Iedereen zit in therapie en wie nog niet in therapie zit zou daar heel snel verandering in moeten brengen. We spitten naar hartenlust in onze zielenroerselen onder professionele, en soms ook minder professionele begeleiding. Dat wroeten gebeurt achter gesloten deuren, terwijl er voor buitenstaanders zoveel valt te leren over de psychische perikelen van anderen.
Daarom vroeg samensteller Maurits de Bruijn dertien schrijvers naar hun ervaringen op de sofa, of aan een keukentafel, op een ongemakkelijk klapstoeltje, per Zoom of tijdens een duinwandeling. Van hypochondrie tot allesvernietigende schaamte, van sisterhood tijdens een gesloten opname tot een cliënt die zich tegen de behandelaar keert - de volgende auteurs laten ons meekijken door de kieren van hun behandelkamer:
Pelumi Adejumo, Oscar van Gelderen, Ashley Igwe, Forugh Karimi, Pepijn Keppel, Chris Kijne, Tobi Lakmaker, Bent Van Looy, Jente Posthuma, Frans Schalkwijk, Inge Schilperoord en Nadia de Vries.
Maurits de Bruijn (1984) schreef eerder de romans 'Broer' en 'De achterkant van de zon'. Van zijn hand verscheen tevens het non-fictieboek 'Ook mijn Holocaust' en de bundel 'Op de sofa. Essays over therapie en het leven'. Daarnaast is hij redacteur van kunsttijdschrift Mister Motley.
Je weet het, maar soms wil je er even aan herinnerd worden dat je niet de enige bent die het soms even niet meer weet in het leven. “ De kracht van wat er gebeurt wanneer een onuitsprekelijk gevoel opeens samenvalt met andermans woorden. Je bent niet meer alleen. “ Essays die ik las met soms ( veel ) herkenning en ontroering. Openhartige verhalen die me raakten in hun puurheid, de schaamte voorbij. Een boekje troost.
Op de sofa. Essays over therapie en het leven. Samengesteld door: Maurits de Bruijn.
Ik ben in therapie, al jaren. Mooiste geschenk aan mijzelf. Ik ben ook fan van therapie in de brede zin van het woord: van zelf regelmatig gaan, mensen die de moed hebben om in therapie te zijn, tv-programma’s over therapie (In therapie op Canvas) én boeken over therapie. In het voorjaar las ik het geweldige Binnenin beginnen door Els Heene.
Op de sofa moest ik dan ook lezen, vooral toen bleek dat er essays in stonden van: Tobi Lakmaker, Jente Posthuma, Nadia de Vries, Inge Schilperoord, Bent Van Looy en vele andere. Die diversiteit aan namen zorgt er ook voor dat dit een heel diverse bundel is. Wat elk essay gemeen heeft is een diepe eerlijkheid en een grote herkenbaarheid. Omdat we nu eenmaal allemaal mensen zijn die op een bepaald niveau met dezelfde dingen worstelen.
De Bruijn heeft prachtig werk geleverd, elke bijdrage is boeiend, kwetsbaar én heel sterk. Blij dat deze moedige auteurs, samen met uitgeverij Das Mag, weer een stukje van het ‘in therapie zijn’- taboe hebben doorbroken. Fan van dit boek!
My first 5* of the year is a non-fiction! This was so wonderful! Like a warm hug in between the pages. I loved hearing the stories of therapists/patients/etc. It makes you realize that you are not alone in your struggles. And maybe even more importantly... that your silly brain is not as strange as you always assumed it was.
Verzamelbundels zijn niet altijd echt een bundel: een pallet van vertelstemmen die verschillende perspectieven belichten. Dit mooie boekje is dat wel. Van zoekende behandelaar tot zoekende mens. Tenslotte zijn we beiden beide.
Ik twijfel tussen 2.5 ⭐️ en 3⭐️. Dit boek sprak me aan omdat diverse personen spreken over hun ervaringen met therapie/psychologische hulp. Enkele hoofdstukken wisten mij te interesseren, maar het merendeel eigenlijk niet. Ik ben met verwachtingen aan dit boek begonnen, waar de leeservaring niet aan kon tippen.
