“De PG”, Prometheus Amsterdam, 1998, 1ste druk, 287 p.
Dit was de eerste roman die ik heb gelezen van Jef Geeraerts uit het “tweede” deel van zijn schrijverscarrière (waarbij hij de focus verlegde van Congo- en koloniale romans naar misdaadromans).
Het boek verhaalt de neergang van een corrupte magistraat, die procureur-generaal (vandaar de titel “De PG)” bij het Antwerpse Hof van Beroep is. De PG is rijk gehuwd en heeft uitsluitend een verstandshuwelijk met zijn vrome echtgenote (die afstamt van de oude Belgische adel), waarbij ze voornamelijk met elkaar communiceren via briefjes met zakelijke mededelingen. De 64-jarige PG houdt er ook al een 15-tal jaren een jonge minnares op na, een gegeven dat zijn echtgenote zo goed en zo kwaad als ze kan tracht te verzwijgen voor hun twee volwassen zonen. De PG is allesbehalve een aimabel man, eerder narcistisch van inslag, die zijn eigen rijkdom (o.a. een liefdesnestje voor zijn minnares in Sint-Job-in-‘t-Goor en een vet gespijsde Zwitserse bankrekening) heeft vergaard door het toedekken van “delicate zaken” voor een projectontwikkelaar en door hand- en spandiensten te verlenen aan de Antwerpse Albanese maffia. Die rijkdom heeft hij nodig om zijn levensstijl (en zijn minnares) te kunnen onderhouden, vermits hijzelf en zijn echtgenote gehuwd zijn onder het regime van scheiding van goederen (waardoor het geld en de bezittingen van zijn vrouw buiten zijn bereik zijn). Aan dat zelfingenomen leventje komt echter een abrupt einde nadat zijn minnares er zelf een minnaar op nahoudt, en nadat zijn zeer vrome echtgenote zonder het goed en wel te beseffen door het Opus Dei (een religieuze organisatie) wordt gemanipuleerd om zo goed als haar ganse familiepatrimonium af te staan in ruil voor het toekennen van het koninklijk privilege van een adellijke titel voor haar twee zonen. Bovendien schakelt het Opus Dei een detectivebureau in om de PG te laten schaduwen met als doel hem te kunnen chanteren op basis van zijn amoureus leven en zo bezit te kunnen krijgen over zijn Zwitserse bankrekening. Een reeks verwikkelingen, waarbij de PG ook de hulp van de Albanese maffia inroept maar deze uiteindelijk tegen zich in het harnas jaagt, luiden zijn uiteindelijke neergang in.
In “De PG” trekt Jef Geeraerts fel van leer tegen het Opus Dei (letterlijk betekent dit “Werk van God”), wat volgens hem een diepgewortelde, geheimzinnige sekte is (eerder dan een oprechte Rooms-Katholieke organisatie) met als doel zo veel als mogelijk rijkdom te vergaren ten koste van de (goed)gelovigen onder het mom van enkel zo een diepere relatie met God te kunnen ontwikkelen. Tevens hekelt hij ook de vermeende banden van het Opus Dei met het Belgische koningshuis. Daarnaast grijpt hij het boek ook aan om stevige kritiek te leveren op justitie en de Belgische “Nieuwe Politieke Cultuur” (destijds gelanceerd als gevolg van de zaak Dutroux, maar die niets anders blijkt te zijn dan de oude achterkamerpolitiek verpakt in een nieuw jasje). Op basis van de gegeven details rond deze onderwerpen, blijkt dat hij zich bijzonder goed heeft gedocumenteerd en daarvoor uitvoerig research heeft gedaan. De voetnoten die achteraan in het boek zijn toegevoegd, vind ik persoonlijk van grote toegevoegde waarde te zijn (hoewel voor anderen ze misschien als te belerend overkomen).
Het boek leest als een trein, en houdt de lezer geboeid. Wat voor mij de leesbaarheid sterk bevordert, is het feit dat de schrijver heeft gewerkt met korte, afgelijnde hoofdstukken. De combinatie van een meeslepende vertelstijl en scherpe observaties, levert een maatschappijkritische roman op die (voor mij althans) geen seconde verveelt.
Het enige punt van kritiek voor mij is de snelheid waarmee de plot zich uiteindelijk ontplooit op het einde van het boek. Zoals in meerdere misdaadromans van Jef Geeraerts (bv. ook “De Trap” en “Dossier K”), gebeurt dit op slechts enkele pagina’s waarbij het gevoel ontstaat dat het boek moest afgehandeld worden binnen een bepaalde paginalimiet (wat zeker niet het geval zal geweest zijn) ofwel dat de plot op een zeer intense (doch te korte?) manier moest ontplooid worden.
Ik was voor het lezen van dit boek niet erg vertrouwd met het literaire werk van Jef Geeraerts. Ik kende wel de reputatie van deze schrijver op basis van zijn Congo- en koloniale romans, maar had zelf nog geen werk van hem gelezen. Het boek en de vertelstijl hebben mij zeer aangenaam verrast. Voor mijzelf is het ook een toegevoegde waarde dat het boek zich in Antwerpen (een stad waar ik zelf wel wat vertrouwd mee ben) afspeelt. Ook het occasioneel gebruikte Antwerpse dialect in de dialogen is bij momenten vermakelijk. Vermoedelijk kunnen Vlamingen (eerder dan bijvoorbeeld Nederlanders) zich iets beter identificeren met het boek, omdat het typisch Belgische fenomenen aankaart (hoewel de aangehaalde problematieken zich uiteraard ook in de ons omringende landen voordoen). Op basis van dit boek ben ik ook andere boeken van Jef Geeraerts gaan lezen en heb ondertussen al zijn boeken (zowel zijn Congoromans als zijn misdaadromans) in huis gehaald. Dat betekent dat ik toch erg genoten heb van “De PG”.