De jong gestorven Zweedse schrijver Stig Dagerman (1923-1954) gold voor velen als een van de grootste Europese schrijvers van de vorige eeuw, en ook in Nederland is zijn werk door o.a. Bernlef zeer bejubeld. Toch kent bijna geen hond hem meer. Dat is behoorlijk jammer, vind ik. Maar in 2014 is hij weer voor even herontdekt, door de vertaling van zijn laatste roman "Bruiloftslied" en de jubelende kritieken in o.a. Vrij Nederland en De Volkskrant. Dat boek heb ik kort geleden ook gelezen, in combinatie met "Het verbrande kind" (volgens velen Dagermans meesterwerk) en de prachtige verhalenbundel "Natte sneeuw". En ik genoot. Wat een ge-wel-dig proza schreef die Dagerman. Zeer gekweld, zeer beklemmend, bijna hallucinatoir intens, en ongelofelijk krachtig. Proza vol pijnlijke pracht. Poetisch proza vol dreiging, levensangst, hallucinatoire angstdroom en verzengende wanhoop. Maar ook proza dat met even bewonderenswaardige als maniakale volharding blijft tasten naar een onbereikbare zuiverheid en naar glimpen van verlossing en vreugde. Voor Dagermans personages is het leven niets dan peilloze leegte, een eenzame woestijn vol verdorring: iets wat iedereen toedekt met zelfbedrog en voze hypocrisie. Maar toch blijven zij zoeken naar vormen van gevoelsintensiteit waarmee zij althans voor even dat hypocriete zelfbedrog kunnen doorbreken en die hen voor even verzoenen met de troosteloze leegte. Naar nieuwe, zeer voorlopige en nauwelijks verwoordbare vormen van geluk.
Dat alles schrijft Dagerman op werkelijk fabuleuze wijze uit, in een stijl die kraakhelder is en TOCH recht doet aan de redeloze angsten en verlangens van zijn personages. Een stijl die analytisch is EN droomachtig, een stijl vooral die recht doet aan het onblusbare verlangen naar zuiverheid van Dagemans personages omdat die stijl van hetzelfde verlangen naar zuiverheid doordesemd is. Die personages wijzen alle conventionele zingeving en troost af, omdat die onzuiver is en hypocriet en vol is van zelfbedrog: om dezelfde reden vermijdt ook Dagerman de conventies, en tast hij steeds naar iets onmogelijks voorbij de horizon. In "Bruiloftslied" schrijft Dagerman bijvoorbeeld: "Waar is de vriend die ik overal zoek? Vinden we hem misschien allemaal, zelf bloedend en kapotgeslagen, bloedend en kapotgeslagen op de bodem waar onze vertwijfeling ons heen liet vallen? [...] Het is niet omdat we ervan houden te vallen dat we vallen, het is niet omdat we ervan houden in het donker rond te kruipen [...]. Maar we denken dat we in het donker misschien een licht kunnen vinden dat het licht zelf ons ontzegt, we denken dat we in de eenzaamheid wellicht een vriend kunnen vinden die de gemeenschap ons ontzegt". Het gaat hier niet om een conventioneel en 'zonnig' soort vriendschap of geluk, want dat is volgens Dagermans personages alleen maar een miskenning van de leegte. Zij zoeken daarom een soort vriendschap of verlossing "waardoor we plotseling kunnen verdragen dat dit leven betekenisloos, leeg, kouden onverschillig, in zichzelf niets is". Zij zoeken dus een liefde, vriendschap of verlossing die deze leegte niet toedekt maar juist ten volle ERKENT, en die tegelijk TOCH helpt om die leegte voor even te verdragen. Dat is een heel tastende zoektocht: niet voor niets staat er in bovenstaand citaat 'misschien' en 'wellicht'. Het is immers een zoektocht waarin de personages wel heel radicaal buiten hun comfortzone en de conventies om moeten leren denken en voelen, een zoektocht dus in een gebied waarin alles radicaal onzeker is. Maar daar storen zij zich toch vol vuur in, ondanks alle pijn en angst en vertwijfelde onzekerheid. Ze KUNNEN en WILLEN ook niet anders: ze weten ook wel dat burgermannen rustiger en tevredener leven omdat die de wezenlijke leegte van het bestaan miskennen of niet radicaal durven te doordenken, maar dat soort 'onzuiverheid' wordt door Dagermans personages zwaar verfoeid.
