In dit verhaal volg je de ruzies tussen twee Belgisch-Albanese families in Antwerpen, die een duister verleden lijken te hebben. Ze maken deel uit van de maffia. Wanneer twee mannen van dezelfde familie op gruwelijke wijze worden vermoord, wordt de hulp ingeroepen van Nazim, een voormalige huurmoordenaar die op de vlucht is in zijn geboorteland Albanië. De detective die de moord op de twee mannen in een bar onderzoekt, legt een verband met een moord die 20 jaar eerder werd gepleegd, de beruchte PG-moord. Daarom zal hij een beroep doen op een ex-collega die jaren voordien met het onderzoek belast was.
Ik vond deze misdaadroman interessant en spannend na het lezen van een korte samenvatting. Ik heb in het verleden veel misdaadromans gelezen, goede en slechte. Naar mijn mening, is deze ergens tussen goed en slecht.
Wat indrukwekkend was aan dit boek, was dat ik zelf de hele tijd tegenstrijdige gedachten had. Aan de ene kant wilde ik niet dat de hoofdpersoon, Nazim, gepakt werd, maar aan de andere kant kon je het onderzoek van de rechercheurs zien gaan en wilde ik stiekem dat ze de crimineel te pakken kregen. In dit boek kreeg ik sympathie voor beide partijen en beide standpunten hebben gelijk. Het is ook moeilijk om Nazim als tegenstander te zien. Over de personage gesproken vond ik ook Naomi een interessant karakter te hebben. Zelf heeft ze nooit echt gekozen om deel uit te maken van het verhaal terwijl ze een zeer belangrijke rol zal spelen.
Een andere reden waarom ik dit boek niet als slecht beschouw is dat het onderzoek zeer goed en chronologisch in elkaar zit. De inspecteurs verwijzen indirect naar belangrijke elementen zoals de "uitgespuwde filter van een sigaret" op de plaats van de moord. Ook al vindt de detective dit niet zo belangrijk, wij, de lezer, weten dat het de zaak direct kan oplossen. Als het onderzoek eenmaal op gang is, gaat de stroom verder en kom je steeds dichter bij de opgeloste zaak.
Ik zal het niet in de categorie van de beste misdaadromans plaatsen, want persoonlijk heb ik het afgelopen jaar veel spannender verhalen gelezen en deze was nogal voorspelbaar..... In het begin komt het verhaal inderdaad erg traag op gang en ik vond dat het onnodig lang aansleepte. Pas halverwege begon ik het spannend te vinden, wanneer het onderzoek serieus begint te lopen en je als lezer detective gaat spelen. Vanaf dit punt word je ook aangemoedigd om logisch en moreel te denken. De raam-vertelvorm vanaf een bepaald punt maakt de leeservaring ook aangenamer.
Hoewel de taalkundige moeilijkheidsgraad van deze roman me vanaf de eerste bladzijden ongemakkelijk maakte, bleek hij tegen het einde beheersbaar. Ja, het valt niet te ontkennen dat dit verhaal geschikt is voor mensen met een hoger taalniveau, maar de structuur en de volgorde van de gebeurtenissen maken alles duidelijk. Zeker een aanrader als je op zoek bent naar een klein misdaadroman om tijd te verstrijken.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Bibliografisch adres: Geeraerts, Jef, Dossier K., Prometheus, Nederland, 2009, 264pg.
