Op het adres Theet 77 te Hamme, Oost-Vlaanderen, woont en werkt het veehandelaarsgezin Brusselmans: de moeder, de vader, hun twee zonen en hun dochter. De ene zoon, Herman Brusselmans, lijkt voorbestemd om zowel voetballer als drummer te worden, maar deze disciplines verwateren op doodlopende wegen. De ware bestemming van deze Hammenaar leidt naar het schrijverschap. Na meer dan tachtig zowel bejubelde als verguisde boeken vindt Brusselmans het hoog tijd worden om de lang in z’n hoofd verwijlende roman Theet 77 te schrijven. Hij kijkt achterom naar een jeugd die hem gevormd heeft, en die reeds vroeg het schrijverschap in zich draagt, en in de steeds sneller elkaar opvolgende jaren zijn de invloed van en de gedachten aan Theet 77 nooit ver weg. De volwassene blikt terug, leeft ondertussen z’n leven als auteur, minnaar, vriend, en ex-Theetenaar, en op het geschikte moment komt eindelijk de eerste zin van Theet 77 op papier. Brusselmans evoceert wat reilt en zeilt om en rond deze plaats, en geeft hoofdrollen aan de gezinsleden en bijrollen aan verschillende mensen, dieren, dingen en gebeurtenissen. Het is een feest voor de lezer, vol herkenning, heimwee en herinneringen aan wat geweest is en dankzij het geheugen en de fantasie zal blijven bestaan. Theet 77 is grootse literatuur.
Herman Brusselmans werd geboren te Hamme op 9 oktober 1957. Na veel vijven en zessen groeide hij uit tot misschien wel een heel belangrijk auteur. De schrijver is bescheiden, beleefd en vriendelijk. Vele fans zijn hem daar dankbaar voor, en ook voor z’n meer dan 85 boeken, die de literatuur steeds weer op stelten zetten.
Herman Brusselmans is een Vlaamse schrijver, dichter en columnist. Hij debuteerde in de jaren tachtig en groeide uit tot een van de meest productieve en herkenbare stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Brusselmans schrijft romans, verhalen, poëzie en columns, waarin autobiografische elementen, satire en maatschappijkritiek regelmatig samenkomen. Hij schuwt controverse niet en was meermaals onderwerp van publieke discussies en rechtszaken, wat zijn imago als polemisch auteur versterkte. Tegelijkertijd wordt hij geprezen om zijn taalgevoel, timing en vermogen om banaliteit en existentiële vervreemding te combineren. Hij geldt als een eigenzinnige, invloedrijke figuur binnen de Vlaamse literatuur, die bewust buiten het literaire establishment opereert.
De eerste driehonderd pagina’s van Theet 77 zijn klassieke Brusselmans op zijn best. Grofgebekt en wars van enige notie van wat literatuur zou moeten zijn, volgen we de vrijpostige, vroegrijpe mini-Herman op het eiland dat Hamme in de vroege jaren ‘70 is. Er zijn saffen, pinten en seks bij de vleet, maar toch voel je vanaf het begin dat het Brusselmans meer menens is dan anders. De personages waarmee hij in contact treedt, met name de Theetenaars, voelen echter en genieten, onder de vernislaag van onbehouwen uitlatingen, duidelijk meer respect dan de gewoonlijke passants in Brusselmans’ romans. Vooral Brusselmans’ moeder kan vanaf het begin op niets dan liefde en mededogen rekenen, wat ook tot schokkend mooie zinnen leidt als: "M’n moeder moest op de juiste manier behandeld worden met onwetendheid".
De emotionele diepgang des Hermans, waarvan we hem allemaal verdachten, komt vooral tot uiting in de laatste vijftigtal pagina’s. Hier volgt een wervelwind aan ontboezemingen, op de juiste momenten onderbroken door een rake kopstoot, die je eindelijk binnenlaten in en je doen naderen tot de auteur.
Brusselmans herinnert er ons met Theet 77 aan dat hij niet enkel vakman, maar ook kunstenaar is. Theet 77 is een waar baken in zijn oeuvre.
