What do you think?
Rate this book


170 pages, Paperback
First published January 1, 1916
“Zo gaat het altijd voort en altijd rond, het ene maakt plaats voor het ander, en staat ge daar nu met uw tien geboden in het haar of op uwe vinger te zuigen, de ‘waarom’ komt ge toch niet te weten.” (p.12)Pallieter is een sappig boekske vol levenslust. Het is een uitbarsting van vreugde, een dolle ode aan het volle leven. Felix Timmermans schreef het na een periode vol donkere gedachten en diepe vertwijfeling. Maar van enig pessimisme zoals dat toen in de mode was, zelfs van de Grote Oorlog die nog volop woedt, is in de landelijke paradijslijkheid van Pallieter niets te merken.

“Wa veur nen uil kan er nog nor nen hemel verlangen als hem zo iet zie!” (p.111)In Pallieter is er geen scheiding tussen mens en natuur. De mens is de natuur, de natuur is de mens. Het is het vertrekpunt van menig oergeloof, maar evengoed een lovenswaardig streven voor heden en toekomst. Pallieter zou een (verfrissend boertige) leider kunnen zijn voor onze milieubewegingen.
“Vaders zon bevrucht moeder aarde.” (p.58)De natuurlijke verbondenheid van Pallieter staat in schril contrast met de kille en afstandelijke blik van de wetenschapper in wat misschien wel mijn lievelingspassage is:
“Terwijl hij daar bezig was kwam een magere, gele man voorbij, lezend in een dik boek. Hij was filosoof, theoloog, historicus en natuurvorser.“Filosoof zijn is ni schrijve, mor is leve!” Zo luidt het even verder. Het zijn uitspraken als deze die mij als tiener zo aanspraken in dit boek. Ook bij deze herlezing als vijftiger, verwonderd over het tsjirpen en flierefluiten van allerlei ongewone vogels die in deze coronatijden plots opduiken in mijn bescheiden stadstuintje, zijn het vooral dergelijke gevleugelde woorden die me opvallen.
‘Och,’ riep Pallieter, die hem kende, ‘hoe kunde nij nog nor snie zuke van passeerde jaar, als de zon dor zo schoen te schijnen hangt!’
‘De zon gaat mij niet aan,’ zei de geleerde. ‘Ze schijnt altijd, ik zoek het wereldsysteem.’
‘Ge wilt ne scheet in e vogelkeveke gevange zette!” zei Pallieter, en kwaad ging de filosoof verder, lezend in zijn dik boek.” (p.30)


“Melk den dag!” (p.149)