Veel Nederlanders denken, of hopen, of horen dat ze deel zijn van een volk dat altijd tolerant, nuchter en gastvrij is geweest. Dus worden ze niet graag herinnerd aan Nederlandse moorden, die het gevolg waren van onverdraagzaamheid, hysterie of vreemdelingenhaat. Toch zijn die er geweest. Minstens twaalf. Hoe kan dat? Omdat niets zo wispelturig en veranderlijk is als de volksaard.
Jan Andries Blokker sr. studeerde enige tijd Nederlands en geschiedenis. Hij debuteerde in 1951 met de roman Séjour.
Blokker werkte als leerlingjournalist bij Het Parool, werd filmredacteur voor het Algemeen Handelsblad en vervolgens vanaf 1968 televisiechef bij de VPRO. Hij was bepalend voor de revolutionaire koers van de omroep. In datzelfde jaar werd hij ook columnist bij de Volkskrant. In 1978 werd hij daar adjunct-hoofdredacteur. Blokker was medewerker van het televisieprogramma Zo is het toevallig ook nog eens een keer (1963-1964). Verder schreef hij film- en operascenario's en was hij voorzitter van het Bestuur Productiefonds voor de Nederlandse Film en bijzonder hoogleraar Persgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
In 1960 verscheen Blokkers eerste kinderboek; Op zoek naar een oom, dat in 1961 werd bekroond als Kinderboek van het Jaar.
Toch werd Jan Blokker sr. vooral bekend door zijn columns in de Volkskrant. Zijn columns kenmerken zich door de scherpe en satirische behandeling van actuele onderwerpen of van bepaalde modetrends. In 2003 won hij de Gouden Ganzeveer. Op 1 juli 2006 stopte hij zijn column in de Volkskrant wegens een conflict en stapte over naar NRC Handelsblad.
Niet geniaal, wel goed. De vierde ster is voor de extreem terechte conclusie die in het nawoord getrokken wordt, waar het hele boek eigenlijk naar opbouwt: stop die zogenaamde nationale identiteit maar op een plekje waar de zon niet schijnt, daar past-ie het beste.
In Nederland in twaalf moorden (2008) onderzoekt de Blokker-dynastie – Jan Sr., Jan Jr. en Bas – de Nederlandse identiteit aan de hand van een dozijn gewelddadige overlijdens. De oudste is het ‘Meisje van Yde’, dat rond het jaar 0 werd geofferd door stamgenoten. De gebroeders De Witt (Haags gepeupel), Bonifatius (Friezen) en Willem II (West-Friezen) kennen we uit de geschiedenislessen. Maar met de recente dood van Theo van Gogh (2004, religieuze executie) en Carlo Picornie (1997, extreem voetbalgeweld) worden we pijnlijk geconfronteerd met het feit dat ook in Nederland-Polderland hysterisch geweld de kop op kan steken. Angstaanjagend boek, draaglijk gemaakt door de onderkoeld ironische schrijfstijl van de Blokkers.
Prettig en luchtig geschreven, originele manier om over Nederlandse gechiedenis te schrijven. Verschillende moorden uit verschillende tijdperken goed aan elkaar geweven, geeft mooi en laagdrempelig inzicht.
"Het is geen toeval dat de Latijnse eucharistietekst hoc est corpus meum (dit is mijn lichaam) is overgeleverd in de goochelformule hocus pocus."
En grappige tekst in strijd tegen Belgen: "De tekst van een aanplakbiljet dat in die dagen vrijwilligers opriep voor een nieuw Noord-Nederlands leger, luidde: ‘Het schuim der Natiën heeft met binnenlandsch verraad in Zuid-Nederland een zetel van geweld en misdaad opgeworpen – het staat gereed om zich over ons te verheffen: en weldra zou het de rechten en onafhankelijkheid van ons oude Grondgebied aangrijpen. Reeds lang hadden wij als een verdelgend onweer tegen de verraders moeten oprukken, maar het uur der gerechtigheid en der wrake heeft spade geslagen.’"
Een mooie en rake beschrijving van de Nederlandse identiteit, geschreven in een tijd dat dat erg actueel was nav uitspraken van Maxima. kriskras door de geschiedenis heen met moorden uit alle tijdvakken, waarbij er steeds een link gelegd wordt naar het heden. Lekker leesvoer voor mensen die van geschiedenis houden.
With 12 murders in the Dutch history, the authors show that there's not such a thing as a Dutch identity. The Dutch are just as hysterical as the rest of the world. The Dutch identity is a snapshot of time. A very interesting book, written with the necessary sharpness and humour. A good history lesson about my country which teaches us that Holland isn't more special then other countries.