Louis Marie-Anne Couperus (June 10, 1863 – July 16, 1923) was a Dutch novelist and poet of the late 19th and early 20th century. He is usually considered one of the foremost figures in Dutch literature.
Psychologische roman met weemoedige mijmeringen van een eenzame gelukkige ziel die gaat twijfelen aan haar bestaan door een levenslustige gezonde man die haar beter wil leren kennen, maar haar enkel kan zien als hoogverheven godin. Dat levert een wat geforceerd verhaal op, dat op mij als lezer ongeloofwaardig overkomt. Of waren de idealen in de tijd van Couperus meer hooggespannen dan vandaag de dag?
Onder me vloeit de zee van het verleden, boven me drijft de ether der toekomst, en ik sta daar tussen-in als op een stip van werkelijkheid; een stip zo klein, dat ik beide voeten pal tegen elkaar moet drukken, om staande te blijven. En vanaf de stip van mijn heden ziet mijn weemoed neer naar die zee en mijn verlangen op naar die lucht. (...)
Het heden is het enige, dat is, of dat tenminste schijnt te zijn. De stip is; de stip, tenminste, schijnt; die zee niet, en die lucht niet, want die zee is slechts herinnering en die lucht slechts illusie. En toch zijn herinnering en illusie alles, zijn ze de wijde domeinen der ziel, die van de stip afvliegt en op de zee afglijdt naar de einders, die wijken en op de wolken wegdrijft naar de sferen, die wijken en wijken...
De frêle, zich in dromen verliezende weduwe Cecile ontmoet de robuuste bad guy Quaerts, die ‘aan sport doet’ en haar aanvankelijk afkeer inboezemt.
Er ontvouwt zich een verhaal over de dichotomie tussen platonische zielsverwantschap en fysieke aantrekkingskracht, een verhaal dat doet denken aan D.H. Lawrence en Gustave Flaubert, maar Couperus houdt de relatie bewust schoon en draait de rollen zelfs om. Niet de rokkenjager Quaerts, maar de weduwe Cecile verlangt ernaar een slavin te zijn in hun liefde, in plaats van een madonna.
Fijnzinnige roman, genuanceerde karaktertekening, met af en toe iets te bloemrijk (zeg maar ‘bouquet’achtig) proza, maar dat zien we bij Couperus graag door de vingers.
Deze korte roman verscheen in 1892, toen Couperus nog geen dertig was. De ondertitel luidt: Een boek van geluk. Cecile van Even, een jonge weduwe met twee kinderen, wordt benaderd door meneer Quaerts, een charmeur. Eerst stelt ze zijn toenaderingen niet op prijs, maar later verandert dat, wordt ze verliefd op hem. Erg trouw is hij niet, hij heeft ook een maîtresse. Het hoogtepunt is een avondlijke wandeling, in donker Den Haag, waar ze zich aan hem overgeeft. Couperus schildert dit kleurrijk, tegen de achtergrond van de Haagse society. Na deze intense toenadering volgt er toch weer een verwijdering, waardoor een echte relatie uitblijft. Ze koestert het geluk dat ze even heeft mogen ervaren. Ze nemen afscheid. Misschien schrijven ze elkaar nog, maar of dat gaat gebeuren is de vraag. Het hoogtepunt van geluk is voorbij. Het verlangen blijft. Couperus schrijft kleurrijk, hij schildert met woorden. Zijn dialogen zijn sterk. Hij hoort tot de toppers van de Nederlandse literatuur.
A slow-paced novella of reflection by the Dutch novelist and poet, Louis Couperus (1863--1923). Couperus explores the emotions of melancholy, happiness, and ecstasy in the characters of the beautiful, widowed mother of two children, Cecille, the precocious young pianist, Jules (her nephew), and the roguish romantic, Taco Quarts (her admirer). Marketing copy: This is one of Couperus's most powerful novellas. A keen observer of fin-de-siècle Dutch upper-class society, his works are characterized by perfect characterization, exquisite description & a mordant wit, which brought comparisons to Oscar Wilde and Gustave Flaubert. Pushkin Collection editions feature a spare, elegant series style and superior, durable components. The Collection is typeset in Monotype Baskerville, litho-printed on Munken Premium White Paper and notch-bound by the independently owned printer TJ International in Padstow. The covers, with French flaps, are printed on Colorplan Pristine White Paper. Both paper and cover board are acid-free and Forest Stewardship Council (FSC) certified.
