Meer dan vijfentwintig jaar na zijn laatste ontmoeting met zijn jeugdvriend Dries, keert het personage Ivo Victoria terug naar zijn geboortedorp Edegem. De reden: Ivo wil Dries een leugen opbiechten, de leugen waarop hun jeugdvriendschap is gebaseerd. Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) is het verhaal van een man van halverwege de dertig die vaststelt dat zijn hele leven tot dan een herhaling van (verkeerde) zetten is geweest. Het is een ontroerende, bitterzoete en bij vlagen wrange bespiegeling over vriendschap, afkomst, de loop des levens en de geringe invloed die we daarop hebben. Tegelijkertijd geeft het een prachtig beeld van een Vlaams dorpje in de jaren zeventig.
Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor -12-jarigen won (en dat het me spijt), is het debuut van de Vlaamse schrijver Ivo Victoria uit 2009, en mag gerust onder de boeken met een zéér lange titel gecatalogeerd worden. En verder is het eigenlijk wat moeilijk om er de vinger op te leggen wat mij betreft.
Het is een coming of age-roman van het personage Ivo Victoria, halverwege de dertig, die terug gaat naar zijn geboortedorp (Edegem) en als kind altijd de hoop koesterde om iemand speciaal te zijn/te worden. Zijn 'enige' vriend Dries spelde hij op de mouw dat hij een goed wielrenner was en de ronde van Frankrijk voor kinderen had gewonnen. Nu keert hij terug om die leugen op te biechten omdat het toch allemaal niet zo veel uitmaakt. Tijdens die trip reizen we met hem en zijn herinneringen mee en wisselen we af tijdens zijn verleden en het heden waarin hij zijn moeder bezoekt. Zijn vader is een aantal jaar geleden overleden.
Zo neemt hij ons mee naar het Edegem van de jaren '80 met de hectische dagen van de kermis, heel wat gênante situaties en de overige herkenbaarheid van zo'n kindertijd in die periode. Een prille verliefdheid voor een zekere Anja wordt beantwoord in zijn fantasie maar niet in de werkelijkheid. Er gebeurt nogal veel in zijn fantasie dat niet in de realiteit tot uiting komt trouwens. Het is het verhaal van een jongetje dat grote dromen heeft en monologen in weliswaar fraaie zinnen voert, maar dat het nogal moeilijk heeft om die dromen van daden van elkaar te onderscheiden.
"Ik doe mijn best. Ik heb altijd mijn best gedaan." "En ik wilde zo graag, ik wilde godverdomme zo graag."
"Nu weet ik dat mijn eigendunk angst was. En nu ik dat weet, wordt de angst alleen maar groter."
“Ik stel me vragen. Bijvoorbeeld over dingen willen. Dingen willen is wat het leven moeilijk maakt. Het willen alleen al doet ons twijfelen. Waarom willen? Terwijl het allemaal, uiteindelijk, zal uitmonden in het grote, lege niets?"
Er staan heel wat mooie stukken in, het geheel overtuigt echter niet vanwege het te veel verspringen tussen de verschillende stukken en de tijd. Het boek is te gecompliceerd om vlot door te lezen en stokt bij mij te veel om een aangename leeservaring te worden. Niet dat de auteur al niet kon schrijven bij het maken van dit boek. Het verhaal is met humor en liefde doorspekt en mooie waarheden komen zeker aan bod. Maar naar het einde toe verzwakt het en is de plot niet overtuigend genoeg, omdat het niet blijft hangen. Ik raakte de draad soms kwijt als ik het moest laten liggen. En echt geraakt worden door de personages gebeurde me nooit echt.
Het tragische maar zo herkenbare verhaal van een jongetje, dat zich speciaal waant maar het niet is. Of beter: hij houdt zich dat voor om zich goed te voelen, want als we die hoop al niet meer kunnen koesteren... En zijn latere volwassen versie, die ondertussen geleerd heeft dat het toch allemaal niet je dat is, dat leven. 'Nu weet ik dat mijn eigendunk angst was. En nu ik dat weet, wordt de angst alleen maar groter.' Maar: 'Ik doe mijn best. Ik heb altijd mijn best gedaan.' 'En ik wilde zo graag, ik wilde godverdomme zo graag.' Een ogenschijnlijk simpel verhaal in het dorpse Vlaanderen, een bekend concept (hoofdstukken uit de jeugd en uit het volwassene leven wisselen elkaar af). Uitgekozen als tussendoortje. Maar toch veel meer dan dat gebleken.
'Daar draait zo'n kermis per slot van rekening om: hoop. Het idee dat er nog genoeg is om op te hopen.' En het leven ook, zeker?
Getwijfeld tussen 3 en 4 sterren. Fascinerend boek, waar ik mij regelmatig echt vreselijk aan het hoofdpersonage irriteerde, maar dan op een manier dat je toch wil blijven verder lezen :-) (dat er vooral veel onzekerheid achter de arrogantie schuilde, hielp wel) Typisch Vlaams (al helemaal voor koersliefhebbers) en toch weer heel anders dan vb. Verhulst of Op de Beeck.
