel (een dubieus figuur), IJzerlijm (een vriendin/concurrente van Robbedoes en Kwabbernoot), en de Marsipulami, een zeldzaam geel-zwart zoogdier met een ontzettend lange staart (die later zijn eigen reeks kreeg).
Het is moeilijk om het te hebben over Robbedoes en Kwabbernoot. De reeks ontstond tijdens WOII, en is een van de bekendste Belgische strips die er bestaan, maar heeft ondanks dat eigenlijk een relatief slechte reputatie. Doorheen de jaren hebben er heel veel verschillende scenaristen en tekenaars aan gewerkt, doordat sommige scenaristen en tekenaars ermee stopten, of doordat sommige werden ontslagen vanwege tegenvallende verkoopcijfers. Dat heeft de reeks soms meer kwaad dan goed gedaan: de verkoop heeft altijd ontzettend gefluctueerd, en de kwaliteit ook. De enorme wisseling in makers, die soms de reeks minder goed kenden dan eigenlijk zou mogen, heeft voor ontzettende stijl- en inhoudelijke verschillen gezorgd, waarbij de personages er soms heel erg anders gaan uitzien. Doordat het echter heel snel verandert, is dat eerder een nadeel en wordt het niet gezien als 'vooruitgang'. Ook de plots op zich verschillen erg van kwaliteit. Hier en daar worden flagrante inhoudelijke fouten gemaakt tegen eerdere strips in de reeks, of worden ontwikkelingen van de personages totaal tenietgedaan, genegeerd of veranderd, waardoor er rare sprongen zijn ontstaan. Personages worden over het algemeen heel onregelmatig gebruikt, en soms zelfs verwijderd (soms door de andere scenaristen, soms verplicht vanuit de uitgeverij), om pas bij een volgende generatie tekenaars weer op te duiken. De reeks heeft rond de millenniumwisseling ook jaren stilgelegen omdat de vorige schrijvers ermee stopten en er niemand anders werd aangesproken. Al bij al is het één grote knoeiboel. De circa twintig verhalen van Franquin hebben mee van de beste plots, maar de tekenstijl in de eerste albums is een beetje navenant. R&K werd trouwens niet uitgevonden door hem, maar door Rob-Vel, waarna Jijé het overnam, maar die kortere strips zijn niet in de officiële nummering opgenomen. Franquin heeft de reeks wel groot gemaakt, en hij introduceerde ook alle terugkerende personages die ik hierboven opnoemde. Door Franquin is Robbedoes en Kwabbernoot écht Robbedoes en Kwabbernoot geworden.
De albums van begin nummers 30 tot midden in de 40, van het duo Tome en Janry zijn wat mij betreft nog wel het opvallendst: ze hebben een mooie tekenstijl, die ze altijd zijn blijven aanhouden, en de verhaallijnen zijn goed ontwikkeld, uitgediept en origineel. De verhalen tussen Franquin en Tome en Janry, waarvan de meeste van Fournier zijn, zijn van mindere kwaliteit. Daarna werden er nog drie andere door een ander duo geschreven, die nog erger is. (Fournier introduceerde onder andere ook het personage Ororea, omdat hij naar eigen zeggen IJzerlijm onaangenaam vond. Toen Fournier verdween, verdween Ororea met hem, ze is nooit meer gezien. In plaats daarvan verscheen IJzerlijm weer op het toneel.) Ook de tekenaars en scenaristen die na Tome en Janry langskwamen, laten een iets minder goede indruk achter. Met de komst van het laatste nieuwe duo, Yoann en Vehlmann, die de reeks vanaf Album 51 overnamen, lijkt de kwaliteit weer te verbeteren.
Op zich zitten er wel een aantal écht sterke albums tussen. Zelf heb ik één grote favoriet: Album 45 - Luna Fatale. Het hangt sterk af van je eigen voorkeur (qua inhoud en qua stijl), maar de kans is groot dat ook jij de veranderende stijlen niet kunt appreciëren. De fouten, inconsistenties qua personages en totaal verschillende tekenstijlen - die in de meeste andere strips als 'speciaal' en 'excentriek' of zo zouden gelden - zijn hier soms zo overmatig dat ze bijna zeker gaan storen. Je beperkt je eigenlijk het beste tot één of twee (groep(en)) scenarist(en) waarvan de stijl je meer aanspreekt - de kans is groot dat dat automatisch gebeurt. Dan kom ík uit bij Tome en Janry - zeker omdat ik Dupuis gewend ben, en deze twee hebben die typische Dupuis-stijl wel, én de juiste humor. Bovendien hebben Tome en Janry een in hun albums terugkerend element geïntroduceerd dat mij heel erg aansprak: de van Italië afkomstig zijnde New Yorkse maffia (met aan het hoofd Vito Cortizone). Het leek erop dat ook die personages voorgoed afgevoerd waren, maar na ruim vijftien jaar kwamen ze weer in de reeks tevoorschijn... Je weet ook nooit met R&K, mocht je dat nog niet doorhebben!
Wat veel mensen ook doen is zich gewoon richten op hun voorkeuralbums, en al de rest min of meer negeren (en daarbij ook de vreemde sprongen die alle scenaristen soms maken, waardoor de reeks bij momenten écht niet meer in elkaar past). Dat doe ik dus ook, en dan krijg je echt wel een hoeveelheid albums van voor jou goede kwaliteit bij elkaar.
R&K is voor het grootste deel zonder veel problemen te krijgen. Het overgrote deel van de strips zijn dan niet per se in herdruk, maar wel te vinden in gewone winkels, en de rest kan je vinden in stripwinkels. Tegenwoordig worden er ook integrales uitgegeven, zoals gewoonlijk aangevuld met een dossier en een hoop extra materiaal. Ondanks het feit dat deze een hele geschiedenis met zich meedraagt, en dat ze haar dieptepunten zeker kent, heeft ze ook een aantal hoogtepunten gehad - en een hoop spinoffs die even populair of zelfs populairder zijn gebleken. Dus het is wel duidelijk waarom Robbedoes ondertussen al zo'n tachtig jaar lang als een van de grote Belgische stripreeksen en een van de geliefdste Belgische stripfiguren geldt.