Wiet Waterlanders woont nog steeds samen met zijn mama in Gandamme, zijn oom Steven De Smid is er nog steeds commissaris en Wiet zit nog steeds in de zesde klas van het Sint-Preventiacollege samen met zijn beste vriend Indigo en met Ophelia, op wie hij stiekem verliefd is. Het is bijna kerstvakantie en de geheime Caroluscode, het detectivegroepje van het drietal, staat al een tijdje op non-actief. Dan wordt er in de klas geld gestolen. Als een onschuldig klasgenootje daardoor geschorst wordt van school, vindt het trio dat zo onrechtvaardig dat ze besluiten de echte dader te vinden. Zo komen ze al snel terecht in een andere en veel grotere zaak, die van de onopgeloste diefstal van het schilderij 'De echt aardige rechters' in 1934. De kinderen besluiten ook die diefstal even op te lossen, al moeten ze toegeven dat de zaak veel ingewikkelder is dan ze lijkt...
Mark Tijsmans is acteur, zanger en auteur, en was onder meer wrapper voor Ketnet. Ook in musicals is hij thuis: zo was zijn musicaldebuut de hoofdrol in Peter Pan. Als jeugdauteur won hij onder meer de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen en werd enkele keren genomineerd voor de Boekenleeuw.
Heerlijk boek met een vette knipoog naar het verleden en supervlot geschreven (woordspelingen, alliteraties, komische herhalingen, ...) Ik denk dat ik de hele reeks nog maar eens zal voorlezen, aan de jongste van elf ditmaal. Tenzij ze me te snel af is en het boek zelf verslindt
Het boek gaat over het verdwenen paneel van het schilderij 'Het Lam Gods' uit Gent. Als je de cover vergelijkt met een afbeelding op het internet, kan je hard lachen! In plaats van een paard staat er de kameel Brunette. Het verhaal springt van het heden naar 1934 en 1432. Zelf vond ik de stukjes over het 'heden' het leukste waarin Wiet, Ophelia en Indigo een rol hebben. Toch heb ik nog steeds een heleboel vragen: - Wie is de zwarte man die Wiet ontvoert? Zijn vader of iemand anders? - Waar is het echte schilderij nu? - Waarom wou Sloeberke het geld van de bosklassen hebben? Ik vond het boek wel wat dik en durf het daarom niet echt aan iemand aanraden. Zelf weet ik niet of ik het derde deel zal lezen als dit ook zo dik is.
Zelf heb ik me bij het lezen van het boek mateloos zitten ergeren aan de voortdurende herhalingen van steeds weer dezelfde scènes, dezelfde grapjes,... Toch kan ik me voorstellen dat 10 tot 12-jarigen dit juist prettig vinden ("hé, ik snap het; ik volg nog..."). Fijn dus dat er zoiets als een "kinderjury" bestaat om nieuwe jeugdboeken te beoordelen. Wellicht de allermooiste prijs voor een jeugdschrijver om die in de wacht te kunnen slepen.