“Het is moeilijk welkom te zijn als je er altijd bent.”
Geweldige titel, laat ik dat eerst gezegd hebben. Vooral vanwege de titel had ik dit boek al jaren op mijn to-read lijstje staan, en ben ik er vaker aan begonnen maar na een paar pagina's toch weer weggelegd (maar nu dan toch eindelijk uitgelezen). Vooral naar het einde van het boek vond ik het sterker worden, wanneer alles wat meer op zijn plek begint te vallen. Ik had dat graag ook eerder al zien terugkomen. Er zitten prachtige zinnen in, die een heel personage of een hele rode draad prachtig samenvatten, bijvoorbeeld: "Maar Dries [...] zag het belang van wantrouwen niet." Toch had ik het idee dat dit vooral aan het einde op elkaar gestapeld werd, zoals je in een werkstuk al je conclusies aan het einde nog een keertje opsomt, wat ik jammer vond. Ik miste soms wat houvast in het boek, en die zinnen die zo goed het gevoel kunnen samenvatten hadden dat kunnen bieden als ze wat meer verspreid zouden zijn geweest. Interessant concept voor een boek, en heel herkenbaar ook, maar de uitwerking van hoe dit boek geschreven was viel me een beetje tegen. Maar nog steeds: de titel is top.
Een boekje dat leest alsof ik het zelf geschreven zou kunnen hebben. Maar dan langer, en beter. Schuw de waanzin niet. De verbeelding begint altijd bij jezelf. Demarreer pas wanneer het jou uitkomt. Ivo is niet op zoek naar zichzelf, hij was het altijd al. De zon op je bol, the war on drugs op de achtergrond en lezen por favor. Over hoe een plek onderdeel is van je wezen, en dat je lijf en je geest een verleden hebben. En een toekomst, vergeet dat niet. Spijt hebben als laatste rebellie. Lievelingszin: ‘Je verandert niet, je wordt steeds meer jezelf.’
Dit boek gaat over Ivo (al is het niet overduidelijk autobiografisch), die in zijn jonge jaren al zijn verhalen doorspekt van een nogal grote dosis opschepperij. Eens hij de volwassen leeftijd heeft bereikt lijkt hij toch een beetje spijt te hebben ontwikkeld en wilt hij het één en ander goedmaken, vooral bij zijn indertijd beste vriend, Dries.
De schrijfstijl van Ivo is ubervlaams, wat voor mij persoonlijk meteen heel gezellig aanvoelt.
Maar dat hoofdpersonage... Tja, ik kreeg het er niet warm van. Je heldenverhalen wat aandikken hebben we denk ik allemaal wel eens gedaan, maar Ivo gaat er zo los over dat er voor mij weinig empathie voor hem overbleef. Ik vond hem eerder een echt ettertje 🤷🏼♀️.
Mijn vorige book review eindigde met "Tot slot nog even meegeven dat ik een zwak heb voor van die lange titels met een tikkeltje humor erin, alleen al daarom zou ik Hendrik Groen lezen. Maar ook De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje of De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat wederom niet door." Jullie merken het al, met deze debuutroman van Ivo Victoria geef ik verder toe aan datzelfde zwak. Want lang en boordevol humor, dat is die titel ontegensprekelijk...
Ivo Victoria had al kind een goede vriend, Dries. Hij vertelde Dries altijd verhalen over dat hij zo'n goede wielrenner was, dat hij meedeed aan de ronde van Frankrijk van min twaalfjarigen en dat hij won. Ivo had grote dromen, maar heeft ze niet waargemaakt. Na twintig jaar keert hij terug naar Edegem, het dorp waar hij opgegroeid is. Verslagen door het leven, hij heeft een gewone job, woont in een arbeidershuisje, zijn vrouw heeft hem verlaten, hij heeft gefaald. Teveel leugens brengen hem terug naar huis.
Het boek hangt aan elkaar met grappige beschrijvingen (de kanaries Fifi, elk met hun eigen karakter), gênante plotwendingen en de herkenbaarheid van de jaren '80, maar ik miste vooral samenhang in het verhaal. Sommige delen lazen heel vlot, andere waren blijkbaar zo weinig beklijvend dat ik me pas na enkele pagina's realiseerde dat ik dat deel de vorige dag al had gelezen. Nooit een goed teken...
Het boek is beter dan de titel. Alhoewel, die titel vergeet je niet snel. Ivo gaat op zoek naar een vriendje uit zijn jeugd om een leugen recht te zetten, en passant gaat hij terug naar het dorp van zijn jeugd. Een heerlijke beschrijving van een dorp, een vriendschap en over hoe je volwassenen moet worden: met heel veel vallen en af en toe opstaan...
