Beetgenomen. Zestien manieren om de Bende van Nijvel nooit te vinden. Hilde Geens
Ik zeg het maar direct: de schrijfstijl van Geens ligt me niet. Teveel onduidelijkheden, slordig taalgebruik. Ze is journaliste, en daar ligt de nadruk soms meer op snelheid dan op taalkundige zuiverheid. Er is ook een enorm aantal personen bij de Bende van Nijvel betrokken, die soms met voornaam, soms met bijnaam, soms met achternaam, en soms met hun beroep of functie aangeduid worden. Een beetje consistentie was de duidelijkheid ten goede gekomen. Er zijn ook nogal wat tikfouten, althans in de e-editie die ik heb. Met name de combinatie fl schijnt heel moeilijk te liggen (talloze malen fikken ipv flikken, farden ipv flarden, stafeden ipv stafleden, souffeerde ipv souffleerde, enz.)
Nu ben ik de eerste om toe te geven, dat het vrijwel onmogelijk is de enorme hoeveelheid informatie, die in dertig jaar verzameld is, op 300 blz. coherent samen te vatten, des te meer als deze informatie ook nog eens voor een flink deel afkomstig is van interviews, van al of niet betrouwbare getuigen, of erger nog, van horen zeggen, en dus wemelt van de contradicties. Vele verdachten vonden er na een tijdje een plezier in de speurders een hoop leugens op de mouw te spelden, die dan allemaal moesten nagetrokken worden. Of hadden moeten nagetrokken worden… En alsof dat nog niet erg genoeg was, bulkt het hele politiedossier van de nonchalance, de desinteresse en de stommiteiten van sommige speurders. Geens heeft hier een opsomming van gemaakt (“Zestien manieren om de bende van Nijvel nooit te vinden”). Bij zoveel stupiditeit en geknoei moet je wel haast aan een doofpotoperatie denken, zeker als sommige betrokken politiemannen achteraf veroordeeld werden voor uiteenlopende misdrijven als corruptie, overvallen, drugtrafiek enz.
Hilde Geens doet af en toe toch een poging om wat orde te scheppen in deze oceaan van halve waarheden, hele leugens, ongefundeerde mythes en verloren bewijsstukken.
Vooraan (“De Feiten”) is er een korte, chronologische lijst van de misdrijven die aan de Bende toegeschreven worden, met de data, de locaties en de slachtoffers.
Helemaal achteraan (“Rolverdeling en decor”) een veel langere, alfabetische lijst van dramatis personae (onvermijdelijk onvolledig) en belangrijke locaties buiten de echte crime scenes (zoals bv. garageboxen).
Nog belangrijker zou zijn geweest een precieze, gedetailleerde chronologie, van alle feiten, niet alleen de alom bekende overvallen, maar ook de talloze gerelateerde bevindingen van de recherche.
In het slothoofdstuk komt Geens eindelijk min of meer ter zake, zozeer dat ik, enigszins stout, zou durven aanraden met dit hoofdstuk te beginnen. Ze doet dit onder de vorm van 11 mythes, die grotendeels weerlegd worden, waarna er helaas niet veel gefundeerde theorieën meer overschieten… Uitgaande van deze mythes kun je dan teruggrijpen naar de 9 hoofdstukken die het boek uitmaken, en die elk toch een verschillende focus hebben.
Het linken van deze over meerdere jaren verspreide misdaden berust voor een flink stuk op ballistisch onderzoek. Of die ballistische gegevens van jaren geleden allemaal zo 100% betrouwbaar zijn, is nog een andere vraag, met name gesteld door Prof. Peter Van Koppen, Nederlands forensisch psycholoog.
Hfdst 1. De Bende van de Pomp, genoemd naar Café de Pomp in Diegem, een verzamelplaats van zeer dubieuze figuren en van uiterst-rechts. Het belangrijkste feit hier is de overval op wapenhandel Dekaize in Waver op 30 sept 1982, waarbij een politieman wordt doodgeschoten. Hilde Geens komt er na veel omwegen op uit, dat de meest waarschijnlijke verdachte in deze zaak Bruno Vandeuren is, die een tijd in de gevangenis zit, ontsnapt eind 1988, en enkele weken later vermoord wordt.
Hfdst. 2 De bende van Nijvel.
