In Bestevaer beschrijft K. Norel het indrukwekkende levensverhaal van Michiel de Ruyter (1607–1676). Het boek begint bij zijn jeugd in Vlissingen, waar de jonge, recalcitrante Michiel liever de kerktoren beklimt dan in de schoolbanken zit. Zijn drang naar de zee is onstuitbaar, en hij begint zijn carrière onderaan de ladder als scheepsjongen op een kaperschip.
Het verhaal volgt zijn stormachtige groei van matroos tot koopvaarder en uiteindelijk tot de hoogste rang van Luitenant-Admiraal-Generaal. Norel belicht de belangrijkste historische momenten, waaronder:
De zeeslagen tijdens de Engels-Nederlandse Oorlogen.
De gedurfde Tocht naar Chatham.
Zijn tactische vernuft en de discipline die hij vlootbreed invoerde.
De titel 'Bestevaer' (Grootvader) verwijst naar de erenaam die zijn bemanning hem gaf, wat zijn karakter typeert: een strenge maar rechtvaardige leider die tussen zijn mannen stond en een diep ontzag had voor God en vaderland.