In deze beknopte novelle beschrijft Ina Boudier-Bakker op sombere wijze het verstikkende leven van een aantal mansen in een provinciestadje, die bekenelt zitten in een dwangbuis van fatsoen, kortzichtigheid, conventies en lafheid. Zij leven niet - zij vegeteren. Met de zinloosheid en hopeloosheid van hun situatie worden zij eens per jaar geconfronteerd, als de kermis bezit neemt van hun straat. Dan voelt iedereen zijn eigen tekort, schrijnder dan anders. De straat is een boek van eenzaamheid en onmacht maar ook van hoop op een socialere wereld. Met een mengeling van onbarmhartigheid en mededogen tekende Ina Boudier-Bakker in deze novelle een notabelengemeenschap die uiteindelijk de confrontatie met zichzelf aandurft.
Contemporary critics saw her works as watered down naturalism about family life. Describing her works with the terms "living room realism" or "lady's novels".
Ari gaf als verjaardagscadeau ‘De straat’ van Ina Boudier-Bakker. Schrijfkoningin. In de middag gingen we naar Vianen; in het stadsmuseum was een tentoonstelling(-kje) over 100 jaar De Straat.
‘Is opa nog ziek?’ vroeg ‘t meisje. ‘Ja.’ ‘Dan mogen we morgen wéér uit, hè?’ ‘Stil’, zei ze, ‘je moet nu gaan slapen.’ Zij dacht, terwijl zij terugliep naar de ziekenkamer, hoe de oude man misprijzend placht te zeggen: ‘Jouw kinderen moeten altijd uit, altijd de straat op.’ ze had hem onrechtvaardig gevonden en hard, had gedacht: altijd zocht hij in hen de vader. Nu zag ze plotseling hoe gelukkig en tevreden hij naar hen kon zitten kijken als ze aan tafel een spelletje deden. En ineens wist ze het: hij had hen bij zich willen hebben. Zijn verwijt was spijt geweest om hun gemis. Hij had er naar verlangd dat ze uit vrije wil bij hem bleven. Nú zag zij dit als een lange ketting van kleine gebeurtenissen, waaraan geen schakel voor haar eindelijk begrip ontbrak - nu hij lag te sterven.
Het doet mij denken aan de korte verhalen van Somerset Maugham, maar ook aan Dubliners van Joyce. Die zijn wel van een andere klasse. Dit boek is wat overdadig (teveel (kleurloze) personages bv.) en benoemd teveel wat ook gesuggereerd kan worden. Het ligt er duimendik bovenop. Wel knap opgebouwd en mooi geschreven. De kermis is, filmisch, voortdurend dreigend aanwezig. Ook slim: mannen worden aangeduid met hun baan (maatschappelijke positie).
Fenomenaal beklemmend. De burgerlijkheid van Nederland neemt nu zeker andere vormen aan (het wemelt niet meer van de donkere burgerheren, die langzaam wandelen over het Velperplein), maar toch vind je als lezer herkenning: de innerlijke levens zijn zo kleinzielig, zo wanhopig, zo pijnlijk, zo echt.
Niet alle zinnen lopen lekker, en de snelle wisseling tussen personages verwart wat, maar dat is niet onoverkomelijk. Laat je meeslepen door de kreten van de kermisbezoekers, die tegelijk vreugde, angst, ontzag, gemis, jaloezie en vergankelijkheid in zich dragen.
Drie of vier sterren? Ik kan best wel wat minpuntjes opnoemen over De Straat van Ina Boudier-Bakker. Het grote aantal personages bijvoorbeeld. De mannen aangeduid met hun notabele functie (wat op zichzelf genomen goed past bij het thema). De vrouwen als ‘de vrouw van’ of (soms) met hun voor- en/of achternaam. En dan nog de vele kinderen, vooral meisjes met bij voorkeur makkelijk te verkleinen namen: Grietje, Jetje. Uiteindelijk heb ik een who’s who lijstje gemaakt, dat hielp enorm. Ook is het soms wel erg zwaar aangezet allemaal, de bekrompen notabelen, het wellustige grauwe volk, de grauwe angstige moeders, de mannen die zich gevangen voelen. Het woord grauw is alomtegenwoordig, ook de luchten en het leven zijn vaak grauw. Toch vind ik het goed. Vlot geschreven, indringend en met suspense. Misschien is de setting ouderwets, maar de beschreven gevoelens zijn actueel genoeg: jaloezie, ambitie, standsverschillen, roddel en achterklap, angst voor het vreemde, verlangen naar zorgeloosheid, afzetten tegen ouders, angst voor eenzaamheid en uitsluiting, kinderloosheid. In 1924 moet het bovendien een gewaagd verhaal geweest zijn, over het achterstellen van vrouwen, over ongelijke kansen door rangen en standen, over de hypocrisie van de kerk, er komt zelfs een abortus in voor. Verder is de plot geweldig gekozen: het deftige straatje met haar benepen, maar overzichtelijke bestaan. En dan ineens de losbandige kermis, het wereldleed (in de vorm van weeskinderen uit Hongarije) en de dood. Iedereen raakt uit zijn evenwicht, er kan van alles gebeuren. Wat gebeurt er? Het einde is mooi en in balans. En dat alles in 82 pagina’s. Toch vier sterren.
De kermis die op haar hoogtepunt losbrak in één lange kreet. Een kreet van vertwijfeling om de vreugd, die ópsloeg naar de koele donkere herfsthemel, diep en oneindig koepelend over het rosverlichte stadje te midden van de zware vochtige weiden. Een kleine plek van woelend elkaar verdringend mensengewemel in het wijde zwijgende, leege land – één radeloze strijd van mensenbegeren en menselijk wee onder de aandoenlijk verre sterren. (pag. 73)
Geweldig mooie en vaak grappige novelle, waarin Boudier-Bakker met vileine pen de bekrompenheid van de inwoners van een kleine provinciestad hekelt. 'De straat' was voor mij een literaire ontdekking; deze kleine roman leest nog steeds erg fris en verdient een herwaardering.