Biografie:
Men noemt mij een schrijver, maar eigenlijk ben ik in de eerste plaats een journalist. Met andere woorden: mijn teksten handelen over situaties die ik door en door ken, over streken waar ik lang genoeg heb verbleven om me er goed te voelen, over dingen die ik aan den lijve heb ondervonden. Jozef Adriaan Geeraerts is op 23 februari 1930 te Antwerpen geboren, als enig kind van Frans Geeraerts, eerst zeeman, dan garagehouder en uitbater van een taxibedrijf, en Anna van der Heiden, naaister en bezitster van een modezaak. Als kind van welgestelde ouders krijgt Jef een burgerlijke opvoeding. Toen Jef 8 jaar oud was wordt hij van de Gemeentelijke Jongensschool overgeplaatst naar het Franstalige Onze Lieve Vrouwecollege, omdat de eerste school niet fatsoenlijk genoeg was. Het college maakte van hem een stil en ingekeerd jongetje. Zijn enige echte ontspanning vond hij bij zijn grootvader Janus, een man die door zijn lak aan burgerlijk fatsoen steeds de warmste genegenheid van Jef heeft gekregen, en in de bossen van Brecht, waar zijn ouders een buitengoed gekocht hadden. Zijn liefde voor de natuur is een populair kenmerk die later dan ook een stempel zullen drukken op zijn literaire werk. In 1948 beëindigt hij zijn middelbare studie (Grieks-Latijnse humaniora bij de Jezuïeten) Na zijn middelbare studies schrijft hij zich in aan de Koloniale School en wordt in 1952 licentiaat in de Politieke en Administratieve Wetenschappen. Tijdens die jaren ontdekt hij de lichamelijke liefde en leidt hij een "tamelijk" losbandig en vrij leven, wat hem de opmerking van zijn directeur oplevert dat hij maar best huwt vooraleer een succesvolle loopbaan in Belgisch-Kongo te beginnen. Dit doet hij dan ook met Josée Swaelen na eerst zijn legerdienst als reserveofficier in Duitsland volbracht te hebben. Jef ging naar het Belgische Kongo in 1956, daar was hij 5 jaar lang Assistent Gewestbeheerde. In die vijf jaar krijgen hij en zijn vrouw drie kinderen: Erica, Erwin en Ilse. Hij moet het district Bumba zowel juridisch als administratief besturen, zorgen dat er wegen gebouwd worden enz. In deze functie komt hij vaak in contact met de plaatselijke bevolkingen, en zo leert hij de psychologie van de zwarten kennen. Dit stelt hem in staat vriendschap met hen te sluiten en zijn bevelen vlug uitgevoerd te krijgen. Hij ontdekt er ook de pure, onaangetaste natuur en het intense, wilde oerleven. Deze ontdekkingen zullen later - bij zijn terugkomst in de Westerse cultuur- leiden tot zijn bekende bewustzijnscrisis die hem ertoe aangezet heeft te schrijven en die aan de basis ligt van zijn therapeutisch schrijverschap. Wanneer er twee vijandige stammen elkaar beginnen uit te moorden is het Jef die aan de leiding staat van het peloton dat de twee stammen uit elkaar moet houden. Tijdens een hinderlaag raakt Jef Geeraerts door een handgranaat zwaargewond. Hij is verplicht nog voor de onafhankelijkheid op 30 juni 1960 terug te keren naar België. Er volgt een moeilijke tijd (aanpassingsproblemen, huishoudelijke twisten, enz.…). Hierdoor zoekt hij de eenzaamheid op. In die omstandigheden schreef hij zijn eerste roman “Heet water” (deze werd nooit uitgegeven) en kort, daarop “Ik ben maar een neger”, zijn eerste roman in de literaire wereld. Hij merkt echter dat hij de taal niet voldoende beheerst en daarom, maar vooral om de drukkende sfeer van zijn gezinsleven te ontvluchten, gaat hij in 1962 Germaanse filologie studeren aan de Vrije Universiteit te Brussel. Tijdens die vier jaren aan de universiteit verlaat hij zijn vrouw en kinderen, en schreef nog enkele romans. Wanneer hij zijn studies beëindigd had, maakt hij nauwelijks, eigenlijk geen gebruik van zijn diploma; na enkele dagen lesgeven vlucht hij weg uit het onderwijs. Hij wordt tijdelijk redacteur van Elseviers Weekblad, voor wie hij enkele boeken bespreekt en een aantal schrijvers interviewt. Zijn talenkennis wendt hij aan om zijn budget aan te vullen: uit het Frans en het Engels vertaalt hij een vijftal boeken en enkele verhalen. Zo verschijnt in 1968 zijn eerste Gangreenboek: Black Venus, Het verhaal gaat over het wilde en erotische leven van een Assistent Gewestbeheerder, die zelf Jef Geeraerts heet. Door het verschijnen van dit boek brak er een schandaal los. Zowel de pers als bepaalde critici beschuldigen Jef Geeraerts ervan racistisch en pornografisch te zijn. In oktober 1969 wordt het boek bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalende Proza, en ongeveer een maand later werd het door de Belgische justitie voor korte tijd uit de boekhandel Corman, te Brussel, gehaald. Ook zijn tweede Gangreenboek: “De goede moordenaars”, veroorzaakt een conflict. Dit boek beschrijft de belevenissen van een commandant van een pacificatiepeloton in Kongo. De pers publiceert de reacties, en weer had Jef Geeraerts de beste en goedkoopste publiciteit voor zijn boeken. Het tweede Gangreenboek had een te hoog waarheidsgehalte, en dit leidde tot zijn ontslag als reserveofficier. In opdracht van enkele tijdschriften heeft hij ook enkele reisverslagen geschreven (gebundeld in Reizen met Jef Geeraerts) over landen die hij bezocht heeft niet als toerist maar als belangstellende in de politiek, zeden en gewoonten van de bevolking daar. Opvallend is dat hij steeds, in elk geschrift, literair en subjectief blijkt, zodat deze verslagen even goed tot zijn literaire werk behoren als zijn andere boeken. Jef Geeraerts houdt zich tegenwoordig nog bijna uitsluitend bezig met schrijven, reizen en vooral met zijn nieuwe vrouw Eleonore, met wie hij in 1978 gehuwd is.
