Eindelijk heb ik hem uit, twee maanden heeft het me gekost, een maand voor de laatste dertig pagina's. Wat een onzin is het, wel goed kunnen lachen. Ik denk dat onzin zeer belangrijk is. Misschien is onzin niet het juiste woord. Nonsens, nee, banaliteiten, dat soort dingen. Grootsheid in het kleine.
Herman Brusselmans staat bekend om zijn minimalistische verhalen (lees: gewoonlijk gaan ze over niets), maar met Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn wordt dit naar een geheel nieuw niveau getild, een boek waarvan de schrijver zelf in dat eigenste, niet toevallig 423 bladzijden tellende boek verschillende keren aangeeft dat het volledig overbodig is. Je zou kunnen zeggen dat het gaat over zijn bezoeken aan café Dusty, de zoektocht naar een idee voor het tweede boek dat hij wil schrijven, zijn grootouders die een braadpan met het gestolde vet van de worst er nog steeds in naar elkanders kop smijten, het mes met bloedgeul dat hij wil kopen, de sigaretten die hij aansteekt met zijn Zippo, zijn fixatie op Kristien Hemmerechts en, natuurlijk, zijn nekpijn. Beter zou je kunnen zeggen dat het gaat over iemand wiens innerlijke wereld eindeloos veel rijker is dan het inhoudsloze, repetitieve levenspad dat hij bewandelt.
Merkwaardig genoeg is het wel genietbaar indien je gewend raakt aan het narratief nihilisme en je het puur voor de manier waarop Brusselmans met de taal speelt leest. De ervaring van Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn lezen doet in die zin eigenlijk denken aan het spelen van een videogame: je haalt er een zeker genot uit, maar achteraf zit je met dat knagend gevoel dat je je tijd verspild hebt. Brusselmans verrast de lezer evenwel in zijn opmerkelijk diepzinnige epiloog, die aanvoelt alsof de puber uit al het voorgaande schrijven de volwassenheid heeft bereikt, wat zorgt voor een sterke afsluiter. Doch alles bij elkaar lijkt mij dit geen geschikt boek om met de schrijver kennis te maken.