'Ik ging het Engels ook eens testen bij Donna en Dixie. Als je in het Nederlands tegen ze zei: 'Zit', dan gingen ze zitten. De vraag was hoe ze op het bevel in het Engels zouden reageren. Ze stonden voor mij. Ik zei: 'Sit'. Ze gingen zitten. En zo zag je hoe het Nederlands en het Engels veel overeenkomsten hadden, ook in het dierenrijk. Wat was het prettig om veel kennis te vergaren.'
Theet 77 is een roman over door oorlogstrauma's getekende mensen en hoe je daartussen opgroeit als kind, over de onmogelijkheid om sociale klasse echt te ontstijgen, over de moeder als de as waarrond alles draait, en nog over veel meer serieuze zaken, die echter als glasscherven en spijkers tussen de parels liggen verborgen. Brusselmans beschrijft het allemaal zo licht dat je het bijna niet zou merken (en zowaar: geen recensent die het opmerkt - hebben ze allemaal stroop in de ogen?). Zo subtiel is ook het leven zelf: aan de oppervlakte wordt gelachen en gerookt, maar wat daaronder gebeurt is van een andere orde. Trouwens, niemand van die generatie (noch de onze) was in staat deze thema's uit te spreken, laat staan dat ze er de woorden voor hadden, dus in die zin is dit het meest waarheidsgetrouwe realisme.
Theet 77 is ook (en vooral) een liefdesode aan Brusselmans' moeder, aan de wereld van vroeger en alle prachtige fantomen die deze bevolkten, aan de paradijselijke kinderwereld, veilig verborgen achter een gordijn of onder een deksel dat nooit meer open kan. Daarnaast voelt Theet 77 ook als een liefdesverklaring aan Hermans jonge zelve, de twaaljarige bengel die als een punk Peter Pan (of welbespraakte Tijl?) door de straten van een pijnlijk mooie, sepiakleurige wereld loopt en fietst, soms zelfs lijkt te zweven, door voor- en achterdeuren die soms doen denken aan Dogville, muren zonder plafond, en daarboven vliegt een drone: wij/de lezer. Het is een documentaire maar tegelijk een neorealistische droom. Er gaat zoveel eerbied uit voor dit knaapje dat de lezer er steeds weer ontroerd van wordt.
Wat de structuur betreft: waar deel 1 van Theet 77 (een kleine 200 pagina's) misschien wel "de perfecte roman" was geweest, op zichzelf staande, dan waren deel 2 en 3 nodig om dit extra in de verf te zetten. De lezer voelt wel degelijk: iets uit die eerste periode is onherroepelijk verloren gegaan, en het valt niet in woorden te vatten. Vooral in deel 3 (het metagedeelte dat inzoomt op de carrière van Herman) wordt de toon droger en de humor minder losbandig.
Tot slot wordt in Theet 77 ook plaats gemaakt voor een biografisch aspect dat in het Brusselmansiaanse universum weinig ter sprake kwam: dat zijn overgrootouders grotendeels bestonden uit misfits: kersmis- en circusvolk en rondtrekkende Unger-zigeuners, wat de schelmenstreken en opgestoken middelvingers uit zijn romans toch wel een dubbele bodem geven. De moeilijk te plaatsen onrust en angsten die Brusselmans' werk kenmerken, maar ook "de chaotische slechtheid" die soms naar boven komt in zijn personages, is misschien een erfenis van dit noodlottig dna.
Wat kan Herman toch mooi schrijven over de liefde voor zijn moeder. Keihard bij momenten, grappig als altijd maar toch vooral veel liefde voor zijn geboortegrond.
Eén van de meest ontroerende momenten vond ik het gesprek met zijn vader over zijn prille schrijversambities. Mijn vader is al lang dood en soms romantiseer je de connectie die je samen zou hebben... ik lees graag over vader zoon relaties omdat het op zijn eerlijkst in veel gevallen ook gewoon moeilijk is. Maar zo 1 gesprek over iets wat je echt na aan het hart ligt nog zelfs voor je dat eigenlijk zelf beseft... Ik zou er veel voor overhebben.