Hier gaat het over de eerste groep overvallen van de Bende, in 1982 – 1983.
Hfdst. 3. De Bende van 1985
Hier gaat het over de meest iconische overvallen op Delhaizesupermarkten, culminerend in de moordende raid op de Delhaize van Aalst, met 8 doden.
Hfdst. 4. De De Staerke-clan
Dit spoor is het beste uitgewerkt (o.a. omdat de Deltacel van Dendermonde hiervoor de eerste jaren bevoegd was). Je krijgt de indruk dat Geens meest in de richting van Johnny De Staerke en zijn verschillende bendes denkt als daders van één of meerdere overvallen van de bende van Nijvel.
Hfdst. 5. De bende van de stripfiguren
Een vrij kort hoofdstuk, waarin o.a. de oprichting en de catastrofale evolutie belicht wordt van 2 overheidsdiensten, de NBD (Nationaal drugsbureau) en de BIC (Bureau d’Information Criminelle). Er komt weinig substantieels uit naar voren, en lijkt vnl. in het leven geroepen omdat sommige misdaadfiguren bijnamen droegen als Asterix en Kuifje. Waar dit alles heen leidt, is niet duidelijk, maar alleszins niet naar de bende van Nijvel.
Hfdst. 6. De WNP
De piste extreem-rechts met figuren uit Front de la Jeunesse en Westland New Post (WNP), jarenlang hardnekkig gevolgd door een aantal speurders, maar door Hilde Geens erg lauwtjes benaderd. Ze gelooft er niet erg in, duidelijk. Onderzoeken naar WNP hadden de neiging de doofpot in te gaan.
Hfdst. 7. De bende van de assistent
De levensloop van Madani Bouhouche en Robert Beijer, twee ex BOB-ers, die uit de Rijkswacht werden gezet wegens diverse ongeoorloofde praktijken en dan een privé-detectivebureau startten. Ook wapenfanaten (vooral Bouhouche), en verdacht van de moord op zijn vriend Juan Mendez, een vertegenwoordiger van wapenfabrikant FN-Herstal en eveneens wapenfanaat. Bouhouche en Beyer zonken dan stilaan verder weg in de misdaad. Bouhouche werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenis wegens moord. Beide werden in verband gebracht met de Bende-overvallen, o.a. door ballistische gegevens, maar dit kon nooit helemaal hard gemaakt worden (een tegenexpertise van een betrokken wapen trok het eerste resultaat bv. in twijfel). Heel erg hierbij was ook dat onderzoeksrechter Hennart, die vanaf 1988 het onderzoek naar Bouhouche en Beijer leidde, weigerde zijn gegevens te delen met de cel Delta van Dendermonde, die de feiten van Temse en Aalst onder zijn hoede had.
Hfdst. 8. De drie kanten van de medaille
Hfdst. 9. De bende van de kwakzalvers
Na het onbeschrijfelijke geknoei van acht of tien onderzoeksrechters en tientallen speurders zijn we hier beland op het niveau van leugendetectors, hypnose en profilers.
De finale indruk van het boek is er dus een van totale onoverzichtelijkheid, grotendeels door de onmetelijke hoeveelheid en de onbetrouwbaarheid van de informatie, helaas niet voldoende gecompenseerd door een doorgedreven systematisering of op zijn minst wat taalkundige helderheid vanwege de auteur.
Tenslotte nog even dit: de Humo-clan, tot dewelke ik zo vrij ben Geens te rekenen, kan moeilijk van flamingantisme verdacht worden, maar Geens lijkt het totale échec toch vooral in de schoenen van de teams van Brussel, Nijvel en Charleroi te willen schuiven, terwijl de Deltacel van Dendermonde, verantwoordelijk voor het onderzoek naar de feiten in Temse en in Aalst, met onderzoeksrechter Freddy Troch en substituut Acke, er veel beter uitkomt.
Persoonlijk kwam ik enkele malen als simpel braaf jongetje van den buiten in contact met het intellectuele, vrijzinnige milieu van de Brusselse bourgeoisie in de jaren '70 en '80, waartoe ook heel wat hogere ambtenaren, rechters en politie-beambten hoorden. Hierbij viel mij de totale immoraliteit van deze mensen op, voor wie ethiek en plichtsbetrachting volledig vervangen waren door geldzucht en genotzucht.