Ter gelegenheid van de boekenweek / / Dutch literature / Nederlands / Dutch / Néerlandais / Niederländisch / Pocket / Poche / Taschenbuch / 12 x 19 cm / 94 .pp /
J.M.A. Biesheuvel (Schiedam, 1939) debuteerde in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi. Daarna volgden talloze bundels, altijd bestaande uit korte verhalen en novellen, waaronder De weg naar het licht, De angstkunstenaar, De verpletterende werkelijkheid, Reis door mijn kamer en kleinere uitgaven als Motje tegen gloeiend lampepeertje en Oude geschiedenis van Pa. In 2008 verscheen zijn Verzameld werk, bestaande uit al het gebundelde werk.
Biesheuvels verhalen zijn veelal autobiografisch van inslag. Hij schrijft over zijn ervaringen als matroos op koopvaardijschepen, over zijn depressies en zijn verblijf in wat hij 'het gekkenhuis' noemt, over zijn vrouw Eva, over zijn huis en werkkamer, over zijn jeugd. Daarnaast schrijft hij verhalen waarin fantasie de vrije loop krijgt.
‘Veel van wat Maarten Biesheuvel schrijft is waar gebeurd. Maar sommige dingen die hij schrijft zijn gelogen. Mijn moeilijkheid is dat ik nooit helemaal zeker weet of wat hij schrijft nu waar gebeurd is of niet.’ – Karel van het Reve
Op 15 december 2006 is aan Biesheuvel de P.C. Hooftprijs voor zijn verhalend proza toegekend. ‘Biesheuvels associatieve verteltechniek geeft zijn proza een weldadig effect en irrationaliteit en onlogica, waardoor het fantastisch element te meer een kans krijgt’, aldus de jury onder leiding van Maarten Asscher. De jury prijst verder Biesheuvels ‘verbeeldingskracht, absurdistische humor en stilistische rijkdom’.
In januari 2007 verscheen een herziene en uitgebreide herdruk van Zeeverhalen, waaraan een cd werd toegevoegd waarop Biesheuvel zijn meest recente verhalen voorleest.
Boekenweekgeschenk 1988. Eenzaamheid, angst, verdriet, schaamte, onverschilligheid, vreugde, het passeert allemaal in de vijf verhalen uit dit bundeltje. Niet ieder verhaal is even sterk, maar opvallend is dat steeds een overtreffende trap wordt bereikt: van extreme eenzaamheid naar enorme levensvreugde.
Het titelverhaal van deze kleine verhalenbundel, het boekenweekgeschenk uit 1988 gaat over een eenzame academicus die al eeuwig werkt aan een proefschrift dat nooit wat zal worden. Biesheuvel legt de tragiek en de gekte er dik bovenop. Dat heeft bij mij als lezer het effect dat het meer hilarisch dan tragisch wordt. Dat komt ook door de surrealistische elementen. Het eindigt met de dood van de hoofdpersoon Johan Knipperling die lijdt aan de ziekte van Bechterev en eindigt in een pan soep waar de proefdieren van het ziekenhuis zich te goed aan doen. Maarten Biesheuvel probeerde zijn eigen gekte door het schrijven van verhalen onder controle te houden.
Het tweede verhaal, ‘Een Job van onze tijd’ is een sprookje, maar dan een waar de zoektocht naar de mooie prinses op een fiasco uitloopt. Wees niet te naïef als verliefde jongeman! Trap niet in de praatjes van een oude heks!
In het verhaal ‘de lezing’ wordt de burgemeester van het stadje ‘N’ door een plaatsgenoot betrapt in een Parijs bordeel. Een compromitterende situatie. De burgemeester geeft geen krimp en hangt thuis weer de zedenmeester uit.
Het verhaal ‘ de klok’ is ook een droevig sprookje. Een oude klokkenmaker probeert de klok van de gouverneur te repareren maar er zit een verkeerd gewicht in waardoor het lukt. De klokkenmaker wordt wanhopig.
In het korte slotverhaal wordt de ikfiguur, hier Biesheuvel geheten overweldigd door de natuur en roept hij uit ‘wij zijn’, dus ik besta. Een positief einde van de bundel.
Drie sterren omdat de verhalen wisselend van kwaliteit zijn. Het titelverhaal is tevens het beste verhaal.
Oh, I didn't like one thing about this book. It went from side to the other in 2 seconds. I couldn't follow what the character was thinking and feeling because he came off crazy. What a waste of my time! So did not finish this story.
Amusante verhaaltjes. Nog niet veel Nederlandse literatuur gelezen, maar Biesheuvel kan wel eens voor lange tijd mijn favoriete auteur worden. Ben benieuwd naar zijn meer serieuze werken.
Erg genoten van de schrijfstijl en observaties van meneer Biesheuvel, al vond ik de laatste verhaaltjes beter dan het titelverhaal. Al is ‘beter’ misschien het verkeerde woord want het verhaal was heel goed in mij oncomfortabel maken en ik denk dat dat ook de bedoeling was. Laten we het woord ‘plezanter’ gebruiken.
Om twee quotes moest ik nogal lachen dus bij deze:
“‘Ja, tegenwoordig is het anders, heel anders,’ zei Sjef, ‘maar als kannibalen met mes en vork gaan eten, is dat vooruitgang?’” Uit ‘De klok’, p. 86-87
“Wat gebeurd er zoal niet op de wereld? Het zou in de krant moeten staan” Uit ‘Hoe bestaat het!’, p. 89
Er zijn mensen op de wereld die er droevig aan toe zijn, er zijn van die figuren die helemaal naast de maatschappij staan, ellendige eenlingen die huilen in bed voor het slapen gaan, juist zij hebben een beetje liefde meer dan wie ook nodig, maar ze krijgen het niet.
