‘Desiderata’ zijn vooral de boeken die je ooit nog wilt bemachtigen, maar in dit geval gebruiken we het woord liever in de betekenis van boeken die je ooit nog wilt maken en uitgeven.
Het verheugt ons dan ook ten zeerste dat wij na de uitgave van Charles Nodiers De bibliomaan nu ook nummer twee van ons wensenlijstje hebben kunnen verwezenlijken, namelijk Charles Asselineau’s De hel van de bibliofiel. Dit verhaal verscheen in 1860 in boekdruk als L’Enfer du bibliophile, maar werd nooit eerder in het Nederlands vertaald. Asselineau vertelt daarin over een nachtmerrie waarin een boekenvriend tegen wil en dank door een demon gedwongen wordt waardeloze boeken aan te schaffen voor een te hoge prijs. Vervolgens belandt hij in de hellecirkels van de boekbinder en het veilinghuis. Ten slotte is hij getuige van de plundering van zijn bibliotheek.
Maar dat is lang niet alles. Het verhaal van Asselineau bleek opgemerkt te zijn door zijn landgenoot Octave Uzanne, en aan de overzijde van Het Kanaal door Andrew Lang. Beiden gebruikten Asselineau’s tekst op hun eigen manier als plot voor hun variaties op ‘De hel’: het Veilinghuis en het Vagevuur. We besloten ook die twee teksten in vertaling op te nemen. Net als de Nodier-uitgave is ook ‘De hel’ verrijkt met biografische portretten van de auteurs, en uitgebreid toegelicht met gegevens over de besproken motieven. Het onderzoek daarnaar leverde een indrukwekkende overvloed aan feiten en anekdotes op uit de bibliofolklore: over boekenveilingen, bibliofobie, boekrestauratie, boekprentkunst en bibliofiele genootschappen.
Ook de illustratoren die de ‘leesmerrie’ en ‘boekendemonen’ in beeld hebben gebracht krijgen ruim aandacht. In de eerste plaats is dat de illustrator van ‘De hel’, Léon Lebègue, een zo goed als vergeten briljante prentkunstenaar. Maar ook de demoontjes van Albert Robida verschijnen hier, en de afbeeldingen bij ‘De hel’ van de Tsjechische kunstenaar Hugo Steiner-Prag. In totaal bevat onze uitgave meer dan 160 afbeeldingen in kleur.
Daarnaast hebben we de drie verhalen toegelicht met Nederlandstalige bronnen die verwant zijn aan de inhoud, waaronder Willem Bilderdijk, die uitlegt hoe een nachtmerrie te werk gaat, en dominee Eliza Laurillard, die ons onderhoudt over zijn angst voor de vergetelheid.
Al doende is een voorgenomen vertaling van drie kortere teksten uitgegroeid tot een scala van fictie, poëzie, beschouwing en anekdotiek, met hoofdrolspelers, bijrollen, en vooral ook dromen van velerlei aard. We bezoeken niet alleen de Hel maar ook het Vagevuur en zelfs de Hemel. Door al die verbanden betraden wij geheel onverwacht een bovennatuurlijke wereld vol boekenvrienden en hun boekendromen. Wij hopen dat u deze uitgave onverwijld op uw lijstje van begeerlijke boekwerken zult zetten, en dat wij uw bestelling mogen ontvangen. -- Charles Asselineau – De hel van de bibliofiel. Aangevuld met verhalen van Octave Uzanne en Andrew Lang, vertaald uit het Frans en Engels door Martin Hulsenboom, biografische portretten door Peter IJsenbrant, en bibliomane aantekeningen van Ed Schilders. Circa 160 afbeeldingen in kleur van Léon Lebègue, Hugo Steiner-Prag, Albert Robida, en 19 andere illustratoren.
Il fait ses études au collège Bourbon (actuel lycée Condorcet). Il est alors condisciple de Félix Tournachon (Nadar), avec lequel il se lie. Comme ce dernier, il commence des études de médecine. Cependant, assez rapidement, il se tourne vers la littérature. Il collabore à différentes revues littéraires et artistiques, comme Le Courrier artistique – travaillera pour la bibliothèque Mazarine, et écrira différents ouvrages : un recueil de nouvelles La double vie (1858), L’enfer du bibliophile (1860), Le paradis des gens de lettres (1862), Mélanges tirés d’une petite bibliothèque romantique (1866), L'Italie et Constantinople (1869), André Boulle, ébéniste de Louis XIV (1872), Bibliographie romantique (1872), etc.
