Een zeldzame combinatie: De stad verenigt een liefde voor het vormelijke met een vrijheid die zelden voorkomt in boeken over steden. De grafische kracht is zó doordacht en speels dat ze op zichzelf betekenis genereert. Geen bijschrift nodig, geen uitleg, geen didactiek.
Waar architect-stedenbouwkundigen vaak de vorm willen beheersen, en landmeter-stedenbouwkundigen willen heersen met cijfertjes, toont dit boek hoe stedenbouw juist bevrijdend kan werken. De stad is geen les, maar een uitnodiging. Geen handleiding, maar een speelveld.
Vakliteratuur wordt hier overbodig. Niet omdat alles is gezegd, maar omdat er eindelijk eens niets wordt dichtgetimmerd.
Een meesterwerk in eenvoud, verbeelding en vormvrijheid.