For a good while I thought this would be a 5-star read for me, with beautiful language and an interesting story of the widow Cecile and the earthy Quaerts. I was interested enough to read to the end, but the atmosphere became cloying and somewhat claustrophobic. The brevity was appropriate as the relationship had nowhere to go in the end. Still, it was worth a read.
Citaat : Zij zwegen even. Dat teer-broze, dat zo licht breken kon,hing nog tussen hen, fijn, als een herfstdraad, die hen verenigde. Review : Louis Marie Anne Couperus (1863-1923) was een geniaal schrijver met een virtuoos taalgebruik en een veelzijdigheid, die maakt dat zijn literatuur tot op de dag van vandaag nog onaantastbaar is. In zijn werk is duidelijk onderscheid te maken tussen drie groepen van min of meer bij elkaar horende werken: psychologisch-realistische romans, historische romans en een grote verzameling journalistiek werk.
Extaze( uitgeverij gebruikt een s) met de veelzeggende ondertitel: een boek van geluk, verscheen voor het eerst in 1892, het jaar waarin Couperus trouwde met zijn nicht Elisabeth Baud. In /dit veelgeprezen boek tracht Couperus een beeld te geven van wat zich in de menselijke ziel kan afspelen: tegenover een goddelijke kracht staat een dierlijke, instinctieve drift.
Cecile van Even brengt na de dood van haar man haar avonden thuis al dromend door. Zij heeft twee zoontjes, Dolf en Christie. Op een dag wordt zij door haar schoonbroer, Dolf van Attema, uitgenodigd een avondje bij hun te komen. Die avond ontmoet zij Taco Quaerts. Zij vindt hem maar onsympathiek terwijl hij zeer geïnteresseerd is in haar . Zij ziet hem maar als een zeer krachtige en energieke maar wat attogante man die vrij antipathiek bij haar overkomt. Na deze ontmoeting denkt ze nog enkele malen aan hem, maar niet direct in positieve zin.
Op een zaterdagmiddag, terwijl Cecile op de Van Attema’s zit te wachten, verschijnt onverwachts en onuitgenodigd deze Taco Quaerts. Cecile ontvangt hem beleefd, maar niet hartelijk. Dan komen de van Attema’s en er ontstaat een algemeen gesprek; even later neemt Taco afscheid. Na deze ontmoeting denkt Cecile na over het leven en komt tot de conclusie dat iedereen zich maar voordoet iemand te zijn; iedereen draagt een masker, daaronder ligt de waarheid. Cecile ontmoet Taco weer op een feest van mevrouw Hoze. Zij zitten aan een tafel en hebben uitvoerige gesprekken over liefde en geluk. Quaerts vertelt haar over wie hij werkelijk is en dat hij zich gelukkig voelt in haar bijzijn. Taco heeft het over de twee kanten van zijn ziel; het beest in hem en de goede, goddelijke man. Hij zegt dat als hij met haar is het beest in hem stil is en dat hij alleen nog maar gelukkig is en lief kan hebben. Hij ziet in haar de volmaakte godin; dit betreurt zij echter heel erg. Zij wil niet de Madonna zijn die hij in haar ziet.
Aan tafel van het feest zit echter ook mevrouw Hijdrecht; de minnares van Taco. Hij leeft een leven tussen twee verschillende polen; aan de ene kant leeft hij een leven vol drankfeesten en bij zijn minnares, aan de andere kant is hij de kuise fatsoenlijke heer die in het bijzijn van Cecile heel liefdevol en gepassioneerd is. Tussen deze twee werelden slingert hij heen en weer; hij verweert zich niet tegen het noodlot dat in hem leeft.
Cecile meent na deze avond verliefd te zijn op Taco. Zij denkt dikwijls aan hem. Wekenlang spreken zij elkaar niet. Dan op een avond spreken ze af en maken ze een avondwandeling. Zij ondervinden beiden een moment van het hoogste geluk. In deze mystieke sfeer vertelt Cecile aan Taco dat zij helemaal niet als een Madonna gezien wil worden maar dat ze slechts een nederige vrouw is. Hij beseft dat ook zij op deze manier het beest in hem wakker kan maken, en dat geeft hem een slecht gevoel en zijn dierlijke driften dreigen tot uiting te komen. Zij spreken elkaar weer weken niet.
