Jump to ratings and reviews
Rate this book

MA NUIT AU JOUR LE JOUR

Rate this book
French

266 pages, Pocket Book

First published April 24, 2002

18 people want to read

About the author

Constant Malva

11 books3 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
5 (38%)
4 stars
7 (53%)
3 stars
1 (7%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Jan Vranken.
136 reviews14 followers
March 19, 2023
Ik las het boek in een uitstekende Nederlandse vertaling (Mijn nacht, dag na dag) door Willy Van Poucke, die ook voor een zeer informatief voorwoord zorgde. Bovenop de inhoudelijke relevantie van deze getuigenis (een ondergronds mijnwerker heen en weer geslingerd tussen zijn werk en zijn schrijverschap) is er de kwaliteit van de uitgave (handwerk met originele houtsneden). Haast is geboden: beperkte oplage van 400 exemplaren bij Industriemuseum Gent.
Profile Image for Philippe.
766 reviews733 followers
December 25, 2025
Constant Malva — pseudoniem van Alphonse Bourlard — hield tussen het voorjaar van 1937 en het voorjaar van 1938 een dagboek bij over zijn leven als mijnwerker in de Borinage. Het is een periode waarin de streek wordt getroffen door een instabiele conjunctuur, op het kantelpunt tussen oververhitte productie en plotselinge overcapaciteit. Bij de aanvang van het boek kan de steenkool niet snel genoeg worden gedolven; de notities eindigen in een context van stilleggingen en tijdelijke werkloosheid. Malva becommentarieert die macro-economische dynamieken (en evenmin het opkomende nazisme) niet. Ze zijn in de achtergrond aanwezig als noodlottig krachtenveld.

Malva beschouwt zichzelf nadrukkelijk als een “geëmancipeerde arbeider”. Die emancipatie is niet verbonden met sociaal activisme maar met zijn schrijverschap. Het schrijven biedt hem een vorm van mentale distantie: hij kan zich niet losmaken van zijn lage sociale statuut of van het uitputtende, gevaarlijke labeur in de ondergrond, maar hij kan het benoemen, analyseren en er getuigenis van afleggen. Die reflexieve positie verleent hem een minimale autonomie binnen een verder volledig heteronoom bestaan.

Het onmenselijke van het systeem ligt bij Malva niet louter in de fysieke hardheid of het permanente levensgevaar van het mijnwerk, maar evenzeer in de absurditeit van arbeid in een extractief systeem. De arbeid produceert geen betekenis. Het dwalen in de duistere mijngangen tot 1.100 meter diep en het repetitieve vullen van de mijnkarretjes is een metafoor voor een bestaan ontdaan van elke hogere zin. Daardoor ontstaat een constante spanning tussen het verlangen naar opstand en bevrijding enerzijds, en de lucide wetenschap van de onmogelijkheid om het systeem wezenlijk te veranderen anderzijds. Verzet blijft een gedachte, geen reële optie, of hooguit een zeer tijdelijke en lokale manifestatie van autonomie.

Een centraal motief in het dagboek is de problematisering van de mythische kameraadschap tussen mijnwerkers. Die solidariteit is niet volledig fictief — het gedeelde gevaar schept reële onderlinge afhankelijkheid — maar ze wordt voortdurend ondergraven door het arbeidsregime zelf. Het systeem van competitie en kwantificatie confronteert de arbeider met onoplosbare ethische dilemma’s: als mijn ploeg de targets haalt en de vorige ploeg niet, dan staan wij op een goed blaadje bij het management maar dan zetten we onze makkers in een slecht daglicht. Solidariteit slaat om in rivaliteit, loyaliteit in medeplichtigheid.

Zo corrumpeert het arbeidsregime de morele sensibiliteit van de arbeider omdat het hem structureel dwingt zijn kameraden als concurrenten te beschouwen. De arbeider wordt, aldus Malva, "rund" of "varken". De ontmenselijking is hier geen projectie van de buitenwereld, maar een geïnternaliseerde lotsbestemming.

In zijn scherp ontwikkelde ethische bewustzijn en zijn gevoeligheid voor het existentieel absurde staat Malva dicht bij Simone Weil en Albert Camus. Net als Weil (Journal d'usine) analyseert hij de internalisering van dwang en de vernietiging van morele sensibiliteit door arbeidstijd en productiedruk; net als Camus registreert hij lucid de absurditeit van een bestaan zonder transcendente betekenis. Malva is in die zin minder een sociale utopist dan een vroege existentialist: hij ontleedt geen toekomstvisie, maar een toestand.

Kortom, een uitermate interessant document uit de proletarische literatuur van de jaren '30, prima vertaald door Willy Van Poucke, en gepast mooi uitgegeven door het Gentse Industriemuseum in een beperkte oplage van 400 exemplaren. De houtsneden van Kris Nauwelaerts maken het helemaal af.
Displaying 1 - 2 of 2 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.