*In de tuinliteratuur is dit schuddebuikende boek een unicum. – Vrij NederlandIn De groene overmacht doet Maarten ’t Hart verslag van zijn pogingen om eetbare gewassen te kweken. Op de vette klei blijkt dit een loodzware opgave. De hegemonie over elke vierkante meter grond dient hij voortdurend te betwisten met de onophoudelijk oprukkende brandnetels, vlieren, bramen en de alles overwoekerende haagwindes. De vogels stelen zijn bessen en verorberen zijn appels. De slakken decimeren zijn Chinese kolen en slaplanten, terwijl onder de grond de veenmollen de wortels van zijn jonge aanplant vernietigen. Hij delft derhalve voortdurend het onderspit, maar gaat desondanks blij- en manmoedig verder.
Maarten ’t Hart made his debut under the name Martin Hart with the novel Stenen voor een ransuil (Stones for a Long-Eared Owl, 1971). He studied biology in Leiden and worked as an ethologist at Leiden University. One of the most important themes in his oeuvre is his childhood in a Calvinist community and his distancing himself from it. His passions for nature and music also constantly crop up in his work. ’t Hart broke through to a wide audience with his melancholy novel about meeting his teenage love: Een vlucht regenwulpen (A Flight of Curlews, 1978). Many novels, short-story and essay collections later, ’t Hart, with his authentic tone and work which often touches upon the tension between biography and fiction, has grown to be one of the most popular and most translated of Dutch authors. In an interview he said: ‘What I like about literature is that one can show a compressed piece of one’s most intimate self.’ Some of his other novels are Het woeden der gehele wereld (The Fury of the Whole World,1993), a Bildungsroman and a thriller in one, De zonnewijzer (The Sundial, 2002), Lotte Weeda (2004) and Het psalmenoproer (Psalms and Riots, 2006), a historical novel.
Als Gärtnerin ist mein Herz bei diesem Buch höher geschlagen - auch wenn ich die sumpfigen Kleiböden nicht kenne :-) Die Querverweise auf die vielen literarischen Werke haben mich inspiriert und für eine grössere To-Read Liste gesorgt. Der trockene Humor und die vielen herrlichen Anekdoten von Maarten 't Hart sind absolut mein Geschmack!
Biggekruid, ereprijs, kweek, egelskop en zwanebloem: tussen de regels door is ‘De groene overmacht’ een leuke les botanica.
Ook menig vogel vliegt voorbij: de bosrietzanger, heggenmus, zwartkop, het winterkoninkje, en de grauwe vliegenvanger. Herken jij ze in jouw tuin?
Hoewel Maarten ‘t Hart je in dit boek veelal klagend meeneemt in zijn dagelijks leven op de Groningse klei, kan je iets leren van zijn vermogen om te observeren.
Als 'gebundelde columns' een genre zou zijn, dan was het een van mijn favorieten. Dit boek was echt een pareltje tussen alle random epubs op mijn ereader. Heerlijke overpeinzingen over de moestuin, ik ben nu heel nieuwsgierig naar de smaak van snijbiet
Het boek stelt niet teleur, integendeel. Wat kan de man humoristisch schrijven over groente. De zoon van een tuinder behandelt onderwerpen die menig moestuinierder wel eens uit zijn slaap hebben gehouden: het weer, ongedierte, onkruid en plantenziekten. Hij vertelt over mollen, slakken, over knopkruid. Hij brengt welhaast een ode aan crosne, een vergeten groente die in zijn tuin geen succes is. En als je over zijn geiten Adu en Jozef leest zie je de beesten rondlopen. De een zachtaardig, zwijgzaam en vraatzuchtig, de ander gewelddadig, treurig en zeer spraakzaam.
Meer nog dan het onderwerp (tuinieren) ben ik gevallen voor de prachtige taal waarin Maarten 't Hart schrijft. Nu heb ik wel interesse in tuinieren (al ken ik er niet zo bijster veel van, maar dat zal veranderen eens ik onze tuin in het nieuwe huis te lijf ga) en vond ik de stukjes dus ook inhoudelijke vermakelijk (en vaak ook leerrijk) maar het zijn toch vooral de mooie zinnen, de goedgekozen woorden en de licht badinerende toon (zelfs wanneer 't Hart de overheid moordenaars noemt naar aanleiding van het ruimen van ontelbare dieren bij mond- en klauwzeer of vogelpest) die dit boek zo aangenaam om lezen maken. In stukjes van niet meer dan 2 bladzijden schrijft hij over een aspect van het tuinieren op de zware zeeklei op de hectare grond die hem ten deel is gevallen. Ondanks de herhaling die daardoor voorkomt (de stukjes verschenen, op één na, al wel eens ergens als column) was het een plezier te vernemen welke groenten er gekweekt worden, welke vogels, insecten en andere dieren het land bevolken (en de lucht natuurlijk) en hoe de mens Maarten daar moet zwoegen om beloond te worden met vruchten heerlijker dan je ze in de supermarkt vindt.
Rather disappointing, especially if you are (i) a garden-/gardening-lover or (ii) somebody who enjoys 't Hart's work of fiction. And you will be even more disappointed, if you fulfill criteria (i) AND (ii), like myself -- I expected compelling and ironic writing which would transpire love of the subject (here: gardening). But, alas, most texts are dull - and some downright obnoxious. To be fair, I had to smile a bit a handful of times, in reading the sadly few sentences that could be appreciated.