"Vanaf dat moment was mijn psycholoog niet nieuw meer. Ik vind het niet langer lastig dat zij ook iemand 'was', misschien omdat haar lijfelijkheid zich op een kwetsbare manier had aangediend. Ook zij, zo had ze laten zien, kon omvallen - en dat was een welkome correctie op het beeld dat ik had van de worstelende cliënt versus de smetteloze behandelaar." (Of. 16)
"Ik deel mijn zoektocht, omdat de worsteling en van de een kunnen leiden tot de inzichten van de ander." (Pg. 17)
"Soms zou ik willen dat ik kon geloven dat het waar was, dat ik in God kon geloven, dan zou ik het makkelijker kunnen accepteren als iemand gaat, dat ik het niet in de hand heb, dat je accepteert dat de dood erbij hoort en geen invloed hebt, maar dat kan ik dus niet." (Pg. 38)
"Maar stel dat er ooit, ergens, iemand in een café een paar zinnen van mij leest, dan zou ik het heel waardevol vinden als die persoon zich in mijn taal herkent. En zich daardoor misschien eventjes minder eenzaam voelt." (Pg. 161)
“Want sinds ik Plath had ontdekt, kreeg ik langzaamaan steeds meer lucht in mijn borstkas. Het was nog maar een spleetje, maar iets van licht kierde naar binnen. Hier was iemand, even oud als ik, die vanuit de jaren vijftig, en vanaf de andere kant van de oceaan, recht in mijn ziel keek. Die precies die woorden en beelden had gevonden die pasten bij wat ik meemaakte. De somberte, de bestaansangst. Ik weet niet of ik me ooit eerder zo begrepen had gevoeld. Of ik ooit eerder zo de magie van woorden ervoer. De kracht van wat er gebeurt wanneer een onuitsprekelijk gevoel opeens naadloos samenvalt met andermans woorden. Je bent niet meer alleen.”
Mijn favoriete essays: "Een kuuroord voor kapotte vrouwen" (al vertaald) "Wat er van ons overblijft" "De eenzaamheid van het vak" "De Tweede stem" (al vertaald) "Onder de sofa" "Self-care" "Taalmonsters" (moet 100% vertaald worden)
En dus ga ik deze kiezen voor mijn eindscriptie. Misschien moet er eentje af omdat het ongeveer 60 pagina's moet...hmmm... welke wordt uitgesloten?
Zij zijn voor mij vijf sterren waard maar ik heb vier sterren gegeven omdat ik de andere essays minder graag had. Maar in het algemeen zijn ze allemaal goed en ze vormen samen een coherente bundel over eenzelfde thema.
…”ik kom moe thuis uit Gent, slaap in twee dagen meer dan dat ik wakker ben. Ik ben moe van onze pogingen de gesprekken die we de afgelopen tien jaar niet hebben gevoerd in één dag in te halen. Ik ben moe van de onuitgesproken verwijten en het jarenlange wederzijdse onbegrip. Ik ben moe omdat we hebben geprobeerd een einde te maken aan alles wat al die jaren tussen ons in heeft gestaan. Ik voel me schuldig, omdat je zo lang geen broer hebt gehad.”…Pepijn Keppel
3,75. Ik denk dat Alain de Botton ooit zei dat we mensen enkel als normaal inschatten omdat we ze (nog) niet goed genoeg kennen. Ik vind het persoonlijk een goed idee om iedereen van een soort kaartje te voorzien, zoals ze bij fancy boeketten doen, zodat je direct kan zien welke defaults iemand bezit. Het zou ons allemaal wat menselijker maken en misschien wat extra verwantschappen blootleggen. Allez, ik zeg maar iets, hé. Als we elkaar nog eens zien: vraag maar naar mijn kaartje.
fijne bundel met fijne inkijkjes in de wereld van therapie. het werkte goed als een soort korte passages waar je even naar binnen mag kijken, een paar punten mee kan nemen, en weer bij de volgende persoon op bezoek kan. Verhaal van Tobi Lakmaker was favoriet, maakte me verdrietig maar heb er erg om moeten lachen
Op de sofa is een boekje troost. “Het besef, kortom, dat het pad dat ik mijn leven lang gevolgd heb - nadenken, analyseren, zoeken naar de oorzaak, naar het antwoord op de waarom-vraag - heel erg glibberg is.” - Chris Kijne
‘Daarom weet ik nog steeds niet of het nu goed komt met Hugh Grant. Mijn vermoeden is van wel. Met sommige mensen komt het nu eenmaal goed en mijn inschatting is dat Hugh Grant daar een van is.’ Tobi Lakmaker