Lange tijd komt Taco niet, Cecile ervaart haar eenzaamheid. Dan ontvangt ze zijn brief: Taco vraagt haar elkaar niet meer te ontmoeten. Hij is bang “het heilig geluk, de extase” te vernielen. Cecile is bedroefd, maar dit moest nou eenmaal zo zijn; noodlot. Taco komt met het bericht dat hij voor een heel lange tijd weg zal gaan; maar wil graag nog afscheid nemen van Cecile. Dat Cecile door Quaerts als het ware wakker gemaakt wordt uit een lange seksloze slaap is één van de mooste fragmenten uit het boek. maakt Couperus overtuigend duidelijk.
De seksloze verhouding en zweverige verhouding met een beeldmooie vrouw is voor de hedendaagse lezers misschien iets moeilijker te doorgronden maar dat is juist de krachtmeting tussen de goddelijke kracht en de dierlijke, instinctieve drift die wel vaker in het werk van de grootmeester terug te vinden is. Met heel veel plezier dit nog immer charmante boek herlezen.
De stijl van Couperus moest eerst een beetje wennen, maar zodra je de lange zinnen met veel decoraties gewend ben is het heel fijn om te lezen. Het verhaal neemt ook een interessante plaats in, omdat de hoofdpersoon inzichten heeft over liefde die tussen spiritueel en skeptisch/materialistisch inzitten.
First, it's always a delight to hold a book published by Pushkin Press: they're exquisite objects. Ecstasy is the second novel by Couperus translated in English that I have read: it's less "epic" than Inevitable, more intimate, shorter, too. It's a very intriguing love story set in the high society of the Netherlands at the end of the XIXth century: a young widow, Cecile, falls for a charismatic man with a reputation as a womanizer, Taco. The twist is that their love is never consumated. Cecile, thinks that this man she loves so intensely wants her only as a kind of pure madonna, and therefore she plays this role for him and fights her own carnal desires - and by doing so, she loses him. Couperus' writing is delicate and beautiful, and he is a master at analyzing the female psyche of his time. There is a kind of mysticism in this novel, mostly in the depiction of a love that remains purely mental. It's a very bittersweet novel, where the heroine - a prisonner of society, of the image of women that people have, of what she thinks is expected of her - is unable to express her physical desires, and forces herself to think she knows happiness when in fact she's in despair. When Inevitable had echoes of Edith Wharton and Forster, this story reminded me of D'Annunzio and Keyserling. There is also a fascinating young character: Jules, the nephew of Cecile, a sensitive, artistic teenager who is obviously in love, too, with the handsome Taco. Couperus is one of the unsung masters of European literature.
Eén keer eerder heb ik iets van Couperus gelezen - lang geleden. In de laatste klas van de middelbare school - voor ‘de lijst’. Ik weet niet meer precies waar het over ging, maar nog wel dat ik er onder de indruk van was - van de sfeer van het boek: Noodlot. Volgens mij zit eenzelfde sfeer doorheen dit boek; het uiterst sensitieve en hyperbolische van het gevoel en het gewoel, het gewoel van het gevoel. Gevoelens die de personages, ook enkel beschreven aan de hand van het gevoelsleven, overkomen, overwinnen haast, in de ban hebben. Uiterst sferisch en sensitief allemaal. Behoorde Couperus niet tot het naturalisme/decadentisme, zoals ook Huysmans? Daar deed het me nog het meeste aan denken kwa stijl - en leeservaring. Aan “tegen de keer” van Huysmans. Dit nodigt zeker uit tot meer van Couperus, erg aangenaam lezen!
Couperus is een van 's lands grootste schrijvers, in ieder geval gemeten naar reputatie. Voor ik Extase oppakte, had ik al Eline Vere en Noodlot gelezen en beide waren me goed bevallen. Echter, Couperus heeft nog een reputatie: die van onevenwichtige verhalen en nodeloze wijdsprakigheid.
Een beoordeling van dit boek zou in twee delen moeten komen: grofweg de eerste helft is vermakelijk, leest goed weg en karakteriseert de personages goed, al is Taco Quaerts in zijn hoedanigheid van losbandige levensgenieter te onevenwichtig om een realistisch geschetst karakter te vormen. In de tweede helft doemt een probleem op waar Couperus wel vaker aan leed: wanneer hij zelf geen goed plan lijkt te hebben voor het einde, loopt hij vast in pseudo-romantisch geleuter en een stortvloed aan overbodige woorden die niet of nauwelijks iets toevoegen aan het verhaal, dan wel de karakterontwikkeling. Het maakt het verloop van het verhaal ongeloofwaardig en weekt de lezer los van enige betrokkenheid bij de hoofdpersonen. Mogelijkerwijs dienen we de novelle - of in ieder geval de tweede helft ervan - te lezen als Couperus' fantasie over het romantische geluk dat hij nooit gekend heeft in het schijnhuwelijk met zijn achternicht. Maar als dat het geval is, telt het boek nog altijd minimaal 30 pagina's teveel.