In een brief aan haar vriendin Cor van Beverwijk-Scheltema Beduin schreef Ina Boudier-Bakker over haar idee dit boek (de werktitel was toen nog 'In de Engte') te gaan schrijven:
'Cor, gisteravond werd ik bij de oude juffrouw Stuart op een theetje verzocht. Alle mannen in de soos, het was dus een poezen-partijtje, 11 poezen. En toen ik daar zat, zag ik inééns een roman: In de Engte. In een klein stadje alle vrouwen, allemaal bewust of onbewust razend door de eentonigheid, het aangewezen zijn op elkaar. De verwording, de haat, de uitputting. Zou 't niet prachtig zijn? Ik ben er dol op. Ik zal ze wel fantaseeren, maar ze zullen me tóch villen, denk ik.'
Meer een indruk van, dan een verhaal over, de hoofdstraat in een gemiddelde regiostad. Waar mensen geen echte gesprekken met elkaar voeren, maar toch gevoelens en gedachten hebben als gevolg van de jaarlijkse regiokermis.
De schrijfstijl is impressionistisch, en dat bevalt me net als de schilderijen goed: het zijn vlagen van persoonlijkheden en levensverhalen die je meekrijgt, in poëtische zinnen met heel veel bijvoeglijk naamwoorden. En een plus vanwege de kleine biografie van Ina Boudier-Bakker aan het eind.
Een hartverwarmend al dan niet wat oppervlakkig verhaal dat de kleinburgerlijke essentie van vooroorlogs Nederlands goed weer weet te geven. Boudier-Bakker weet het opkroppen van angsten en droefenissen achter nauwe hoge ramen mooi te contrasteren met de uitbundige vreugde van de kermis daarbuiten, alhoewel de De straat misschien iets te gevat is om al haar inwoners tot voltallige personen uit te werken.
"Hij opende de ogen; het was of hij even stilstond op de moeilijke weg die hij alléén ging, en voor 't laatst omzag: zijn dochter - zijn kleinkinderen - zijn stadje - zijn vrienden - alles wat hij diep verborgen in zijn stroeve ziel had liefgehad."
Het is even wennen aan het ouderwetse taalgebruik, maar wat een prachtige schets van onderhuidse spanningen en heimelijk smachten in een bekrompen dorpje!
Gelezen in de context van de tijd een enorm goed boek. Wanneer je het nu leest zonder de context, houdt het geen stand bij de hedendaagse, vlot geschreven romans.
Mensen uit Utrecht kennen Ina Boudier-Bakker beter als IBB, het studentencomplex gevestigd op de Ina Boudier-Bakkerlaan. Als romancier is ze een stuk minder bekend.
Het is helaas wel een beetje te begrijpen waarom. Boudier-Bakkers schrijfstijl is bepaald niet gemakkelijk te noemen. Haar zinsconstructies lezen niet lekker weg en in 'De straat' fladdert ze van personage tot personage, zonder lang bij één van hen te blijven hangen. En het zijn er nog al wat, in de straat... Deze techniek, die aan 'Dubliners' van James Joyce doet denken, is ultramodern, maar Boudier-Bakkers schrijfstijl is nog die van de eeuwwisseling en het enige verouderde aan het boek.
'De straat' haalt een wat vergeten passage uit de geschiedenis naar boven: de komst van ondervoede Hongaarse kinderen die na de Eerste Wereldoorlog een tijdje bij Nederlandse gastgezinnen kwamen logeren.
Dit gegeven, en een wilde kermis, brengen de diepe gevoelens naar boven van de bewoners van 'De straat', het deftige gedeelte van een piepklein dorpje, waar een sterke standenmaatschappij heerst en de onderlinge verhoudingen van de kleine bovenklasse een extreem verstikkende werking hebben op de leden ervan.
In Boudier-Bakkers boek zegt niemand wat die denkt, doet niemand wat die wil en verlangt iedereen naar iets wat die niet krijgen kan. Boudier-Bakker geeft de beklemmende sfeer goed weer en het is duidelijk dat het leven vooral voor de vrouwen in die tijd verre van prettig was. Boudier-Bakker baseerde haar novelle dan ook op eigen ervaringen in het voor haar verschrikkelijke Vianen.
De straat: Een sombere blik op het leven in een provinciestadje Ina Boudier-Bakker schildert in "De straat" een somber beeld van het leven in een kleine gemeenschap. De personages zijn gevangen in een sleur van dagelijkse beslommeringen en lijken weinig perspectief te hebben. Waarom 2 sterren? * Sfeervol maar beklemmend: Het boek weet een dichte, beklemmende sfeer te creëren. De beschrijvingen van de straat en haar bewoners zijn indringend en blijven hangen. * Realiteitsgetrouw: De personages voelen echt aan en hun worstelingen zijn herkenbaar. Boudier-Bakker legt de vinger op de zere plek van de menselijke conditie. * Eentonig: Het verhaal mist echter een bepaalde dynamiek. De personages ontwikkelen zich nauwelijks en de gebeurtenissen zijn vaak voorspelbaar. * Sombere toon: De voortdurende nadruk op het negatieve kan vermoeiend zijn voor de lezer. Er is weinig ruimte voor hoop of positieve ontwikkelingen. Kortom: "De straat" is een goed geschreven boek dat een bepaalde sfeer weet te vangen. De sombere toon en het gebrek aan ontwikkeling in de personages maken het boek echter minder toegankelijk voor een breder publiek.