De rat van Aras werd uitgegeven in het fonds van De Bijenkorf ter gelegenheid van de Boekenweek 1986. Het boekje telt 53 bladzijden en is een novelle, omdat er slechts één kleine verhaallijn wordt verteld. Eigenlijk zijn er maar twee personages Maria La Tour en Sebastiaan Lepel.
Adriaan van Dis is a Dutch writer, journalist and TV presenter, who debuted as writer in 1983 with the novel Nathan Sid. That same year he debuted as a TV presenter as host for the book talkshow Hier is... Adriaan van Dis. The show lasted until 1992 and was repeated once in 2013 in honor of the Dutch book week and every year since, once a year during the Dutch book week. In 2017 he said that it was the last show unless he would be able to get a very special writer in the programme. He succeeded and interviewed Stephen Fry in March 2018 in what will probably be the last Hier is... Adriaan van Dis
Adriaan van Dis schreef in 1986 de novelle ‘De rat van Arras’, De Nederlandse naam van Arras is Atrecht. De ikfiguur, de journalist Sebastiaan Lepel ontmoet de oudere dame Maria La Tour die sterk in spiritisme en reïncarnatie gelooft. Zij heeft een traumatisch Indisch verleden, waar ze niet over kan praten. Ze gelooft dat ze in een ver verleden een eerder leven in Arras heeft geleid. Sebastiaan gelooft hier helemaal niet in, maar hij gaat toch met haar op pad en ziet daar onder meer een abdij waar de pastoor hen rondleidt. Ze wordt ziek en komt onder doktersbehandeling. De titel ‘de rat van Arras’ is ontleend aan het feit dat Arras letterlijk betekent het moeras waar de ratten verblijven. In haar kampverleden in de Jappenkampen kwam ze ook veel ratten tegen. De roman lijkt me een verkapte autobiografie over Adriaan en zijn moeder. Ik denk aan het veel later gepubliceerde ‘Ik kom terug’, waarop dit boek lijkt te anticiperen.
‘De rat van Arras’ is een novelle die Adriaan Van Dis schreef in 1986, en die licht herwerkt werd opgenomen in de bundel ‘Vijf vrolijke verhalen’ uit 2021. Het is een grappig én beklijvend verhaal over hoe wij mensen omgaan met wat ons rationeel begrip teboven gaat. Net als in het verhaal ‘Pannenman’, uit dezelfde bundel, exploreert Van Dis hier thema’s uit zijn eigen familiegeschiedenis.
We vallen het verhaal binnen in een hypnosesessie, die een journalist - onze verteller - beroepshalve bijwoont. Hij leert er Maria La Tour kennen, een excentrieke oudere dame voor wie reïncarnatiegeloof een evidentie is. We kijken met de gefronste aardse blik van de journalist naar de mevrouw met het hoofd in de wolken, terwijl hij ingaat op haar uitnodiging om haar thuis te bezoeken.
Net als de hypnosesessie, heeft ook dit bezoek veel komisch potentieel: mevrouw La Tour blijkt niet alleen in reïncarnatie te geloven, maar ook in geneeskrachtige steentjes, astrologie, tarot, séances, contact met de doden, en een plan van de goede en slechte zones in haar huis opgesteld door een wichelaar …Ze maakt onze journalist duidelijk dat zij een compagnon de route zoekt voor een queeste naar Arras in Noord-Frankrijk, en dat ze in hem een goede kandidaat ziet. Hij doet haar aan haar overleden zoon denken. Tijdens de reis op zoek naar sporen van haar 17de eeuwse leven, blijft Maria La Tour zich grappig bizar gedragen, maar laat de blik van de journalist ons ook steeds meer tragiek zien. Maria vertelt details over een verblijf in het Jappenkamp in Nederlands Indië waar ze een kind verloor. Die geschiedenis vertoont raakvlakken met de familiegeschiedenis van de journalist: ook zijn moeder en zussen hebben in een Jappenkamp gezeten.
In de inleiding op dit verhaal legt van Dis uit dat het personage van Maria La Tour in 1986 zijn eerste poging was om zijn eigen enigmatische moeder te portretteren. Zijn moeder was toen nog in leven, en sprak niet of nauwelijks met hem over het verleden, terwijl hij wel voelde dat het erg bepalend was geweest voor haar. In de aanloop naar haar dood komt hij wel met haar tot gesprekken, die hij verwerkt in ‘Ik kom terug’, waar ‘de Rat van Arras’ dus een voorloper van is. Samen met het verhaal ‘Pannenman’ en de roman ‘Indische duinen’ is dit verhaal dan ook mooi samen te lezen als verwerking door Van Dis van zijn jeugd in een gezin getekend door onbespreekbaar oorlogstrauma.
Tussen de regels vertelt dit verhaal iets over hoe mensen omgaan met zulk trauma. Sommigen vinden troost in esoterie, anderen worden schrijver. Op het moment dat de journalist Maria probeert te overtuigen van de onmogelijkheid van reïncarnatie zegt zij tegen hem “Jij wil dingen zien, maar je kunt ook dingen weten voor de theorie en de bewijzen.” Het personage Maria vertegenwoordigt zo niet alleen de moeder van Van Dis, maar ook degenen in onze maatschappij die soms wijzen op de waarde van wat niet bewijsbaar is.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Kort verhaal van Van Dis. Hij slaagt erin om in een paar mooi geformuleerde zinnen een beeld te schetsen waar andere auteurs vele hoofdstukken voor nodig hebben.