De Engelse promovenda Emily werkt in Cambridge aan haar proefschrift als ze de Vlaamse schrijver Paul Deswaen ontmoet. Paul is er net achter gekomen dat zijn vader, een sociaal geëngageerde onderwijzer, niet aan tuberculose is gestorven, maar door een groepje Vlaamse SS-ers werd neergeschoten.
Dit nieuws valt samen met een reeks geheimzinnige gebeurtenissen, die een connectie lijken te hebben met het feit dat Deswaen voor een bevriende uitgever een vergeten roman van een negentiende-eeuwse Vlaamse auteur aan het moderniseren is. De komst van Emily is voor hem de voltrekking van zijn lot, en er ontstaat een sublieme liefdesverhouding.
Met behulp van historische, zelfs schrijnend concrete gegevens wordt het mysterieuze verband opgehelderd tussen Emily’s verschijnen en de gebeurtenissen die Deswaen overkomen.
De Elfenkoningin (1989) is een tragische en tegelijk vrolijke, bijzonder onderhoudende roman, waarin thrillerachtige spanning en poëzie hand in hand gaan.
Een beetje een zure Lampo, waarbij alle uitweidingen ogenschijnlijk weinig te maken hebben met het wat dunne verhaaltje. En dat voor de dikste Lampo van allemaal. Het verhaal komt wederom langzaam, in dit geval tergend langzaam op gang. Omfloerst taalgebruik, lange zinnen, ja weer een echte Lampo. Eentje waarbij de redactie best had mogen ingrijpen, ware het niet dat de schrijver altijd een (in dit geval te) strikte controle hield op zijn tekst gedurende het hele proces van typen tot publicatie.
Het lijkt er bijna op dat hij een roman heeft willen verzinnen om zijn negatieve ervaringen heen met collega schrijvers en het "rapaille" van journalisten, die tegen zijn schrijverschap verenigd leken. Hij heeft zich, ondanks een immer positieve beoordeling door het publiek, die vervelende behandeling blijkbaar zeer aangetrokken en daar met het schrijven van dit boek mee willen afrekenen. Niet echt leuk om te lezen, maar wel helaas hoe de wereld werkt en zo bekeken is dan wel weer goed om die ervaringen van een ander tot je te nemen.
Door alle uitweidingen, die overigens bij Lampo altijd aanknopingspunten bieden tot verdiepend verder lezen in andere literatuur, is de rode draad lastig te volgen. Aan het einde blijkt dat het werkelijke verhaal te wrang is voor woorden en dat je alle uitweidingen ook kan lezen als noodzakelijk voor de protagonist om überhaupt te kunnen overleven en geestelijk gezond te blijven. Als lezer heb ik me onderweg echter meermalen afgevraagd waar dit in godesnaam heen moest gaan. Vrijmetselarij, oorlog, humanisme, Jung, Freud, Stonehenge, alle Lampo thema's komen wel terug. Helaas op een uitleggerige manier en zonder enige vorm van magisch-realisme. Lampo probeert dagelijkse gevoelens en gebeurtenissen te vangen, maar heeft daar steeds en in iedere zin teveel woorden voor nodig.
Al met al geen aanrader. Wel zit een sfeer van warmte in het boek, van weemoed ook, opgeroepen door een de protagonist omringende welwillende vriendenkring en een nieuwe liefde. Weemoed niet naar wat was, maar naar wat kan zijn.
I liked the language, but it was written too 'loosely' for my taste. Not enough urgency. Too many paragraphs that I would have edited out myself. Maybe I should have started with some of Lampo's earlier work. Did not finish.