Ik ben geen ervaren Brusselmans-lezer, ik denk dat dit het 4e of zo boek is dat ik lees met telkens vele jaren ertussen. Herman is natuurlijk op andere manieren nogal aanwezig in de betere media: als columnist, als panellid in actua-programma’s (want er komt doorgaans wel zinnige praat uit), als jury in de Slimste Mens (want hij is wel degelijk op een scherpe en provocerende manier heel grappig). Maar vooral is hij dus al meer dan 40 jaar schrijver, van een oeuvre van meer dan 80 boeken intussen. Dan laat een mens zich misschien verleiden tot de opvatting dat kwaliteit en kwantiteit misschien niet te rijmen zijn, en dat je beter de 12 Cormac McCarthy’s kan lezen dan een kwart van de Brusselmansen. Het is echt waar geen kwestie van cultureel snobisme, maar een kwestie van kiezen.
Maar kijk, dan toch de (op dit moment) recentste tak aan de Brusselmans-boom tot mij genomen, en me geen seconde verveeld. Brusselmans is virtuoos in zijn taal, vaak onwaarschijnlijk grappig maar nooit zonder die existentiële Weltschmerz die als een schaduw over de scene hangt. Authentieke scenes in de bruine kroeg, of in de stal. En Herman kent uiteraard zijn klassiekers: in het eerste deel is hij piepjong maar praat als een volwassene met kilometers op de teller, ondertussen rokend als een schoorsteen en stevig aan de pintjes… En toen viel mijn frank: de referentie aan De blikken trommel van Gunther Grass waarin Oskarchen op een blikken trommel ramt, weigert op te groeien, en intussen de nazi-wereld rondom hem sarcastisch becommentarieert, en iedereen in de zeik zet die ervoor in aanmerking komt. En in het eerste deel van Theet 77 gaat het pagina’s lang over trommels (drumstellen) van allerlei makelij. Ook blik. Schitterend gevonden.
Brusselmans lezen voelt dichtbij. Negen jaar ouder dan ik, mij voorgegaan als germanist in Gent, mijn geboortestad Aalst komt regelmatig voor in het boek en zit in de titel van één van die 85 romans. En nu wil het toeval dat mijn jongste zoon deze zomer afstudeerde aan Sint-Lucas en deze roman ziet liggen, zegt “knappe cover” en dan “kan niet missen, is van mijn docent”. Bij de proclamatie een gesprekje gehad met Kris Demey, die me wist te vertellen dat hij zowat de helft van HB’s romans van een coverfoto heeft voorzien. Kleine wereld en klein geluk.
Dat hij er nog veel mag schrijven, de Herman. En ik ga er zeker nog een paar lezen.
Jaren geleden dat ik nog eens een Brusselmans had gelezen, en deze had me meteen weer te pakken. Deze semi-autobiografie van zijn jeugd toont nog meer zijn gevoelige kant, zeker als het over zijn moeder gaat, en beschrijft een intussen verdwenen wereld. En er wordt al eens achter een struik gescheten.
‘Ik lees veel, zei ik, ‘kranten, tijdschriften, encyclopedieën, zelfs boeken. Ik ontwikkel mezelf. De geest moet waaien. Ik raad jullie aan om ook veel te lezen. Ontplooi jezelf tot je zwemt in een zee van wetenschap.’
Als de prijs van veel lezen bestaat uit kapotte ogen, dan zijn die de prijs waard.
Oh Brusselmans, de ene keer ga ik helemaal mee in je Vlaamse smeerlapperij en gedachtekronkels en de andere keer kan ik me er gewoon niet toe zetten. Na 175 blz. borstklopperij ben ik gestopt.
Driekwart van het boek is weer meer van hetzelfde maar de laatste vijftigtal pagina’s maken zoveel goed. Ontroerend en zonder al te veel bullshit krijg je een overzicht van zijn hele schrijfcarriere en wanneer je hem al die decennia gevolgd en gelezen hebt, besef je ook dat het een groot stuk van je eigen leesbiografie is geworden. Puik.