''Dossier K. is een inhoudelijk sterke roman die je blijft boeien tot het einde. De interessante achtergrond die uitvoerig wordt beschreven, is zeer leerzaam. Wel wordt het prettige leestempo soms verstoord doordat bepaalde begrippen worden uitgelegd aan het einde van het boek. Het is geen pretje tijdens spannende passages de betekenis hiervan te moeten opzoeken. Het toont echter wel aan dat de schrijver veel research heeft gedaan. De manier waarop hij de praktijken van de Albanese maffia omschrijft, is mooi en soms verrassend. Zo leer je tussen de moorden door heel wat bij over het alledaagse leven van een inspecteur. Geeraerts schuwt bovendien niet het Belgische rechtssysteem te bekritiseren en gelijk heeft hij. Tot slot is deze roman goed te volgen en zeer vlot geschreven. Ik koos Dossier K. om eindelijk eens kennis te maken met het oeuvre van Geeraerts. Meermaals wordt deze naam geassocieerd met meesterlijke detectiveverhalen. Mij leek het interessant om na te gaan of deze associatie juist is. De verhaallijn en vertelstijl zijn goed, maar niet van het hoogstaande niveau dat ik had verwacht. Wat dat betreft blijf ik bij dit boek op mijn honger. ''
Mijn mening: Wat inhoud en achtergrond betreft ga ik helemaal akkoord met Koen, alles wordt in een duidelijke begrijpbar context geplaatst zodat wij als lezer de situatie juist kunnen inschatten en de ontbrekende details zelf bijvoegen. Een van de details dat wij niet zelf kunnen bijvoegen zijn de begrippen zoals ‘’Prenk’’ (wat Prins betekend). Dit wordt na de Bijlage van het boek in een lijst met begrippen beschrijven. Ik ga niet akkoord met Koen, voor mij stoort dit het leestempo helemaal niet, daarentegen, het helpt om juist meer dieptegang te krijgen over de wereld in het boek. Ik vind Jefs kritiek over het Belgische rechtssysteem als een zeer handige middel om de vertelpunt van het verhaal te balanceren. Wij krijgen een evenwichtige mening van 2 extreme standpunten.
Dossier K geschreven door Jef Geeraerts , uitgegeven in 2002, is mijn keuze voor vandaag. Allereerst bevat het boek slechts 262 pagina's. Zo wordt het boek interessanter voor studenten die dan ook nog eens van misdaadromans houden.
Na het lezen van Dossier K, besefte ik onmiddellijk dat het verhaal mij nog lang ging bijblijven. Tijdens het boek ontstaat er pagina na pagina een bepaalde spanning. Echter leerrijk kan je het boek ook noemen , het geeft ons een inkijk op de Albanees cultuur. Ik herinner mij sterk de vele actiescènes waarin de maffia tewerk ging. Zoals die keer dan inspecteur Vincke zich in een hotel bevond en langs alle kanten beschoten werd. Sterker nog, het liefdesverhaal tussen Vincke en Linda die dramatisch afloopt wanneer Linda neergestoken wordt tijdens een interventie.
De schrijver Jef Geeraerts heeft het boek zodanig goed geschreven dat je elke personage begrijpt. Ik vind dat hij de Albaneese maffia goed beschreven heeft, en zeker ver genoeg in detail is gegaan. Maar uit een andere recensie van Mvr. Pauline Kleijer blijkt dat de meningen hierover verdeeld zijn. Zij zegt in haar recensie: "Het is jammer dat de inzichten in de Albanese cultuur beperkt blijven tot wat clichés over erecodes."
Mijn mening:
Ik ga akkoord met Thibault over zijn eerste standpunt. Aangezien dit boek maar 262 pagina’s bevat leest het heel snel en vlot, en het is zeker interessanter voor studenten, omdat wij zo weinig tijd hebben on ons in de diepen in een verhaal.