Mooi beeld van een anders werkende psyche. Vooral de eerste twee verhalen zijn erg absurd. Ik vraag me wel af wat ik nu precies gelezen heb. Misschien is dat ook wel de charme van de bundel.
Vooral het titelverhaal heeft me erg geroerd. Erg benieuwd naar de rest van Biesheuvels werk. De cover van dit boekenweekgeschenk hang ik nog eens op. Dat is alles wat ik over dit boek wil zeggen.
'... en nu weet ik wat ik eigenlijk ben: een overtollig mens. Andere mensen hebben nog wel enig nut. Maar ik niet.'
Biesheuvel schrijft in het boek een overtollig mens meerdere verhalen waaronder het titelverhaal. Biesheuvel beschrijft de eenzaamheid en de angst van Johan Knipperling. Dit boek maakt je wel bewust over het onderwerp eenzaamheid. Een taboe wat nog steeds zich laat gelden in de huidige samenleving. Het was een interessant verhaal, maar niet voor herhaling vatbaar.
Beladen en droevig verhaal over Johan Knipperling, een verstopt karakter, in beide betekenissen van het woord. Toch sympathiek omschreven oorzaak en gevolg door Biesheuvel, hoe Knipperlings fantasieën en kansen tot contact worden meegetrokken in de kolk van zijn isolement. Alle beetjes hoop staan slechts als schitteringen op routines en blijven losjes in het leven hangen.
Onafwendbaar zelfbeklag brengt Johan tot een stilstaand innerlijk leven en randfiguur. Al met al een kort verhaal met een bulk aan weerspiegeling op wat het betekent mens en menselijk te zijn, best knap.
“Angst eet de ziel op” schrijft Biesheuvel. De wereld is volop aanwezig, maar je hebt jezelf tot last gemaakt. Ik vind dit een mooi verhaal en het deed me opnieuw denken aan mensen die ik ken.
Waar komt de persoon Biesheuvel tevoorschijn? Misschien wel het meest in een gevat en gedenkwaardig slotstuk van een ‘christelijke’ uithaal ergens tegen het einde aan. Om mee af te sluiten dan:
“En Johan denkt: De mensen zeggen Homo homini homo, dat wil zeggen: de mens gedraagt zich tegenover de mens nog gemener en erger, kwaadwilliger dan een wolf. Maar je kunt beter geslagen en beledigd worden dan dat ze je helemaal links laten liggen, en zijn slotsom is: Homo homini vacuum. De mens is voor de mens een leegte.”
Het titelverhaal was nog wel ok. Eenzaamheid is een belangrijk thema en Biesheuvel slaagt er ook wel in een bepaald gevoel over te brengen, maar het is te expliciet om meeslepend te zijn.
'Een job van onze tijd' vond ik een sprookje van het niveau schoolkrant.
'De lezing' is uiteindelijk een verhaal over hypocrisie, maar de opbouw werkt voor mij niet.
'De klok' was wel aardig en zijn twee verhalen ineen.
In de toegift 'hoe bestaat het' zien we de schrijver zelf. Ik snap en herken het gevoel soms over te lopen van leven en natuur, maar deze verhalende vorm werkte voor mij niet zo goed. Verpakt in een gedicht had het me waarschijnlijk meer aangesproken.
my introduction to Biesheuvel. not bad at all. just sooooo depressing. fuck me. Johan Knipperling, een overtollig mens, is pure pain in human form. the love letters he writes, all of them piling up. him not becoming an incel is praiseworthy.
Ja, wat heb ik nu gelezen? Lijkt net alsof het door een klein kind is geschreven: simpele zinnen die maar door ratelen, bijna stream-of-consciousness. En bij ieder kort verhaal viel de ontknoping tegen of bleef deze geheel achterwege. Gek boekje.
Korte verhalen, op biesheuveliaanse wijze verteld met associaties, gedachtesprongen, uitweidingen over niks - kortom, ietwat surrealistisch en heel bijzonder.
Meerdere verhalen in een kleine bundel, waarvan het eerste verhaal ook wel de beste is. Sommige verhalen lijken meer op schetsen om tot een verhaal te komen.
Ik zou graag van Biesheuvel willen houden. Het lijkt mij best stoer om te kunnen zeggen: 'Ja, die Biesheuvel, dat is een meesterlijke verhalenverteller'. En hij heeft al heel wat fans, toch? Met Karel van het Reve als niet de minste pleitbezorger. Nou, ik heb Biesheuvel echt wel de kans gegeven. Ik ben drie keer begonnen in 'Brommer op zee', maar het lukte mij maar niet om door deze schrijver gegrepen te worden. Stomvervelende verhalen, slecht verteld, anders kan ik het niet samenvatten. En alles veel te expliciet. 'Show, don't tell', dat is toch een soort ijzeren wet voor auteurs van romans en verhalen? Bij Biesheuvel is het 'tell and then show just the same'.
In deze kleine verhalenbundel is het niet anders. Iemand die overtollig is wordt overtollig genoemd en daarna wordt evengoed nog uitgebreid verteld hoe die overtolligheid er precies uitziet in dat overtollige leven van deze overtollige persoon. Gaap! En dat Hans verlangt naar Hilde moeten we ook keer op keer lezen, terwijl we die conclusie zelf ook al getrokken hadden. En dat Glasbeker niet kan schrijven, dat kondigt hij letterlijk aan, maar daarna moeten we ook het bewijs van deze bewering nog enkele pagina's lang verdragen. Pffff.