Nou ben ik zelf een behoorlijk laffe burgerman, en ik ben ook niet van plan om dat binnenkort te veranderen, maar deze compromisloze zoektocht bewonder ik toch zeer. Je kunt de personages bewonderen om hun moed, en ook Dagerman zelf kun je bewonderen door de compromisloosheid van zijn stijl. Want in zijn zinnen kiest hij nooit voor de' gemakkelijke' oplossing, en in zijn verhaalopbouw ook niet. "Bruiloftslied" is bijvoorbeeld een behoorlijk gefragmenteerde roman, dat door zijn perspectiefwisselingen en de buitenissigheid van alle perspectieven elke pagina weer verrast. En het meesterlijke "Het verbrande kind" heeft een wel heel bizarre plot: een zoon worstelt met verdriet om zijn gestorven moeder, is vol woede over de hypocrisie van de 'conventionele rouw', bemerkt tot zijn schrik dat zij vader een maitresse had met wie hij de verhouding nu voortzet, bemerkt tot zijn nog grotere schrik dat er in zijn binnenste een enorme kluwen van haat en geilheid en afstoting en geidealiseerde aantrekking ontstaat voor deze maitresse, en beleeft met haar dan een onmogelijke en verboden liefde die juist door zijn onmogelijke en verboden karakter toch momenten van ongekend nieuw en buitenconventioneel geluk oplevert. De passages waarin de jongen het gevecht aangaat met gevoelens en gedachten die hij zelf niet begrijpt zijn fabuleus opgeschreven. Maar ook de momenten van geluk zijn werkelijk netvliesscheurend prachtig, juist ook door hun voorlopige, onzekere en zelfs pijnlijke karakter. "We zijn gelukkig maar hebben een voorlopige vrede bereikt. Zojuist hebben we de woetstijn van ons leven in heel haar vreesaanjagende uitgestrektheid gezien. Nu zien we dat de woestijn bloeit. Dicht opeen liggen de oases niet, maar ze zijn er. We weten dat de woestijn groot is, maar we weten ook dat in de grote woestijnen de meeste oases zijn. Voor die wetenschap moeten we veel betalen. Een vulkaanuitbarsting is de prijs. Dat is duur maar er bestaat geen lagere prijs. Daarom zullen we de vulkanen zegenen en hen danken omdat hun schijnsel zo sterk is en hun vuur zo heet. We zullen hen bedanken omdat zij ons verblind hebben want pas als wij verblind zijn krijgen we ons ware gezichtsvermogen. En we zullen hen ook bedanken dat we ons verbrand hebben want pas als verbrande kinderen kunnen we anderen verwarmen".
Zo intens zijn de gevoelens in het proza van Dagerman. En zo hoog is ook de inzet in met name zijn romans. Het lijkt wel alsof hij zijn lezers wil verblinden met de buitenissigheid van zijn plot en de buitensporigheid van zijn beelden en zijn stijl, om ons op nieuwe manieren te leren zien. Alsof hij ons met zijn proza pijn wil doen, opdat we met meer intensiteit en waarachtigheid leren te voelen. Alsof hij ons wil dwingen om het verlangen naar zuiverheid en buitenconventionele waarachtigheid van zijn personages mee te voelen, door de compromisloze vreemdheid en intensiteit van zijn stijl. Nogmaals: ik ben en blijf een laffe burgerman, en ik durf niet ten volle mee te gaan in deze zoektocht. Niettemin heb ik ademloos van deze zoektocht genoten, vooral op de vele momenten dat ik door de schroeiende intensiteit van het proza nauwelijks meer begreep wat ik las.