Geschiedenisonderwijs wordt in Nederland sinds enige tijd aangeboden in tien tijdvakken. De kern van de leerstof ligt vast in kenmerkende aspecten van elk tijdvak, bijvoorbeeld feodaliteit voor de vroege middeleeuwen of industrialisatie voor de negentiende eeuw. In totaal komen negenenveertig kenmerkende aspecten aan de orde. Samen vormen zij de orienterende basiskennis voor de geschiedenislessen. In dit boek worden alle kenmerkende aspecten, verdeeld over tien hoofdstukken " een tijdvak per hoofdstuk " voor de vakleraar op heldere en overzichtelijke wijze besproken. Daarnaast zijn er voorbeelden van gebeurtenissen, personen en documenten. Aan de hand daarvan kan een onderwerp worden ingeleid of toegelicht. Ten slotte worden bij elk onderwerp Vragen van betekenis zaken die te denken geven en die een goed aanknopingspunt bieden voor een gesprek met leerlingen over de zin en betekenis van themas in de geschiedenis. Met deze ingredienten is dit boek een onmisbaar studieboek voor de toekomstige geschiedenisleraar en een handig naslagwerk voor de zittende leraar die zijn weg zoekt in het nieuwe lesprogramma.
Simpele spelfouten zoals ‘de de’ ontsieren de tekst, en een standbeeld van Cato de Oude wordt gemakzuchtig afgedaan als ‘een Romein’, bijna een belediging voor een figuur van zulke grote historische betekenis. Ook werd Helmuth von Moltke de Jonge simpelweg neergezet als: “Helmuth von Moltke”, wat tot verwarring kan leiden gezien zijn populairdere vader.
Sommige kaderteksten met extra informatie voelen ook willekeurig of zelfs irrelevant aan. Er waren overtuigendere of betekenisvollere anekdotes en/of verhalen te vertellen om de historische context te verrijken naar mijn gevoel.
Wat voor mij vooral een doorn in de zij was, was de opvallende afwezigheid van enig kader of verwijzing naar het Nederlandse concentratiekamp in Boven-Digoel, een gemiste kans om een onderbelicht, maar relevant hoofdstuk uit onze eigen koloniale geschiedenis aan te kaarten.
Verder blijf ik enigszins teleurgesteld achter door wat er níet in het boek stond. Zo werd de opkomst van de islam en islam zelf, naar mijn gevoel, slechts vluchtig aangestipt, terwijl dit een fundamenteel keerpunt vormde in de wereldgeschiedenis en nog steeds relevant is voor vandaag de dag. Evenmin vond ik een kader over de Surinaamse bijdrage tijdens de Tweede Wereldoorlog een pijnlijk gemis.
Je kunt natuurlijk niet alles verwachten van een globaal overzichtswerk, en wellicht ben ik hier en daar aan het mierenneuken. Zeker gezien het feit dat dit boek zonder twijfel een briljante instapper vormt voor wie zich wil verdiepen in de Europese geschiedenis. Maar toch geloof ik heilig in het gezegde: “Schrijven is schrappen.” En precies daarin schuilt mijn voornaamste kritiek: het boek had krachtiger kunnen zijn met een strengere redactionele hand en een scherpere visie.