Couperus moeten we blijven lezen. Omwille van zijn prachtige taal. Omwille van zijn psychologische inzichten waardoor hij voor lezers van de 21ste eeuw nog nagels met koppen slaat. In dit geval over de vrouwonvriendelijke neiging van mannen om vrouwen op een voetstuk te plaatsen en te vereren, en haar dan, zodra ze een mens blijkt te zijn, te dumpen. De gedachten en emoties van de vrouw worden in een sensuele en fijn genuanceerde taal trefzeker en ontroerend geschetst. Maar Couperus' precisie loopt vooral in de tweede helft van het verhaal helaas erg expliciet en breedsprakerig uit. Dan blijkt deze korte novelle bij momenten nog wat langdradig te worden. Maar laat dit je vooral niet tegenhouden: vooral de eerste helft is zeer de moeite waard.
Hij had haar lief, met alleen zijn ziel, niet lief als een vrouw die mooi is en goed, maar hoger lief dan dat, lief met de fijnste zielenzenuwtrillingen van zijn mens, - zijn eigenlijke -, lief met de supreme Aandoening der essence zijns wezens.
Voor een warme avond in laat-september. PSV heeft net verloren, maar zulke banaliteiten zijn met zulke zinnen snel in vegetelmistheid verdwenen.
Louis Couperous (1863-93) was considered one of the foremost dutch novelists at the turn of the late nineteenth century and yet his work is (seemingly) little regarded today at least in The English reading world. He is often described as the Dutch ‘Oscar Wilde’ for his dandified appearance, the ‘decadent’ subject matter of many of his (especial later) works and closeted homosexuality, having a possible 'lavender' marriage with his cousin Elizabeth Couperous-Baud, who translated of Wilde's 'The Picture of Dorian Gray' into Dutch.
This relationship would appear to have a correlation to the book under consideration which primarily concerns the love affair between Cecile Erven (a widow) and Taco Quaerts (something of a rake).
A hothouse atmosphere prevails throughout this short novel, partly because their relation would be frowned upon by 'society' but mainly because both parties realize how wonderful and deep their love is (this is discovered within about two meetings) and express it in a very intense manner, much of the text consisting of lengthy utterances by Quaerts on the state of his soul and how spiritual their love affair is in very ornate (read sickly) terms. Couperous was a great believer in Karma/fate. One can imagine such sensitive flowers writing such stuff to their lovers in the worst of the mid-Victorian romances and although Couperous at least does it in good style, it is way too saccharine for me.
While most Victorian romance writers would have hero and heroine riding off into the sunset together, Couperous leaves their love unconsummated and the novel ends extremely abruptly, so much so I had to check my download was complete) which makes it an extremely odd read.
Knowing of Couperous homosexual leanings, the subplot (I use the word ‘plot’ loosely) of the relationship between Quaerts and the Jules sensitive adolescent nephew of Cecile is perhaps also telling. Jules is a gifted pianist but only plays as the spirit moves him. For him, life is about emotions and feelings rather than academic lessons. He is (surprise?) very much in thrall (or is it love?) with the ‘manly’ Quaerts.
This relationship (like the other of the book) is also portrayed in a manner that makes me feel as queasy and at times I feel as if I were caught in a Victorian hippy hug-pit:
"You are very fond of...Taco, are you not?" she asked; and it struck her that this was the first time that she had pronounced the name [...] He did not answer at first, but nestled in her arm, in her embrace, and began to cry: "Yes, I can't tell you how fond I am of him," he said. "I know," she said; and she thought of the rainbows and the angels: he had played as out of her own soul..."
Despite such horrors, there are some excellent descriptions of music and the emotions it evokes which are by far the highlights of the book and is really all that lifts the novel above one star ('Did not like').
Overall this novel has not stood the test of time very well (at all!), but for those interested in such historical items it presents a potential field-day for decadence studies. One can already feel them sharpening their pencils to draught their PhD’s on 'Portrayals of Non-hetro-normative desire in the works of Couperous’ or ‘Ecstasy. Couperous, Karma or Carnality?’ If that's going to be you, don’t bother to credit me or send me a copy, I’m almost certain to reading something more entertaining.