De sprongen in de tijd maken het boek wat lastig te lezen en de schrijver doet af en toe iets te veel z'n best om de (sarcastische) humor van Herman Brusselmans te benaderen, maar het is een aardig coming-of-age verhaal.
Boek begint zeer sterk. Eigenlijk al bij de titel (geef toe, geeft zin om te lezen) maar verzwakt toch naar het einde toe. De schrijver houdt het net niet vol. Toch een heel sterk debuut.
Ontwikkelingsroman met een paar ijzersterke scenes. Bijvoorbeeld over een kapper die foto's van de Belgische voetballer Ludo Coeck in zijn zaak heeft hangen. Spanningsboog had sterker gekund.
Citaat : Tussen de groentebakken door zwaaide ik naar een jongen die ik heb gekend. Ooit was hij de David Byrne van Edegem-centrum. Nu duwde hij vermoeid een winkelkarretje gevuld met groenten, fruit , wc-papier en een gezinsverpakking desillusies voor zich uit naar de kassa. Review : Iets wat mij altijd enorm in een boek aanspreekt is dat een auteur zijn verbeelding zo overtuigend kan laten werken dat hij de lezers willens nillens kan meesleuren in wisselend een fantasiewereld en werkelijkheid. Ivo Victoria kan dat meteen waarmaken in zijn debuut omdat hij ook nog over een fenomenaal taalgebruik en dito stijl beschikt.
Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt 'is een bijzonder knappe coming of age roman die vooral door zijn constructie uitmunt. De soms wrange humor geeft aan het geheel ook nog een bijzondere tint. De ik-persoon in het verhaal, die net als de auteur Ivo Victoria heet, leeft in een soort Billy Liaruniversum. Door zijn mythomanie tracht hij te ontsnappen uit de sleur van het opgroeien in Edegem. Hij wil zijn eigen geschiedenis schrijven opgebouwd uit verzinsels. Aan speelplaatsliefje Anja Lippenveld onthult hij eigenlijk Tarzan te heten, en jeugdvriend Dries De Smet maakt hij wijs bevriend te zijn met Lucien Van Impe, en zelf de Ronde voor min-twaalfjarigen te hebben gewonnen. Zijn web van fantasie wordt steeds groter en isoleert hem ook meer. Zijn verzinsels uit zijn jeugd blijven hem ook in de volwassenheid achtervolgen. Op vijfendertigjarige leeftijd blikt Ivo terug op zijn jeugd waarin zijn ouders en schoolvriendjes centraal stonden. Hij is vanuit zijn woonplaats Amsterdam na een verbroken relatie teruggekeerd om de leugens uit zijn kindertijd uit te wissen.
Dit is een verhaal dat door heel wat mannen had kunnen geschreven zijn maar dat de banaliteit van het alledaagse overstijgt door de bijzondere verteltechniek van de auteur
Voor mijn boekbespreking Nederlands over het boek ”Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk won voor-min-twaalf-jarige (en dat het mij spijt)” van Ivo Victor heb ik besloten om het verhaal letterlijk in kaart te brengen. Doorheen het verhaal vertelde Ivo over de adressen van de speciale plaatsen uit zijn jeugd. Uit nieuwsgierigheid heb ik die dan opgezocht en tot mijn grote verbazing bleken deze adressen ook echt te bestaan. Ik heb elf van de belangrijke adressen opgezocht en heb er steeds een klein woordje uitleg bij geven. https://www.google.com/maps/d/viewer?...
Bibliografie: I.Victor, Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalf-jarigen won (en dat het me spijt), Anthos, Wommelgem, 2009, 194 blz. Biografie: Ivo Victoria (Antwerpen, 1971) publiceerde vier romans en schrijft met regelmaat columns en verhalen voor diverse tijdschriften en kranten. Daarnaast is hij vaste columnist bij Spijkers met Koppen op de Nederlandse Radio 2, en Weekschrijver voor VPRO’s Nooit Meer Slapen op de Nederlandse Radio 1. Even zo vaak is hij op een al dan niet literair podium te bewonderen als performer, interviewer of presentator, en anders geeft hij wel de een of andere schrijfworkshop. Ivo Victoria woont en werkt in Amsterdam. Bron: IVO, VICTOR, Biografie, internet, (27/02/2019) (http://www.ivovictoria.com/biografie/)
Niet elk boek heeft een uitgebreid verhaal nodig om groots te kunnen zijn. Net in de eenvoud van de vertelling en in het feit dat er weinig actie voorkomt schuilt hier de kracht. Het hoofdpersonage wordt zeer realistisch neergezet, waarschijnlijk kent iedereen wel een dergelijke ‘Ivo’ in zijn buurt. Het is die herkenbaarheid die mijn hart deed smelten voor dit debuut van Ivo Victoria. En nu ben ik eigenlijk wel benieuwd of er daarna nog boeken uit zijn pen zijn voortgevloeid...