In Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen zijn alle stukken verzameld die Cees Nooteboom tussen 2006 en 2009 schreef voor Preludium, het blad van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. De essays meanderen langs de muziek en het leven. Reizend door Duitsland, Nederland en Spanje haalt Nooteboom herinneringen op en filosofeert over dromen, vliegangst en de heilige mis. Componisten als Sjostakovitsj, John Cage, Ravel, Schubert, Arvo Pärt en de IJslandse avant-gardist Björn Gustavson komen langs, maar ook schrijvers als Vestdijk, Thomas Mann en Leo Perutz. Op zijn bekende laconieke, erudiete manier belicht Nooteboom alle terreinen van de muziek en etaleert ondertussen zijn inzicht in de condition humaine.
Cees Nooteboom (born Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom, 31 July 1933, in the Hague) is a Dutch author. He has won the Prijs der Nederlandse Letteren, the P.C. Hooft Award, the Pegasus Prize, the Ferdinand Bordewijk Prijs for Rituelen, the Austrian State Prize for European Literature and the Constantijn Huygens Prize, and has frequently been mentioned as a candidate for the Nobel Prize in literature.
His works include Rituelen (Rituals, 1980); Een lied van schijn en wezen (A Song of Truth and Semblance, 1981); Berlijnse notities (Berlin Notes, 1990); Het volgende verhaal (The Following Story, 1991); Allerzielen (All Souls' Day, 1998) and Paradijs verloren (Paradise Lost, 2004). (Het volgende verhaal won him the Aristeion Prize in 1993.) In 2005 he published "De slapende goden | Sueños y otras mentiras", with lithographs by Jürgen Partenheimer.
Cees Nooteboom Categorie Non-fictie Uitgeverij Koppernik, 2022 ISBN 978 90 832 6216 1 Cees Nooteboom (1933) is één van de belangrijke, naoorlogse, Nederlandse schrijvers. Zijn boeken werden in meer dan dertig talen vertaald en voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs. Naast romans, poëzie, reisverhalen en toneelstukken schreef Nooteboom essays over muziek voor Preludium, het blad van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. De artikelen die hij tussen 2006 en 2009 schreef zijn nu verzameld in het boek ‘Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen’.
Nooteboom is een muziekliefhebber en luistert graag naar muziek. Op zijn kalme en nuchtere wijze overdenkt hij in de essays het leven aan de hand van de muziek die hij hoort. Diverse componisten, uitvoerenden en schrijvers komen voorbij. Cees Nooteboom doet het bijna onmogelijke en weet muziek in woorden te vangen Nooteboom onderzoekt in Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen wat muziek voor hem betekent en hoe hij muziek in woorden kan vangen. Het boek bevat in het totaal 34 essays, een genre waarin Cees Nooteboom op zijn best is. Hij is het soort man die hoort en luistert, kijkt en ziet, denkt en weet, spreekt en zegt, nota neemt en schrijft. Ondertussen is hij de meest bekende Nederlandse auteur in het buitenland. Hij heeft een omvangrijk oeuvre opgebouwd, bestaande uit bijzonder populaire reisverhalen, bundels essays, verzamelingen gedichten en natuurlijk romans en reisreportages, die vertaald werden in een indrukwekkende collectie talen en resulteren in een evenredig indrukwekkend aantal literaire prijzen. Woorden geven een betekenis weer, muziek bestaat uit klanken en die geven gevoelens en emoties weer. Je kan natuurlijk wel muziek laten weerklinken in je woorden, zoals in poëzie bijvoorbeeld. Maar dan lees je hoe Cees die ochtend Kathleen Ferrier gehoord heeft op de radio en dan hoor je in zijn woorden toch bijna de muziek.
Nooteboom schrijft trouwens niet enkel over klassieke muziek maar vermeldt ook autobiografische anekdotes en herinneringen aan concerten. Je komt ook een heleboel prominente personen tegen, grote componisten zoals Ravel, Schubert, Bach, Anton Bruckner, ¬György Ligeti en Schönbergs maar even goed John Cage. En schrijvers natuurlijk, zoals zijn goede vrienden Hugo Claus, Harry Mulisch of Thomas Mann en Simon Vestdijk. Al bijna vijftig jaar brengt Nooteboom zijn zomers door tussen planten en dieren op “zijn” Spaanse eiland. In zijn Spaanse tuin verzorgt hij de cactussen die hij zelf heeft geplant en is er een ezel die elke dag langskomt om gevoerd te worden. En ’s nachts kijkt hij naar de sterren. Het fluiten van de vogels het geluid van de wind, het balken van de ezel. Hij mijmert even goed over het verdwijnen van mensen rondom hem wat wijst op een naderend einde. Over het raadsel van woorden, tonen en stemmen is een verzameling van prachtige puntgave essays waarin je de echo’s en klanken van muziek en poëzie ervaart.
Tenzij er een duidelijke rode draad in verweven zit, want hoe mooi kan dat niet zijn, schijnbaar losse elementen die op het eind allemaal verweven blijken, zijn kortverhalen doorgaans niet aan mij besteed. Een verzameling columns krijgt soms wat meer krediet, al was het maar omdat ze, als het goede columns zijn tenminste, op zijn minst een historische waarde hebben. Ik geef u deze inleiding maar mee, om uit te leggen waarom ik zo lang heb getwijfeld om mij deze Nooteboom aan te schaffen: ik had eigenlijk geen idee waar het over ging, ik verkies dat meestal bij boeken, behalve dat het allemaal korte stukjes waren. Het antwoord op de vraag waarom ik het zaterdag uiteindelijk toch aan mijn wekelijkse aankoopallocatie heb toegevoegd, moet ik u en mijzelf schuldig blijven. Zullen we het op intuïtie houden?
Vast staat, dat ik van dit boekje heb genoten. Voor mij viel alles op zijn plaats: Nooteboom weet als geen ander de perfecte balans te vinden tussen het persoonlijk anekdotische en het universeel toepasbare, eruditie en humor. De stukjes zijn uiterst leesbaar, en hebben niets aan waarde ingeboet tussen het moment van schrijven en de publicatie van deze verzameling. Ik ging alle referenties opzoeken, van muziek waar ik min of meer mee vertrouwd was, tot het boek van Jean Echenoz over Ravel, dat meteen op mijn wishlist terecht is gekomen. Het enige wat aan het boekje ontbrak, was een discografie om het opzoekwerk te vergemakkelijken.
Tot mijn favoriete stukjes, mocht u daarin geïnteresseerd zijn, reken ik Tijdgenoten, Een bekering, Vliegangst, Ravel (I & II). En een rode draad? Die verschijnt in het tweede stukje, en blijft doorlopen tot de laatste paragraaf van de bundel: "Wat hoort iemand die geen noten kan lezen?" Hoort die persoon hetzelfde als pakweg een componist? Nooteboom legt in het laatste stukje die vraag voor aan Arvo Pärt.
Nooteboom zet in dit boekje aan tot ontdekken en luisteren, en hoe mooi is dat niet, als iets tot meer leidt?
Dit was overigens mijn eerste Nooteboom. Hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk dat ik die man al zo lang genegeerd heb.
Het zal wel aan mij liggen, maar dit deed niets voor mij. Waarschijnlijk weet ik veel te weinig over de besproken muziek, om de beschouwingen te appreciëren. Wel mooie taal.