Af en toe flink geëxalteerd (wel mooi geëxalteerd natuurlijk), maar toch in één ruk uitgelezen. Het gedrag van Cecile, Taco en de andere personages ademt de tijdgeest van begin vorige eeuw, maar toch weet Couperus iets universeels aan te raken, iets van de worsteling en onzekerheid die verliefdheid met zich meebrengt, zeker als het om een onmogelijke liefde gaat. Het verhaal staat bovendien als een huis.
Ik werd getroffen door deze passage: Een week lang met hen achten, veel sport in de open lucht, gevolgd door jachtdiners met niet alleen veel fijne wijn, maar nog meer jenever, ook hele fijne, als likeur. Rospartijen te paard in de omtrek; baldadigheden bedreven op een boerderij - de boerin rondgedragen in een ton en opgesloten in de koeienstal - stoute streken als van kwajongens en wildemannen tegelijk; proces-verbaal tegen dat alles met politie en schadevergoeding. Baldadigheden? Stoute streken? De schadevergoeding hoort erbij en heeft verder geen consequenties voor het maatschappelijk aanzien, versterkt dat eerder nog. Ja, dingen veranderen.
Gelezen omdat ik het per ongeluk nog in huis had ter voorbereiding op de mondelingen van 6vwo. Het is veel geklets (gezwets?) over liefde. Het 'wat zou ik graag in uw buurt verkeren'-gehalte is erg hoog. Cecile, een gegoede weduwe van de minister van buitenlandse zaken, ontmoet de dandy Taco Quarts met wie ze - modern gezegd - wel een beschuitje zou willen eten. Hij daarentegen eet al genoeg beschuitjes met diverse minnaressen, maar is juist op zoek naar een 'godin' voor zinnelijke liefde. Zo vinden ze elkaar, maar raken ze elkaar ook weer kwijt. Het is natuurlijk wel bijzonder dat je een boek van voor 1900 nog zo makkelijk kunt lezen. Maar als er toch een naturalistisch boek moet worden gelezen (wat dit overigens ook echt is!), dan zou ik toch eerder Noodlot aanraden. Net was spannender.
Cecile van Even, moeder van Dolf en Christie, pas weduwe, verlaat, zoals het behoort bij aanvang van het verhaal nauwelijks haar huis. Op een avond wordt ze door haar broer Dolf van Attema uitgenodigd bij hem en zijn vrouw Amélie. Dolf en Amélie krijgen die avond onverwacht bezoek van een vriend: Taco Quaerts. Een ontmoeting later wordt Cecile overvallen door een overweldigend, mysterieus gevoel van liefde wanneer ze ‘s avonds aan Taco terugdenkt.
Het boek is nogal 1905. In plaats van haar de liefde te verklaren, vraagt Taco of Cecile sympathie met hem wil sluiten… Het verschil in stand tussen Cecile en Taco wordt af en toe pijnlijk duidelijk. De gevoelens en emoties worden uitgebreid, op z’n Couperus’ beschreven. Het taalgebruik staat af en toe ver van de moderne lezer af: ondanks z’n beperkt aantal bladzijden, ben je wel een tijdje zoet met het boek.
I did not like this book. It was very hard to read not only because of the language but because how it’s extremely descriptive which I don’t fare well on unfortunately. I had to force myself to finish it basically… I guess something could be said about the time it came out and being probably one of the first of its kind. But those things will not be said by me unfortunately… the story also didn’t capture me, so I’d have to give it 1 star and never read this book again …
Knappe weduwe met onderdrukte lustgevoelens valt voor aantrekkelijke kanjer die het niet zo nauw neemt met de zeden. Hij vindt haar ‘heiligenstatus’ onweerstaanbaar, zij vindt de ‘ongelikte beer’ in hem aantrekkelijk, die hij juist tracht te verbergen. En dat alles in Den Haag, 1900, in gegoede kringen. Ga er maar aanstaan! Uiteindelijk vlucht hij. Maar ze blijven corresponderen, is de afspraak.
Tijden veranderen, en tijden veranderen snel. Dit boek is complex om te lezen als iemand die een eeuw na het verschijnen geboren is. Toch kan ik het taalgebruik bewonderen en zet het verhaal je aan het denken over de realiteit van verhoudingen tussen mensen. Het einde lijkt een beetje afgeraffeld.
Het is enige tijd geleden dat ik iets van Louis Couperus las en Extase maakt weer duidelijk waarom ik zo van zijn boeken hield. En ook houd. Dat lijkt me duidelijk. Ik was alleen vergeten hoe móói hij schreef. Extase is een novelle die gaat over liefhebben, op een bijzonder mooie manier.