De Schrijfwijzer van Jan Renkema is het standaardwerk op het gebied van taaladvies. De Schrijfwijzer wil vragen beantwoorden die zich bij het schrijven kunnen voordoen, en wel op zo’n manier, dat schrijvers snel verder kunnen met hun werk. In de Schrijfwijzer komen de volgende onderwerpen aan de orde: tekstkwaliteit (o.a. stijl en tekstanalyse), leesgemak (begrijpelijkheid, nauwkeurigheid, bondigheid en aantrekkelijkheid), taalkwesties, spelling, leestekens en opmaak.
In deze vierde, aangepaste editie zijn aanvullende vragen van talrijke taalgebruikers verwerkt. Ook zijn er voorbeelden aangepast, is op sommige plaatsen de uitleg verduidelijkt, en is op enkele punten het taaladvies in overeenstemming gebracht met gezaghebbende taaldiensten op internet. Verder is de spelling in overeenstemming gebracht met de officiële herziening door de Nederlandse Taalunie.
Doelgroep Allen die dagelijks teksten schrijven en corrigeren, zoals: academici en HBO’ers letteren/communicatie, taaldocenten, communicatiespecialisten, journalisten, tekstschrijvers, redacteuren, correctoren, beleidsambtenaren, juristen.
Schrijfwijzer richt zich eigenlijk hoofdzakelijk op schrijvers van allerhande (professionele) teksten - en eerlijk gezegd, iedereen schrijft, of het nu een brief, een verhaal, een artikel, een rapport of eender wat is -, maar evenzeer op de liefhebber van de Nederlandse taal, die zijn/haar kennis wenst op te frissen of bij te schaven.
Het boek is ingedeeld in verschillende hoofdstukken, die elk een bepaald aspect behandelen (grammaticaal of spelling), en zo opbouwen naar een volgend deel. Echter, je kan gelijk welk hoofdstuk raadplegen als je specifieke info wenst.
Bovendien bevat het boek een code waarmee je volledige toegang krijgt tot de website ofwel Schrijfwijzeracademie (www.schrijfwijzer.be of .nl), waar je o.a. niet in het boek opgenomen informatie kunt raadplegen, alsook de theorie aan de praktijk toetsen d.m.v. oefeningen.
In augustus 2012 ontnam Jan Renkema mij het woord tijdens de Algemene Vergadering van het IVN-congres dat gesubsidieerd wordt door de Nederlandse Taalunie. Ik legde hier uit dat er naast de drie bekende P-, T- en K-rijtjes nog een vierde W-rijtje bestaat dat ik ontwikkelde nadat ik in Taal als mensenwerk van Nicoline van der Sijs las over het belang dat lijfarts Goropius Becanus hechtte aan de consonant w. Ik vertrok uit de vergadering waarna er talloze boeken van professoren in de taalkunde verschenen die een heel andere strekking kenden dan voorheen. Men had mijn mails ontvangen en mijn publicaties sinds 2013 (Research Gate) gelezen over hoe je begrippen als detractio, adjectio, metathesis, permutatio en delivery moet interpreteren. Bovendien begreep men eindelijk dat klinkers alfabetisch helixen, waardoor klankverschuivingen in hen en hun, enclitische veranderingen in ‘m of d’r verklaarbaar werden. Dat hun of ‘m als onderwerp in een zin kan verschijnen, blijkt helemaal niet fout omdat dit soort syntactische veranderingen een logisch gevolg zijn van de natuurlijke klankverschuiving, die door alle ‘gerenommeerde’ taalkundigen ‘klankverloedering’ wordt genoemd. Dat een Jan Renkema in deze zesde druk van Schrijfwijzer het opeens over ‘schoonheid’ van taal heeft in plaats van over fouten die de toon zetten in alle vorige drukken van zijn publicaties heeft te maken met het hernieuwde inzicht dat hij eindelijk verwierf na het lezen van mijn publicaties (isbn punt de) die tot op de dag van heden worden genegeerd. Na 2012 verscheen het Verwarwoordenboek van Renkema dat in de Schrijfwijzer is opgenomen. Met behulp van de klankhelix kan men die ‘verwarring’ eenvoudig verklaren en daarom vindt men in de meeste nieuwe methoden over taal digitale toevoegingen die alleen met speciale codes toegankelijk zijn. Waarom? Omdat lezers dan pas geïnformeerd worden over de methode van de klankhelix die Jan Renkema nooit is opgevallen omdat hij nul verstand had van wat klankverschuiving inhoudt. In deze laatste editie van de Schrijfwijzer is een heel team betrokken onder wie ook Marc van Oostendorp die ook al in 2012 op de hoogte was van het feit dat woorden van achteren langer worden (adjectio) en van voren oplossen (detractio) waardoor talen vanzelf verdwijnen, terwijl er nieuwere voor in de plaats komen. De klankhelix stuurt de mens en niet omgekeerd. Nu taalkundigen dit ook beseffen, zouden ze werkelijk eens hun gezond verstand moeten gebruiken bij het schrijven van ‘hun’ teksten, want leugens komen altijd aan het licht. In augustus 2025 plant het IVN een colloquium in Brussel. Wie weet wordt Renkema hier geconfronteerd met de eigenlijke oorzaak van zijn plotselinge ‘ommekeer’ over het zogenaamde foutieve gebruik van ‘hun hebben’!
? Ik denk dat ik dit boek gebruikte bij de afronding van mijn scriptie voor mijn studie voor registeraccountant. Ik heb thuis een eerdere druk uit 1995...dus voor de laatste spellingsherziening.. 🤔 Ik gebruik dit boek als naslagwerk. De laatste keer heb ik het gebruikt om iets op te zoeken over alinea's en over literatuurverwijzingen. Het is een handig naslagwerk met duidelijke uitleg.