Over de spanning in het boek twijfel ik nog, sommige passages konden makkelijk voorspeld worden en lieten weinig aan de verbeelding over. Er zijn echter wel andere boeken die veel meer spanning opbouwen zelfs zijn dat geen misdaadromans (bv. We Need To Talk About Kevin).
Ik ga niet akkoord met de stelling van Mevr. Pauline. Ik vind dat de inzichten van de Albanese cultuur niet beperkt blijven tot wat clichés over erecodes. Er zijn zelfs elementen die zo typerend zijn van de Balkan cultuur dat ik het zelf herken in de Bulgaarse cultuur. Een voorbeeld hiervan zijn de getinte ruiten die als statussymbool dienen in Albanië, dit herken ik meteen omdat het ook zo het geval is in Bulgarije. Doorheen het boek zijn er veel symbolieken/kenmerken van da Albanese cultuur die overeenkomen met de Bulgaarse cultuur, dit maakt het zeker veel interessanter voor mij. Dit toont ook dieptegang en bewijst dat Jef zijn onderzoek heeft gedaan om het verhaal zo authentiek mogelijk te maken.
Jef Geeraerts kiest net zoals in ‘De PG’ alweer voor het fantastische duo: commissaris Vincke en Verstuyft. Waarbij hij in ‘Dossier k’ geen enkel ingrediënt zoals corruptie, misdaad en seks mist. Met deze diamanten - waarbij de harde realiteit naar boven komt - roman kreeg hij de prijs voor Diamanten Kogel. Niet alleen is deze roman steenhard, ook is er zeer veel plaats voor vriendschap en liefde.
‘Gjaku thithë gjakun’ - bloed roept om bloed - is Kanun artikel 695, waar heel het verhaal om draait. Twee Albanese families leven al jarenlang hatelijk samen. Al snel start het verhaal met de dood van 2 Albanezen, hierdoor starten de wraak acties waarbij Nazim Tahir ingeschakeld wordt door zijn familie. Bij deze wraak acties houdt Nazim zich volledig aan de Kanun Voorschriften waardoor niemand hem iets kwalijk kon nemen. Aangezien deze zaak een heleboel gelijkenissen vertoont met de moord op Savelkoul, waar Vincke en Verstuyft de leiding over hadden, konden ze afleiden dat het om dezelfde moordenaar ging.
Het boek leest echt als een sneltrein, doordat er telkens weer opnieuw nieuwe gebeurtenissen plaatsvinden. Jef Geeraerts heeft de hoofdstukken in een perfecte volgorde geschreven. Niet alleen leest het sneller dan de wind, ook zijn de laatste bladzijden, met uitleg van bepaalde woorden, een echte meerwaarde. Zo zijn de moeilijke arabische gezegdes gemakkelijk te begrijpen. Hierbij gebruikt Geeraerts geen standaard woordkeuze die je overal terugvindt, maar woorden dat hem zeer veel opzoekwerk en moeite heeft gekost. zo betekent “a je burrë? Jam burrë e i thanë!” : “Ben je een man van eer? Ik ben een man van eer!”
Daarnaast zitten we met onze neus in de wereld van Albanië. Hierbij komen de beenharde feiten van een regelboek, het Kanun, naar boven. Met onder meer de verschillende regels bij bloedwraak, die aan bepaalde eisen moet voldoen om als geldig verklaart te worden. Niet alleen worden we met onze neus in de feiten gedrukt, ook probeert Jef Geeraerts kritiek te geven op de corruptie in de Belgische top. Aangezien de zaak die op een abrupte manier uit de handen van Vincke en Verstuyft werd gehaald. Zodat het Opus Dei zelf de zaak in handen heeft.
Ondanks ‘Dossier k’ zich in ieders gedachten innestelt, is de grote variatie aan verschillende personages een absoluut minpunt. Het is daardoor zeer moeilijk om in zo een korte roman een twintigtal personages te kunnen onthouden. Die grote variatie brengt vaak een verwarring tussen de andere personages.
Kortom, ‘Dossier k’ is een diamanten roman die zeer vlot leest, maar die zijn kracht mist door de vele personages.
Engrossing crime thriller especially if you actually live in Antwerp, Belgium yourself. Jef Geeraerts' obsession with Catholic cults is a drag, maybe it makes sense in his old Congo stories but in "modern" Belgium not so much.