In De profielschets ontrolt zich een intrige vol menselijk drama en venijn, gecomprimeerd tot een dag. De vakgroep Wijsbegeerte van de Amsterdamse universiteit gaat een nieuwe hoogleraar aanstellen. Dat is geen sinecure gezien de richtingenstrijd en onderlinge vetes die er heersen. Over één ding is men het echter de nieuwe hoogleraar moet een vrouw zijn.
Uitgesproken kandidaat is Anja Griffioen. Zij heeft haar sporen binnen de vakgroep verdiend maar is ook controversieel. De lepe hoogleraar Contemporaine wijsbegeerte Bernt Brakhoven heeft echter een andere vrouw op het een buitenlandse filosofe naar wie meer dan alleen zijn intellectuele begeerte uit gaat. En dan is er nog de eigenzinnige Det van Vliet, die op het laatste moment bedenkt dat er ook voor haar kansen zijn. Na maanden gebakkelei hoopt men tijdens de vakgroepsvergadering eindelijk tot een profielschets te komen.
Ondertussen volgt de lezer wat er zich op hetzelfde moment afspeelt in het hoofd en het leven van Ella, een buiten de vakgroep gevallen promovenda en tevens de echtgenote van Bernt Brakhoven. Zij vegeteert werkloos en lusteloos in een nieuwbouwwijk ergens in een randstedelijk suburbia. Haar eenzaamheid, gefnuikte illusies en hardnekkige herinneringen aan gewelddadigheden in de huiselijke kring komen messcherp naar voren tijdens een lange sessie bij haar psychiater.
Ondertussen, nog steeds diezelfde dag, probeert haar zoon Tobias, een verlegen en angstig jongetje van zeven, het broze ijs uit op het slootje voor hun huis.
In een vergadering van de academische vakgroep filosofie moet na driekwart jaar bakkeleien een profielschets voor een nieuwe hoogleraarspositie definitief worden opgesteld. Anders gaat die leerstoel aan de vakgroep voorbij.
Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel, 'Hic et nunc' (hier en nu), worden in één adem de belangrijkste personages en het academische filosofenwereldje neergezet. En hoe! Hermsens niet malse beschrijvingen zijn zonder uitzondering helder en trefzeker, in lange en mooie zinnen gevat. Het zijn stuk voor stuk karikaturen; hilarisch, je ziet ze zo voor je. Overigens, zeker in het begin, kom je geen enkel innemend personage tegen. Kanttekeningetje #1: af en toe ligt het er wel erg dik bovenop, beetje overdone soms. Een vergelijkbare setting kwam ik tegen in haar boek 'Blindgangers', over een groep filosofen van in de vijftig die weer eens samenkomt. Zoals een blindganger een explosief is dat niet is afgegaan, zijn de personages allemaal ooit ambitieuze studenten waarvan geen van alle echt iets heeft bereikt.
De voornaamste interactie, aan de hand van de twee hoofdpersonages Bernt Bakhoven en zijn vrouw Ella, vindt plaats in deel 2 'Tijd is hoop'. Onder 'leiding' van de manipulatieve vice-voorzitter van de vakgroep Bernt wordt een profielschets voor een nieuwe hoogleraar door de vakgroepvergadering gejast. Zijn vrouw Ella, ligt een groot deel van dit tweede deel op de sofa van een psychiater, waarin ze vertelt over 'herinneringen aan gewelddadigheden in de huiselijke krijg' (is geen spoiler, staat op de achterflap). Dit is het trieste deel; triest hoe de filosofische vakgroepvergadering met grote ego's en kleine karakters verloopt, triest is het verhaal van het half dode vogeltje Ella. Kanttekeningetje #2: niet helemaal geloofwaardig hoe Ella bij een eerste bezoek in bijna een ademtocht 'opeens' lang verdrongen herinneringen tevoorschijn tovert.
In deel 3, 'Hora est', is de vakgroepvergadering achter de rug en de profielschets opgesteld. Ella heeft haar verhaal bij de psychiater afgerond. Ik zal de pret niet bederven door hier te veel over te vertellen. Omdat twee personages na het trieste middenstuk een bepaald mooie ontwikkeling doormaken eindigt het, vond ik, alsnog hoopvol.
In het begin moest ik meteen erg lachen om de karikaturaal neergezette personages. Toen het er af en toe een beetje te dik bovenop lag werd het voor mij een, hoewel nog steeds leuke, maar slechts 3 sterren *** titel. Vanwege het goede en voor mij hoopvolle slot heb ik het uiteindelijk toch op 4 sterren **** gewaardeerd. Het leest als een speer en houdt je gevangen!
"De profielschets" van filosofe Joke Harmsen beantwoordde geenszins aan mijn verwachtingen. Een op zich veelbelovend gegeven, de machts- en andere verhoudingen binnen een vakgroep Wijsbegeerte aan een Amsterdamse universiteit, wordt uitgewerkt in een verhaal dat meestentijds irriteert - door een totaal gebrek aan nuance en door eendimensionale, om niet te zeggen karikaturale personages (duizenden bladzijden "Het Bureau" van J.J. Voskuil laten toch overduidelijk zien hoe een dergelijke academische setting wat levensechter voor het voetlicht kan worden gebracht), door ronduit slapstickachtige ontwikkelingen in het laatste deel van de roman, en door een overdaad aan filosofische kletskoek. De schrijfster lijkt, waar ze mogelijkerwijs ook zelf tegenaan mag zijn gelopen in de filosofie, bezeten van het vakgebied in kwestie. Voor een andere discipline daarentegen heeft ze zo weinig oog, dat de hoogleraar privaat- en notarieel recht A. Pitlo (1901-1987) ten tonele wordt gevoerd als vermaard hoogleraar strafrecht. Tja, het is wel fictie natuurlijk...
Je moet ervoor in de stemming zijn om deze ontluisterende kijk op wetenschap(pers), en speciaal de discipline wijsbegeerte aan de UvA, tot je te nemen. Zowel binnen de tekst als erbuiten vinden in deze skeutelroman (?) afrekeningen plaats die mij als lezer (en wetenschapper) hier en daar een ongemakkelijk gevoel gaven. De academische werkelijkheid wordt hier wel erg grotesk, platvloers en absurd neergezet. Laat ik het zo zeggen dat de geschetste praktijk gelukkig maar weinig overeenkomt met mijn eigen ervaringen aan een andere universiteit in een andere discipline, en dat ik hoop dat vele collega's met mij dat kunnen nazeggen. Dat laat onverlet dat het leuk is om meegevoerd te worden in de academische mores en filosofische kwesties, bijvoorbeeld de historische schets die een van de drie hoofdpersonages Det geeft over het stelselmatig negeren van gedachtengoed van vrouwelijke filosofen. Ook kon ik de heldere weergave van het werk van Peter Sloterdijk erg waarderen zoals het personage Mark dat aan Det uitlegt in een van de laatste hoofdstukken van het boek.