En 1845, il rencontre Charles Baudelaire, dont il deviendra un ami fidèle. Ainsi, il le soutiendra lors de la parution en 1857 des Fleurs du Mal, ouvrage dont il publiera avec Banville en 1868 une 3e édition, Caroline Aupick, mère de Baudelaire, leur ayant confié le soin d'éditer les Œuvres complètes de son fils. En 1869, il écrit la première biographie de Baudelaire : Charles Baudelaire, sa vie et son œuvre.
«Mais pourrait-il y avoir un enfer pour une innocente manie, qui se repaît d’elle-même et qui tourne à l’honneur des lettres et de la patrie, en faisant subsister quatre ou cinq industries? Je ne l’aurais pas cru. Il y en a un pourtant. Je le sais aujourd’hui, car j’en reviens: "Je suis, je suis celui qui reviens de l’Enfer du bibliophile"»
Con queste parole Charles Asselineau, erudito ricordato in particolare per essere stato il primo biografo baudelairiano, introduce il racconto del suo personale inferno dantesco, un viaggio condotto lungo le ingombre strade del lungosenna parigino, tra bancarelle accatastate quasi l’una sopra l’altra, e nelle soffocanti sale delle vendite d’asta. L’incontro con dissennati bouquinistes e banditori dagli occhi di bragia, lo costringerà ad acquistare edizioni immonde, svergognate da tutti i suoi colleghi, oppure opere di pregio pagate cifre esorbitanti. Tutto questo dietro ordini impartiti da una guida demoniaca, implacabile nell’infliggere obblighi dissacranti, senza possibilità di contravvenirle né di ingannarla. Il conto di compere tanto scellerate è più salato delle lacrime di disperazione del bibliofilo: non avendo denaro sufficiente per far fronte ai debiti, diventerà l’inerme testimone del saccheggio della sua stessa biblioteca, frutto di vent’anni di ricerche e sacrifici. Insomma, un incubo in cui nessun collezionista vorrebbe mai incorrere.
Resulta útil la distinción que desmenuza Umberto Eco en La memoria vegetal sobre la diferencia entre bibliófilo y bibliómano. De fondo, forma, interés y vocación.
Asselineu -íntimo de Baudelaire y eclipsado por su figura, en un ejemplo que encuentro parangón actual en la relación animosa de Franzen y Foster Wallace-, expone en este cuento el horror del amante de los libros. Del amante de los libros que sabe cabalmente de ediciones, impresiones y fechas. De los pecadores de la libricidad. Pues aun la más inocente de las manías-pecados ya las contiene todas: avidez, lujuria, orgullo, avaricia, olvido del deber, y desprecio del prójimo; cuyos goces son las voluptuosidades desconocidas para el vulgo, como se afirma al inicio. Tiene muchos matices y vueltas de tuerca.
Súper dantesco. Se ha quedado un poco anticuado, porque ya no vamos a subastas o al encuadernador y la mayoría de libreros no son tan atentos. Pero yo también he sentido ese demonio en los rastros y en la sección de ofertas del París-Valencia, esa voz que te lleva a la ruina y te dice: "Compra" (Achète cela!). Ese es nuestro infierno.
ho acquistato questo libro su internet attratta dal titolo e non so perché convinta che fosse un autore contemporaneo. In realtà Asselineau è un autore vissuto tra il 1820 e il 1874, e amico di Gautier e Baudelaire.
La storia è breve e divertente, paragona la “passione” per i libri, qui intendendo libri rari e di antiquariato, a un peccato, a qualcosa che somma in se gli altri peccati “cupidigia, lussuria, avarizia, orgoglio, dimenticanza del dovere e disprezzo del prossimo”
Ed ecco che spunta il diavoletto della situazione ( in realtà un distinto vecchio signore in redingote e cilindro ) che spinge il nostro povero bibliofilo contro la sua volontà, ad una serie di acquisti scriteriati nonché esageratamente costosi sia presso le bouquinistes lungo la Senna sia alle aste di libri rari mettendolo in ridicolo davanti a tutti…