Vrijwel iedere dag maakt Jacques Vriens een rondje door het Savelsbos in Limburg, dat in het voorjaar verandert in een zee van bosanemonen, sleutelbloemen en daslook. Boven in het bos wacht hem een adembenemend uitzicht op het dorp waar hij woont. Op deze plek stond in de achttiende eeuw de galg, zodat de gehangene in zijn laatste minuten nog een mooi uitzicht had.
Vriens wandelt hier al bijna zijn hele leven lang. Hij liep er als zestienjarige rond met zijn eerste vriendinnetje, dat hij toen nog niet durfde te kussen, huilde er om de dood van zijn broer en speelde er verstoppertje met zijn (klein)kinderen. In de jaren zeventig, als meester in Amsterdam, nam hij zijn leerlingen er mee naartoe op schoolkamp: voor die Randstedelijke bleekneusjes was het bos een groot sprookjeswoud.
Het Dassenpad is een wandeling in weemoed, langs mergelgrotten, kiezelkuilen, miauwende buizerds en gestreepte nachtbrakers.
Het laatste boek van 2024 voor mij en dat was even fijn tussen alle organisatorische dingen voor oudejaarsavond. Een fijne wandeling, een mooie omgeving, leuke feitjes, natuur, en meer. Een favoriet in de Terloops-reeks. fijn boekje om het jaar mee af te sluiten.
Ik koester deze kleine wandelboekjes het unieke van elke insteek, plek, beschrijving het leven dat langzaam in de wandelingen doorsijpelt het mogen dwalen en kijken en zien en (her)zien
Een fijn klein boekje. Vroeger zo goed als alle kinderboeken van Jacques Vriens verslonden, en toen ik nog in Maastricht woonde, heb ik vaker in het Savelsbos gewandeld. 1+1=2. Marit + Het Dassenpad = blij/(jeugd)sentimenteel.
Een opsomming van soms interessante herinneringen bij bepaalde punten op het gelopen pad, maar geen harmonieus verhaal met een mooie spanningsboog, zoals bij sommige van de andere deeltjes in deze serie.
Nu ik ruim tien boekjes uit deze reeks – waarbij een auteur telkens een wandeling centraal stelt – heb gelezen, valt me op dat de uitgaves die me best bevallen, net diegenen zijn waarbij de schrijver van dienst zich niet teveel uitslooft in het uitputtend beschrijven van de landschappen waar hij of zij doorheen stapt. Vaak zijn het de zijwegen die bij het vertellen worden ingeslagen of het verhaal waarin de wandelingen worden ingebed die de boeiendste vertelstof opleveren. Maartje Wortel ging wellicht meest vrij om met haar opdracht en net aan dat boekje (De Groef) bewaar ik de beste herinneringen. Jacques Vriens hield zich een stuk strikter aan het format, maar gelukkig diept hij onderweg de nodige anekdotes en geschiedkundige weetje op. Sommige daarvan zijn te particulier om echt interessant te zijn, maar alles bij elkaar is dit een aangenaam lezend verhaal. Bovendien kreeg ik zin om de streek waarover hij schrijft ook eens te verkennen.
Geschreven én voorgelezen door Jacques Vriens, die je even meeneemt op enkele van zijn geliefde wandelingen door Zuid-Limburg. Door zijn beeldende vertelstijl ben je er als luisteraar bijna bij.