Brusselmans laat niemand onbewogen: voor de ene partij platvloers en altijd hetzelfde, voor de andere partij een auteur die dieper gaat en rake beelden schetst. Ik ben subjectief want fan, deze knapperd verdient 4 ⭐️ want vooral in het tweede gedeelte laat hij in zijn ziel kijken. Tenslotte kan ik mijn glimlach niet onderdrukken met zijn typische zinnen en rake mens beschrijvingen.
In zo'n beetje alle van de 30+ boeken van Brusselmans die ik heb gelezen al aangekondigd: de autobiografie der autobiografieën.
Brusselmansbiograaf (of -graag?) Rick Honings duidt er in "Majoor van het menselijk leed" ook al op. (Misschien, voeg ik er aan toe, want niet alles wat niet helemaal boeit beklijft, laat staan voor eeuwig): We zaten te wachten, met z'n allen, op Dat Wat Zou Komen. Theet 77, naast het hoofd van Brusselmans zelf, het middelpunt van zijn Zijn.
Ik moest wat langer wachten. Het boek was uitgeleend in/uit de openbare bibliotheek en het onverlaat dat het in bezit had was een trage lezer en, vermoed ik, niet oprecht enthousiast. Dus ik reserveren, wachten, en zodra ik zag dat het boek klaarstond kwam het me niet gelegen, dus pas twee dagen later, na het weekend, kon ik het ophalen. En op dat punt in mijn leven had ik het al niet zo makkelijk.
En toen was het snel gedaan. Het was meer van hetzelfde, maar soms toch net wat anders. De anekdote over *** deed me hardop lachen, maar ik ga natuurlijk geen spoilers geven. Doe zelf ook eens wat, labbekak.
Wat een stom boek. Ik moet eerlijk zijn, ik heb het niet eens uitgelezen, maar zat aan pagina 261. Wat een fucking kut klote boek. Tegen mijn principes en ik heb echt mijn best gedaan, maar wat een tijdverspilling. Misschien ligt het aan de fase in mijn leven van rouw, verlies, twijfel en eenzaamheid, dus helemaal geen nood aan die vunzige praat. Dit boek gaat ook echt over NIKS (wat eigenlijk ook een talent is, schrijven over niks), maar blij dat ik eindelijk dit boek kan loslaten. Wel goed geschreven, dus niks persoonlijk tegenover de auteur.
Een heel vlot geschreven literair werk, dat geen moment verveelt. Een stuk geschiedenis, absurditeit en humor afgewisseld met emotie zijn voor mij de kernwoorden van dit boek. Het is mijn tweede Brusselmans die ik lees, waar ik bij de eerste niet echt geneigd was er nog één te lezen, maar na dit boek is mijn nieuwsgierigheid naar meer gewekt !
Een typische Brusselmans waarbij je meermaals afvraagt welk stuk fictie en welk stuk non-fictie is, of zoals de man zelf zegt: "kwam ik niet voor de eerste keer tot de conclusie dat er goeie en slechte onzin bestaat." Theet 77 is aardig goeie onzin in dat geval.
Dit is de eerste keer dat ik een boek van Herman Brusselmans lees en ook al wist ik dat dit niet echt mijn favoriete schrijver zou zijn, toch wou ik net dit boek lezen. Het verhaal speelt zich af in mijn geboortestreek. Maar heb het opgegeven na een 200-tal bladzijden. Echt niets voor mij !!
Ik ging 2 sterren geven want eigenlijk echt mijn genre niet - maar de laatste hoofdstukken waren zo anders en toonden toch opeens een kwetsbaarheid die ik niet verwacht had. Dus kijk, geëindigd met 3.
Eigentijds deels biografische roman in de typische Brusselmans-stijl. Leest vlot met veel personages die in de leefwereld van Herman Brusselmans zijn jeugd de revue passeren.
Ik dacht geef het nog eens een kans, misschien is hij veranderd en is zijn zogenaamd autobiografisch magnum opus anders. Maar nee, kaka-pipi banaliteit alom.