Inhoud: 1. Wie begint met een lik uit de rijstpan eindigt met het stelen van rijst of de zaak van de drie goudstukken 2. Men kan de hemel zien door het oog van een naald of de zaak van de venter op het festival 3. Wat de ene mens doet overkomt een ander mens of de zaak van het omstreden lamsvel 4. Daglicht dringt door een klein gat of de zaak van de keizerlijke erfgenamen 5. Wie de generaal wil doodschieten moet eerst zijn paard doodschieten of de zaak van het ondeelbare paard 6. Niets is zo zichtbaar als wat men verbergen wil of de zaak van de vele gauwdieven 7. Een rijke en een vuilnisvat worden vuiler naarmate zij meer bevatten of de zaak van de bekeerde timmerman 8. Als de dag aanbreekt wordt ook de vuurvlieg weer een insekt of de zaak van de vergeetachtige geldschieter 9. Bij het rijden leert men het paard kennen of de zaak van de leerjongen op zijn vrije dag
Ik ben een beetje verslingerd geraakt aan de boeken over rechter Ooka. Ook in deze bundel heeft Aafjes weer een aantal sfeervolle verhalen opgetekend waarin de rechter op zijn eigen wijze recht spreekt in schijnbaar onoplosbare zaken.
Heel interessant is het nawoord, waarin Aafjes ingaat op de overeenkomsten en verschillen tussen rechter Ooka en rechter Tie, de hoofdpersoon in de misdaadromans van Robert van Gulik. De plot van enkele verhalen in De koelte van een pauweveer blijken ontleend te zijn aan dezelfde Chinese (!) bron die van Gulik gebruikte voor zijn in het oude China gesitueerde verhalen en die ook Japanse publicaties over rechter Ooka hebben beïnvloed. Aafjes noemt Ooka dan ook 'een late achterneef van rechter Tie'. Aafjes doet zichzelf wel wat tekort door van Gulik ('de onsterfelijke vader van rechter Ti') de hemel in te prijzen en zijn eigen werk daarbij in de schaduw te stellen. Ik deel de mening van Ab Visser dat Aafjes werk 'bepaald niet onderdoet' voor dat van van Gulik.